VDS 1 eindelijk thuis
terug naar nieuws kies een andere ronde
Zaterdag 12 december. VDS mag
eindelijk echt thuis spelen in de Promotieklasse van de OSBO. Nadat we onze
eerste thuiswedstrijd noodgedwongen uit moesten spelen in Arnhem (en verloren)
waren we vandaag dus gastheer voor de koplopers van UVS 2 uit Nijmegen.
Verrassende koplopers, want op basis van de gemiddelde rating zou je het team van
UVS niet op de eerste plaats verwachten. Ze hadden alle drie wedstrijden nog
gewonnen en aan VDS de taak om die serie tot een eind te brengen. We moesten
het nog steeds stellen zonder onze teamleider George van den Esschert en dit
keer was ook Harm Schoten afwezig. Met twee invallers aan de borden 7 en 8
trokken wij ten strijde.
Aan bord 2 was het Bert Meester die
als eerste een resultaat boekte. “Eindelijk een gewone overwinning in de
promotieklasse” verzuchtte hij net voordat hij het punt incasseerde. Hij was
door zijn tegenstander min of meer gedwongen geweest een stuk te offeren en
wist daar vervolgens wel raad mee. De zwarte koning kwam verschrikkelijk op de
tocht te staan en Bert had vrij spel met zijn dame en even later een toren
daarbij. De Nijmegenaar kon alleen nog mat voorkomen door zijn dame te geven
voor een toren en ook dan was het volgens mij slechts kortstondig uitstel van
executie geweest. We namen dus weer een voorsprong dank zij Bert.
De volgende beslissing viel aan
bord 5 waar Frank London eerst nog een remiseaanbod geweigerd had zien worden,
maar een tijdje later het halfje toch veilig stelde toen zijn tegenstander niet
meer zag hoe hij verder moest. Frank heeft wel behoorlijk staan keepen, was
mijn indruk, want op de damevleugel kwam zijn tegenstander na een b4-opening
(van wie kennen we dat toch?) behoorlijk opzetten met zijn pionnen. Maar we
weten allemaal dat Frank een meester is in het remisespelen. De tussenstand:
1˝-˝.
Nu was het de beurt aan Johan van
Ommen om als invaller aan bord 7 de partij te beëindigen. Johan was al veel eerder
bij mij gekomen om me te melden dat hij te lang had nagedacht en geen uitweg
uit de problemen meer kon vinden. Hij was zwaar onder vuur komen te liggen en
toen zijn tegenstander met een toren en een paard de koningsstelling van Johan
bedreigde, was het afgelopen. Johan liet het zich niet verder uitleggen en gaf
op. De tussenstand werd nu gelijk: 1˝-1˝.
Een korte tijd later was het onze
andere invaller Hans Hertgers die aan bord 8 VDS weer op voorsprong zette. Hans
had een spannende partij waarin hij een kwaliteit had gegeven voor een
koningsaanval. Een loperoffer op h7 werd door zijn tegenstander wijselijk niet
aangenomen, maar daarna pende Hans met een listige loperzet de zwarte dame op
de koning. Het duurde nog wel een tijdje omdat Hans voorzichtig moest manoeuvreren
met zijn dame tegen een loper en een toren, maar de winst liet hij zich niet
meer ontgaan. Tussenstand: 2˝-1˝.
Al vroeg in de middag, na de winst
van Bert, had Henk Greevenbosch (bord 4) aan mij gevraagd of hij remise mocht
aannemen. Hijzelf voelde er wel voor en hij zei erbij dat hij anders vreesde
voor een nederlaag. Ik had geen goed zicht op de resterende partijen, vroeg
Martijn wat zijn inschatting was en zei vervolgens tegen Henk dat hij zelf
mocht beslissen. Een kwartiertje later zag ik dat Henk nog steeds schaakte en
ik vroeg hem waarom hij de remise niet had aangenomen. “Martijn vond dat ik
beter nog even door kon spelen”, was zijn antwoord. Achteraf was dat een
verkeerde beslissing, want de stelling van Henk ging van kwaad tot erger en
toen ik laat op de middag een kijkje nam, zag ik dat hij een kwaliteit plus één
of twee pionnen achterstond. Het gevolg was dan ook als deze
materiaalverhouding doet vermoeden, een nederlaag voor Henk. Het is niet zijn
eerste halfje dat hij, zich opofferend voor het team, verspeelt. De tussenstand
was weer gelijk: 2˝-2˝.
Nu waren er nog drie partijen
gaande die geen van drieën goed leken voor ons. Een pion achter op bord 1, een
opgesloten loper op bord 3 en een kwaliteit achter op bord 6. Hoe redden wij
ons hier uit?
Ikzelf speelde aan bord 6 en al
geruime tijd eerder, rond mijn 20e zet, had ik Frank gevraagd hoe de
situatie was en of ik op remise kon spelen. In dat stadium lag zetherhaling in
mijn partij voor de hand en hadden mijn tegenstander en ik al twee keer dezelfde
stelling op het bord gehad. Frank zei dat het beter was om door te spelen en
dus week ik af en ging verder met mijn partij. Mijn stelling werd er langzaam
maar zeker niet beter op en toen de tijdnood zich aandiende zag ik mij
genoodzaakt een kwaliteit te offeren omdat ik anders een hele belangrijke pion
zou verliezen (zie diagram).

