Vriendschap Door Strijd

opgericht 8 maart 1936
Beekbergen

ABSALON
of
HET VERVAL VAN NORMEN EN WAARDEN

Ik moet eerst wat vertellen van het Schaakgezelschap Door Strijd Tot Broederschap. Opgericht in de nevelen van het verleden en vermaak biedend aan de gezeten burgerij in de gemeente waar wij woonachtig zijn, beleefde het zijn bloei in de periode tussen de twee wereldoorlogen. Geen bloei in de gebruikelijke zin van het woord. Door Strijd Tot Broederschap encanailleerde zich niet door deel te nemen aan de competities. Het bleef exclusief, nodigde meesters en grootmeesters uit tot het houden van lezingen en besloten simultaanseances, onderhield een fonds dat behoeftige oude meesters steunde in hun levenson-derhoud, maakte een jaarlijkse reis naar Duitsland of Engeland om op bezoek te gaan bij soortgelijke ge-zelschappen en ging eenmaal per jaar dineren met de dames. De contributie bedroeg in 1938 achthonderd gulden per jaar, in een tijd dat drieduizend een fatsoenlijk middenklasse-inkomen betekende. Alsof dit al geen rem genoeg was op het lidmaatschap, was dat laatste slechts toegankelijk op voorspraak van twee leden die minimaal al vijf jaar lid moesten zijn en na een proeftijd van een jaar.
Maar de tijden veranderen. Door Strijd Tot Broederschap transformeerde tot D.S.T.B. en vorige week maandag moesten wij op weg om het tweede team van deze vereniging te bestrijden. Ik moet zeggen, toen wij de Bloemenzaal van het Grand Hotel binnengingen, dacht ik eerst “niets veranderd”. Er lag dik tapijt op de vloer, er lagen Perzische kleedjes op alle tafeltjes, er waren geriefelijke kuipstoeltjes voor de spelers en niet alleen de eerste, nee alle consumpties waren voor rekening van de ontvangende vereniging. De voorzitter heette ons welkom in een driedelig maatcostuum en al droeg geen der leden nog een gouden horlogeketting, ik ontwaarde in de revers twee Nassaus en een Leeuw. Alles zag er ouderwets deftig en ingetogen uit. Met één uitzondering................mijn tegenstander.
Ik heb in mijn lange leven heel wat langharig al dan niet werkschuw tuig meegemaakt, maar deze man sloeg alles. Zijn haren hingen niet op zijn schouders, hij moest moeite doen er niet op te gaan zitten en zo nu en dan lukte dat niet en trok hij een pijnlijk gezicht. Hij trok trouwens doorlopend grimassen, hij pluisde aan het tafelkleedje, hij zat geen moment stil, kortom, hij was erg irritant. Hij lispelde toen hij zich voorstelde. Ik verstond iets als Absalon en aangezien ik die naam wel passend vond, heb ik het daar maar bij gelaten.

