Vriendschap Door Strijd

opgericht 8 maart 1936
Beekbergen

HET IS MAAR BETER NIET TE VEEL TE WILLEN WETEN

“HET IS MAAR BETER NIET TE VEEL TE WILLEN WETEN”

Onze vereniging hecht aan tradities. Ik noem er een: bij de opening van het nieuwe seizoen opent de commissaris van materiaal een speciale lade in de materiaalkast, haalt daar een houten bord uit en legt dat neer op de plaats waar de clubkampioen van het afgelopen seizoen zijn eerste partij gaat spelen. Na afloop bergt hij het weer keurig netjes op tot het volgend jaar.
Het is niet eens een mooi bord. Misschien is het dat wel geweest, maar het heeft te eniger tijd aanzienlijke brandschade opgelopen.

En toen kregen we – niet onverwacht – een nieuwe clubkampioen: Jelger Beetstra, een der ambitieuze jongeren die onze ietwat ingeslapen club waren komen versterken. “Wat moet ik met dat rare bord?” vroeg hij. “Ik speel veel liever op een gewoon!”
“Ja, traditie”, zei onze wedstrijdleider.
“Wat voor traditie?” vroeg Jelger. “Waarom moet dat nou?
“Ja, dat is altijd zo geweest, waarom weet ik ook niet.”
“Dat kan niet”, zei Jelger. “Als het traditie is, moet dit bord voor de club een betekenis hebben.” .

Waarom is de jeugd zo lastig? Niemand wist hoe de traditie was ontstaan. We raadpleegden zelfs twee oud-leden die inmiddels in een verzorgingshuis resideerden, maar die alleen maar wisten, dat de traditie in hun jonge jaren ook al bestond. En dus kreeg de secretaris – met andere woorden: ik – opdracht om in het archief naspeuringen te doen.
Tot de taak van de secretaris behoort volgens het Huishoudelijk Reglement onder meer het beheer van het archief. Ik heb het dan ook al die jaren beheerd. De kist waar het in zit, heeft een droog en niet al te warm plekje in mijn huis gekregen en ik heb het bruine vermoeden, dat mijn voorgangers op dezelfde manier te werk zijn gegaan. Want toen ik de kist opende, schreeuwde de chaos mij tegemoet. Ik was gedwongen het hele archief te ordenen. Ik heb al gezegd, de jeugd bezorgt ons veel last. Maar het was last, die zijn rente opbracht. Ik kwam veel te weten over het verleden van de vereniging en ik zal daar bij gelegenheid nog wel eens wat over vertellen. .

Het bord is in 1941 aan de vereniging in bewaring gegeven door Eliazar Cohen, die het naar zijn zeggen geërfd had van zijn grootvader. Die grootvader had de gewoonte om elke woensdagochtend om half elf bij een markies op bezoek te gaan om een potje te schaken. Of ei-genlijk was het omgekeerd, de markies had de gewoonte om hem elke week uit te nodigen. De markies was namelijk iemand van vaste gewoonten, waar hij nimmer van afweek. Zijn vrouw had haar toevlucht gezocht in het buiten land, de verzorging overlatend aan een oude huisknecht.
Op een nacht klopte de knecht op de slaapkamerdeur van de edelman. “Mijnheer, er is brand in de paardenstal.”
“Jean”, antwoordde deze, “je weet, dat ik ‘s avonds na elf uur niet gestoord wil worden.” Hij draaide zich om in zijn bed en sliep verder. Tegen de ochtend was niet alleen de paardenstal, maar ook het hele kasteel afgebrand. De markies wist zich te redden, maar al wat hij mee kon nemen, was een schaakbord dat al flink geschroeid was, en een touw. Hij had nooit de moeite genomen zich te verzekeren – hij zat volkomen aan de grond.
“Jean”, zei hij. “Om half elf komt de heer Cohen voor onze wekelijkse schaakpartij. Geef hem dit bord als herinnering aan de vele partijen die hij van mij heeft verloren. Ik ga me nu verhangen.”
En dat deed hij. .

Eliazar Cohen heeft de oorlog niet overleefd. Toen gebleken was, dat ook al zijn naaste familieleden waren omgekomen, is op de najaarsvergadering van 1946 besloten om het bord aan zijn nagedachtenis te wijden en er eens per jaar een bijzondere partij op te spelen. .

Ik bracht hierover verslag uit op de najaarsvergadering van 2002. En weer was het die lastige Jelger: “Mijnheer de Voorzitter, dat verhaal over die markies, is dat geschiedwetenschappelijk nagegaan of is het alleen maar wat Eliazar Cohen heeft verteld?”
De voorzitter keek mij aan.
“Het staat in de notulen van 1946. Ik neem niet aan dat er wetenschappelijk onderzoek is verricht. Volgens mij is het het verhaal van Eliazar Cohen.”
“Mijnheer de Voorzitter, ik geloof er niets van. Het hele verhaal stikt van de onwaarschijnlijkheden. Ik noem er twee. Cohen was een jood. Zijn grootvader dus ook. Acht u het waarschijnlijk, dat een markies, een man van hoge adel, geregeld ging schaken met een joodje?
En ten tweede: wat voor waarde had dat flink beschadigde schaakbord? Misschien voor grootvader Cohen emotionele, maar voor Eliazar? Zou hij niet veel eerder foto’s in veiligheid hebben willen stellen? Als hij dit schaakbord de oorlog wilde doorloodsen, moest hij daar een andere reden voor hebben.”
“Welke?”
“Misschien zit er iets in verborgen.”

De voorzitter schorste de vergadering. Bij de conciërge leenden we wat gereedschap. De schroefjes in de houten rand van het bord werden losgemaakt en de rand verwijderd. We zagen toen dat het bord bestond uit twee op elkaar gelijmde stukken. Het kostte moeite om de twee helften uit elkaar te krijgen, maar eindelijk lukte het. Er lagen zeven briefjes van duizend gulden tussen. Vooroorlogs geld. Al lang niet meer in te wisselen. Toen een kapitaaltje, nu waardeloos.
We legden de briefjes terug. Een der leden bood aan het bord opnieuw te lijmen. Om herhaling te voorkomen liet ik een plaatje maken en dat aan een der randen bevestigen: Ter nagedachtenis aan Eliazar Cohen, Rotterdam 1902 – Auschwitz 1943. .

Kale Harry

Bezoekers - VCNT

Vandaag 2

Gisteren 16

Week 18

Maand 458

Totaal 63909

Currently are 18 guests and no members online

Links

      

SCHAAKSITE.NL

VDS -activiteiten

ma di wo do vr za zo
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
Datum : donderdag 20 April 2017
21
22
23
24
25
26
27
Datum : donderdag 27 April 2017
28
29
30
© Copyright 2019 | Vriendschap Door Strijd

Please publish modules in offcanvas position.