Vanuit de diagramstelling speelde
ik 36. Txd5 omdat ik na Td2
Pxe3 geen enkele kans meer voor mijzelf zag. Nu zadelde ik zwart op met een
dubbelpion en had ik nog mogelijkheden om de stelling gesloten te houden. Ik
moest wel nog vier zetten in anderhalve minuut spelen om de tijdcontrole te
halen terwijl mijn tegenstnder heel wat ruimer in de tijd zat. Er volgde 36. … exd5 37. Pc2 Tfe8
38. Kf2 Pd6 39. Lf3 Pe4+ 40. Lxe4 Txe4 waarna
de tijdcontrole zonder verdere kleerscheuren gehaald was en ik kon gaan
nadenken over een remiseweg, want op meer dan dat hoopte ik natuurlijk niet
meer. Na 41. Pd4 Tde8 42. Te1 Kg7
stond de volgende stelling op het bord.

Nu zag ik kans om mijn toren naar
de g-lijn te spelen om vervolgens mijn e-pion vanaf g3 te kunnen gaan dekken.
Mijn toren staat iets actiever op die g-lijn wat misschien wel cruciaal is in
deze stelling. Na 43. Tg1 mag
zwart natuurlijk niet happen op e3 wegens Pf5+ en torenverlies. Er volgde nog 43. … Kf6 44. Tg3 h6 45. h4 Tg8
46. Pf3 Tge8 47. Pd4 waarna remise overeen werd gekomen.
Zwart zag niet hoe hij verder moest komen zonder een kwaliteit terug te offeren
en het was te onduidelijk om dat risico te nemen. Ik moet zeggen dat de remise
voelde als een overwinning, nadat ik noodgedwongen de kwaliteit had moeten
offeren. De tussenstand bleef dus gelijk: 3-3.
Aan het eerste bord had Martijn
inmiddels zijn pion achterstand weggepoetst en keek zijn tegenstander tegen een
iets mindere stelling aan omdat hij een geďsoleerde dubbelpion op de e-lijn had
terwijl de zwarte pionnen netjes in slagorde naast elkaar op het bord stonden.
Er gloorde hoop in de harten van de VDS’ers omdat op het derde bord ernstig met
verlies rekening werd gehouden. Met elk nog een paard en vier pionnen was het
echter moeilijk om een winstplan te bedenken en klaarblijkelijk nog moeilijker
om dat te vinden, want een tijdje later werd remise overeengekomen en bleef de tussenstand
dus gelijk: 3˝-3˝.
Op bord 3 speelde Erwin Greven
tegen de enige invaller van onze gasten. Ik hoorde dat de Nijmegenaren wegens
plotselinge ziekte van iemand uit hun eerste team, ’s ochtends een vaste kracht hadden moeten afstaan en zelf op
zoek waren gegaan naar een invaller. De eerste elf pogingen waren mislukt en
uiteindelijk hadden ze Frans Nijenhuys (1565) bereid gevonden om mee te gaan
naar Beekbergen. Onze gasten spraken al steeds vol lof over het door Frans
vertoonde spel, en dat mocht ook wel. Met ruim 300 minder ratingpunten dan
Erwin wist hij onze man meer dan aan het wankelen te brengen. Een fraai
gespeeld eindspel leverde Frans op b8 opgesloten loper op. Hoewel hij nu een
stuk achter stond, kon Erwin dankzij een gunstige pionnenstructuur nog net de
vijandelijke koning buiten de deur houden. Toen Frans hoorde dat de stand
gelijk was en zijn partij de laatste was die nog aan de gang was, ging hij
akkoord met remise waardoor ook de einduitslag gelijk werd: 4-4. Het moet
gezegd, gezien zijn lage rating vond ik dat Frans het huzarenstukje van de dag
heeft afgeleverd. Mijn complimenten! Maar die gaan natuurlijk ook uit naar
Erwin die ondanks de moeilijke stelling zijn partij nog net de veilige remisehaven
wist binnen te loodsen.
Tenslotte mag niet onvermeld
blijven dat Frank Nelemans de hele middag de bar gedraaid heeft en ons
natuurlijk van support heeft voorzien, evenals daar waren: Rob Amato, Arie van
Veen, Gerald Visch en Frits Wilbrink. Ze waren er niet allemaal de hele middag,
maar toch… Wij hadden er steun aan. Eigenlijk verwacht je dan dat alle VDS’ers
die in Beekbergen wonen toch even hun gezicht komen laten zien bij het eerste
optreden van hun club in de promotieklasse in eigen huis, maar uh… waar was uh…???
Niet dat ik hem gemist heb hoor!
Carlo Buijvoets
OSBO Promotieklasse: ronde 4
|
|
VDS (1839) |
UVS 2 (1818) |
4 - 4 |
|
1 |
M. London (2045) |
A.
Sprinkhuizen (1996) |
˝ - ˝ |
|
2 |
B. Meester (2042) |
M. de Kruyf (1813) |
1 - 0 |
|
3 |
E. Greven (1886) |
F. Nijenhuys (1565) |
˝ - ˝ |
|
4 |
H. Greevenbosch (1860) |
R. van der
Spoel (1865) |
0 - 1 |
|
5 |
F. London (1731) |
L. Hofman (1800) |
˝ - ˝ |
|
6 |
C. Buijvoets (1800) |
C. Verstegen (1860) |
˝ - ˝ |
|
7 |
J. van Ommen (1650) |
K. Wüstefeld (1852) |
0 - 1 |
|
8 |
H. Hertgers (1696) |
P. Friessen (1794) |
1 - 0 |