Ik was vrij vroeg klaar en raakte met de voorzitter van D.S.T.B. in gesprek. “Zulke mensen liet uw vereni-ging - eh, uw gezelschap vroeger niet toe”, zei ik, de blik op mijn verslagen tegenstander richtend. “Mijnheer”, zei de voorzitter, “toen de heer Absalon zich bij ons als lid aanmeldde, onderscheidde hij zich in niets van de andere leden. Er is hem iets overkomen dat een nerveus wrak van hem heeft gemaakt en wij konden het niet over ons hart verkrijgen om hem verder als lid te weigeren.”
“Maar wrak of niet, u kunt toch eisen, dat hij op tijd naar de kapper gaat.”
“Dat is het juist. Hij ging tien, twaalf jaar geleden naar de kapper en moest even wachten. Er werkte daar een stagiaire, een oosters meisje, klein, elegant, met een prachtig ovaal gezicht en ravenzwart haar in twee sierlijke krullen bij haar oren opgestoken. Absalon had moeite niet aanhoudend naar haar te kijken. Zeker, er was hem eens voorspeld: “Hoedt u voor vrouwen uit het oosten”, maar het was een voorspelling waar-over hij de schouders had opgehaald.
Hij zag hoe het weer buiten snel betrok. Lichtflitsen zag hij nog niet, maar hij hoorde het wel rommelen. Opeens een verblindend licht en een geweldige knal. De bliksem was in de kapsalon ingeslagen. Een vrouw onder de droogkap begon te gillen. Uit de kap spoten vonken. De stekker en de wandcontactdoos waren met elkaar versmolten. De kapper greep een scheermes, reikte het aan de stagiaire en deze wierp het met een karateworp naar het snoer. Ze sneed het doormidden. De vonkenregen stopte, de vrouw hield op met gillen. De kapper maakte de droogkap los. Het haar stond in pieken naar alle kanten, hard als ijzerdraad. Wat de kapper ook probeerde om het te fatsoeneren, het sprong onmiddellijk weer terug. De stagiaire fluisterde hem iets in het oor. De kapper knikte. “Mevrouw”, zei ze, “we zijn bang dat er aan uw haar niets meer te doen is. Vindt u het goed, dat meneer het afknipt en dan kunt u mijn haar krijgen.” Toen bleek, dat ze een pruik droeg, al mocht het haar dat er onder zat, er ook zijn.
Terwijl kapper en stagiaire met die mevrouw bezig waren, bezorgde de post een groot pakket. De vrouw van de kapper, die er inmiddels bij gekomen was, zette het op het krantentafeltje, waar Absalon aan zat te lezen, vroeg of het gepermitteerd was en begon het pak te openen. Een stuk papier viel van de tafel af. Ab-salon raapte het beleefd op en las “Diergaarde Blijdorp.” “Neem me niet kwalijk”, zei hij, “maar ik geloof dat dit pak niet voor u bestemd is.” Maar hij was te laat. Uit het pak schoot naar boven de kop van een giftige cobra.
“Uit de weg!” riep de stagiaire. Ze greep de cobra achter zijn kop en begon een deuntje te fluiten. Nee, een deuntje was het niet. Het was een verzameling vreemde tonen, maar die had wel effect. De cobra verslapte en viel in slaap. De stagiaire legde hem terug in de doos en met behulp van plakband en touw werd het pak weer dichtgemaakt. “Ik ga gelijk Blijdorp bellen”, zei de kapper. “En ik zal, zodra ik tijd heb, mijn be-klag doen bij de post. Dit is nu al de tweede keer in een week dat ik een verkeerd pakket krijg.”
Er werkte in zaak ook nog een knechtje. Misschien dat hij door het al het gebeuren toch wat zenuwachtig geworden was of misschien was hij gewoon onhandig, maar hij knipte opeens zijn klant midden in diens oor.
“Geeft niet”, zei de stagiaire. Ze kwam met een grote prop watten. “Houdt u die maar even tegen uw oor, dan ga ik voor u op zoek.”
Hebt u bij de tandarts wel eens een kroon nodig gehad? En dan gezien hoe die tandarts met allerlei kronen in allerlei kleuren komt om te kijken welke bij uw gebit past? Nu zoiets deed de stagiaire. Ze deed een lade open en pakte daar een plat uit met zeker twee dozijn mensenoren. “Even kijken of we een goeie hebben.” En tegen Absalon: “U bent zo aan de beurt.”
Absalon wachtte die beurt niet af. Hij holde de zaak uit. Het is meer dan tien jaar geleden, maar hij is met geen stok meer bij een kapper binnen te krijgen.”

Ik weet niet wat ik van dit verhaal moet geloven. Als het waar is, zou naar mijn mening een lichte vorm van dwangverpleging het imago van D.S.T.B., de geestelijke gezondheid van Absalon en de bloeddruk van zijn tegenstanders zeer ten goede komen.

Kale Harry.

Bezoekers - VCNT

Vandaag 6

Gisteren 27

Week 49

Maand 489

Totaal 63940

Currently are 28 guests and no members online

Links

      

SCHAAKSITE.NL

VDS -activiteiten

ma di wo do vr za zo
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
Datum : donderdag 20 April 2017
21
22
23
24
25
26
27
Datum : donderdag 27 April 2017
28
29
30
© Copyright 2019 | Vriendschap Door Strijd

Please publish modules in offcanvas position.