Op donderdag op de club gespeeld en op vrijdag met VDS3 in de OSBO competitie. Frank gaf in het partijverslag van de OSBO wedstrijd aan dat ik daar een toren offerde en uiteindelijk won. Dat is te veel eer en suggereert een strategie. Het was nog erger. Ik stond een toren en twee pionnen achter doordat ik (zwart) in de fuik liep door met paard en loper op f7 in een penning op de dame en de toren kwam. We speelden tegen het jeugdteam. De tegenspeler had deze theorie goed uitgevoerd. Ik kon de dame nog wel in veiligheid brengen, maar de toren viel toch na een paar zetten. Uiteindelijk stonden alle zwarte stukken op de a tot d lijn; verder was het bord leeg…….! Was weinig hoopvol en dat na 10 zetten. Maar ja wat doe je dan. Ik was met Gerald meegereden, dus alvast vanuit Putten gaan lopen was ook niet zo plezierig. Andre heeft mij voorgehouden dat in de OSBO gewoon doorgespeeld mag (moet?) worden. Dus de knop maar omgezet en niets meer te verliezen, verder gespeeld.
Na een penning op de dame van wit, viel een toren. Daarna wat stukken afgeruild. Toen stond mijn koning (op wit tegenover een zwarte loper van de tegenstander) op de e-lijn met een pion, een loper en nog een pion. De toren van wit kon er niet bij komen. Ik kon met mijn toren evenwel lekker overal heen en rustig één voor één een stuk of vijf pionnen verschalken. De rest stond vast, dus uiteindelijk was opgeven door wit de enige optie. Een goed gevoel na een aantal minder gelukkige OSBO-wedstrijden.
Ook de avond ervoor een boeiende wedstrijd. Omdat VDS1 en VDS2 ook speelden, werd de enthousiaste rest naar de stamtafel verbannen. Aldaar speelden Harry en Bram en ik tegen Frank N. Aan die stamtafel werd een dubbel koningsgambiet gespeeld. De vonken sprongen er af. Er was weinig belangstelling. Slechts de tegenstanders van onze medeclubleden hadden snel door dat hier interessante partijen werden gestreden. De factor tijd was in beide partijen cruciaal. Bram ging door de klok en ik ook bijna. Met dat verschil dat ik Frank nog net mat kon zetten. Frank wilde wel weten hoeveel tijd ik nog had (we waren opgescheept met die vooroorlogse klokken). Dat bleken zo ongeveer 21 seconden te zijn. Tijd zat dus.
Ron