VDS 1 speelde afgelopen donderdag tegen Schaakstad 4. Een echte derby en altijd leuk omdat enkele spelers uit het team van Schaakstad goede bekenden zijn van de VDS'ers, zoals Cees van Bohemen en Theo Visschedijk. Zij doen ook wel eens mee met onze open toernooien. En dan was het nog eens extra gezellig omdat ook een team van Voorst aantrad tegen VDS 2. De Voorstenaren zijn altijd meer dan welkom in Beekbergen en het kaartje dat we van hen kregen na het overlijden van Chris Plante zullen we niet gauw vergeten. Verder stond er de hele avond de grote wisselbokaal van het toernooi in Voorst op tafel, met daarin ook een vermelding van Schaakdorp Beekbergen, verwijzend naar een team met VDS'ers die deze beker ooit heeft gewonnen. Of Schaakstad Apeldoorn daarvan geschrokken was weet ik niet, maar misschien heeft het net de doorslag gegeven voor de minimale overwinning van VDS 1; het werd 4½ - 3½.
Onze eerstebordspeler Martijn kon deze avond niet meedoen in verband met zijn naderend vaderschap en daarom was naderend GV Frank uit Terschelling neergedaald om VDS in het zadel te houden en tevens de familie-eer hoog te houden. Voor het eerste team was het de eerste invalactie in dit hele seizoen en een die er zijn mocht.
Zelf speelde ik aan het laatste bord met wit een aangenomen damegambiet. Toen ik aan kon sturen op remise deed ik dat, in de wetenschap dat wij aan de hogere borden wat sterker zouden moeten zijn dan Schaakstad. Ook Frits had al snel remise in een stand waar weinig muziek meer in zat. Het stond 1-1, en de basis voor onze latere overwinning was daarmee gelegd, hoewel, alleen met remises kun je natuurlijk niet winnen. Gelukkig was Erwin goed bezig met ver opgerukte stukken en pionnen, en hij kon als eerste een overwinning laten bijschrijven. Invaller Frank liet ons zijn oude motto weer eens zien: een dag niet geofferd is een dag niet geleefd. Zijn partij tegen Theo Visschedijk trok veel bekijks en in de wandelgangen werd er wel wat getwijfeld aan de juistheid van zijn offers, maar de winnaar heeft altijd gelijk en dat was Frank; hij stond geloof ik al drie stukken achter toen hij de partij bekroonde met een vernietigend dameoffer. De twee torens die hij overhield waren genoeg om Theo's zwarte koning mat te zetten.
George had mij al gemaild dat hij zich enorm goed aan het voorbereiden was op zijn partij door de schaakbibliotheek nog eens door te nemen en zijn rust te pakken en dat betaalde zich helemaal uit; in het eindspel kreeg hij na een afruilactie een vrijpion die niet meer te stuiten was. George mocht de felicitaties in ontvangst nemen en daarmee stond het 4-1 en hadden we dus nog een halfje nodig om de wedstrijd te winnen. Waar moest dat halfje vandaan komen? Bert speelde op bord 1 een partij die voor gewone stervelingen nauwelijks te volgen was, maar in materiaal stond hij gelijk. Henk stond er met zwart tegen Cees van Bohemen op het eerste gezicht allerbelabberdst voor. Van alle kanten bestookten torens, loper en dame en paard zijn koning en het zag er niet naar uit dat die zich nog zou kunnen bevrijden uit dat spervuur. Carlo had mij al een keer gezegd dat zijn eigen partij er remiseachtig uitzag.
Ik maakte de overgebleven spelers duidelijk dat ze met een remise de wedstrijd zouden kunnen winnen, maar de remises die door ons werden aangeboden, werden door Schaakstad weggewimpeld, logisch, omdat zij met een remise de wedstrijd zouden verliezen. Henk kwam steeds slechter te staan en had ook nog minder dan een minuut op de klok toen hij de handdoek in de ring wierp. "Je stond de hele partij nogal gedrongen, nietwaar," opperde ik voorzichtig direct na de verloren pot, waarop Henk riposteerde: "Wat kan mij dat nou schelen, als ik maar win!" Een waarheid als een koe, maar dat doet weinig af aan het fraaie spel van Cees van Bohemen, die volgens mij van de Schaakstadters trouwens de hoogste rating heeft.
Nu stond het 4-2 en hadden we nog steeds een halfje nodig. Aan Carlo's bord was het al lang niet meer zo remiseachtig als eerder op de avond en Berts bord stond nog vol met stukken. Het was nu dus echt wel tijd om de overwinning naar ons toe te trekken. Bert had zich voorgenomen niet met een remise naar huis te gaan en bovendien stond hij naar eigen zeggen iets beter, maar gelukkig was hij zich bewust van de ernst van de situatie. Nadat hij nog eens een blik op Carlo's bord had geworpen en daarna in zijn eigen partij niet een hele duidelijke directe winst zag, accepteerde hij in het teambelang het remiseaanbod van zijn tegenstander en was de stand dus 4½-2½.
Carlo was bezig met een ingewikkeld toreneindspel. Beide spelers hadden nog maar weinig tijd op de klok en een foute zet is dan zo maar gebeurd. Helaas voor ons was het Carlo die de eerste fout maakte en die was meteen dodelijk; na een geniepig schaakje zou hij zijn toren verliezen en hij kon meteen opgeven. Gelukkig waren we toen al verzekerd van de overwinning en konden we allemaal met 2 matchpunten in de pocket naar huis. VDS 1 heeft in de laatste wedstrijd nog steeds een kans om naar de promotieklasse te promoveren!
| 1. | Bert Meester | (2040) | - | Anton Weenink | (1902) | ½ | - | ½ |
| 2. | George van den Esschert | (2003) | - | Berto Wanschers | (1837) | 1 | - | 0 |
| 3. | Erwin Greven | (1893) | - | Ferdi Arts | (1842) | 1 | - | 0 |
| 4. | Frank London | (1731) | - | Theo Visschedijk | (1816) | 1 | - | 0 |
| 5. | Henk Greevenbosch | (1819) | - | Cees van Bohemen | (1988) | 0 | - | 1 |
| 6. | Frits Wilbrink | (1769) | - | Marco van de Nieuwendijk | (1894) | ½ | - | ½ |
| 7. | Carlo Buijvoets | (1795) | - | Jan den Besten | (1809) | 0 | - | 1 |
| 8. | Johan van Ommen | (1676) | - | Dick van de Klis | (1733) | ½ | - | ½ |
Johan