VDS 1 voelt zich niet thuis in Arnhem
terug naar nieuws kies een andere ronde
Zaterdag 31 oktober. VDS heeft een
thuiswedstrijd op het programma staan tegen De Toren 3 uit Arnhem, maar omdat er
in De Hoge Weye in Beekbergen geen zaal beschikbaar is, heeft onze teamleider
besloten de wedstrijd maar in het hol van de leeuw af te werken. Dus reizen er
om kwart over twaalf acht schakers vanuit Beekbergen af naar Arnhem om daar een
vervolg te geven aan het prachtige debuut in de promotieklasse enkele weken eerder
in Bennekom. De stemming is goed en er heerst een gevoel van “Dit moet kunnen!” We zijn dit keer met
onze eerste bordspeler, maar de teamleider moet verstek laten gaan. Ikzelf
treed op als zijn plaatsvervanger en Henk Greevenbosch is gevraagd of hij als wedstrijdleider
dienst wil doen. In Arnhem blijkt dat dit laatste niet nodig is omdat ook De
Toren 2 (eveneens promotieklasse) en De Toren 1 (KNSB-competitie) thuis spelen
en er een KNSB-wedstrijdleider aanwezig is die ook zal toezien op onze
wedstrijd. Dus we kunnen lekker gaan schaken.
Frits Wilbrink is als invaller voor
George van den Esschert meegegaan en speelt aan bord 8. De stelling van Frits
ziet er behoorlijk evenwichtig uit en deze partij eindigt dan ook als eerste in
remise. Na de partij vertelt Frits dat hij net voor de puntendeling
overeengekomen werd, een loper van zwart had geslagen en als die loper meteen
teruggeslagen zou zijn, wit gewonnen zou hebben. De zwartspeler ruilde echter
eerst de dames af en zo werd de remise een feit.
Aan bord 2 speelde onze hoogste
ratinghouder sinds 1 november, Bert Meester. Zijn partij wilde volgens eigen
zeggen echter niet tot leven komen en zo berustte ook Bert in remise. De strijd
ging voorlopig dus gelijk op.
Frank London verdedigde bord 5 en
moest met zwart tegen een bekende van hem. Bij aanvang van de partij hoorde ik
Frank mompelen: “Nee hè, dat heb ik weer,” doelend op zijn tegenstander. Daarin
klonk weinig zelfvertrouwen door en in het verloop van de partij werd Frank dan
ook stevig onder druk gezet. De druk liep zelfs zo hoog op dat Frank op een
bepaald moment over het hoofd zag dat hij schaak stond. De wedstrijdleider
erbij en zijn tegenstander werd beloond met twee minuten extra op de klok. Niet
dat hij die nodig had, want Frank was inmiddels zo uit zijn doen dat hij enkele
zetten later op moest geven.
Harm Schoten speelde op bord 7 een
moeilijke partij en werd op een bepaald moment geconfronteerd met een inslag op
f7. Dat is veelal een veeg teken en ook nu. Harm werd vakkundig opgerold,
waarna we met 3-1 achterstonden.
Op bord 3 speelde Erwin Greven met
zwart de sterren van de hemel. Vrijwel direct na het opgeven van Harm wist
Erwin namelijk de achterstand weer terug te brengen tot slechts één punt.
Op bord 6 speelde ikzelf een
geweigerd Morragambiet en menigeen, inclusief ikzelf, had in onderstaande stelling
na 28. … Dc6-e8 het punt al geteld voor VDS. Echter, terwijl we
allebei nog zo’n twintig minuten op de klok hadden, begon ik naar een winstweg
te zoeken. Ik wilde op een of andere manier gebruik maken van de positie van de
toren op g5. Dat duurde en duurde, maar ik vond het niet en toen ik uiteindelijk
besloot maar een zet te doen, waren we ruim een kwartier verder. Ik had nog 2 á
3 minuten over.
Achteraf zei Frank dat hij mijn spel in tijdnood zo allerbelabberdst vond en
dat kon ik alleen maar beamen. Ik raakte in paniek en hielp mijn mooi
opgebouwde stelling vakbekwaam om zeep. Op zet 40 ging ik alsnog door de vlag
en kon ik het mij door mijn tegenstander aangeboden biertje als troostprijs
nuttigen.
Achteraf denk ik dat de voortzetting voor wit moet beginnen met 29. h4 om
inderdaad te spelen op de zwakke positie van de toren op de g-lijn. Maar een
directe winst hebben Fritz en ik niet gevonden.

Nog twee partijen aan de gang en
een 4-2 achterstand… meer dan een gelijk spelletje zat er dus niet in en een
blik op de resterende borden leerde al snel dat ook een gelijk spel tot het
rijk der fabelen behoorde. Henk Greevenbosch kreeg op bord 4 even later een
remiseaanbod en hij vroeg aan mij of hij dat aan mocht nemen. Ik heb hem alleen
de stand in de wedstrijd gezegd en daarop besloot hij zelf door te vechten, of
moet ik zeggen zich dood te vechten, want daar kwam het uiteindelijk wel op
neer. Henk miste korte tijd later een finesse waardoor hij een kwaliteit ging
verliezen. Dat was voor Henk aanleiding om tegen zijn tegenstander te zeggen: “Als
je geen remise wilt, geef ik maar op.”
Nu was alleen Martijn London op
bord 1 nog aan het werk. In een stelling met een stuk tegen drie pionnen zag
Martijn die witte lawine over de b, c en d-lijn op zich afkomen. Hoe deze te
stoppen? Uiteindelijk vond Martijn de oplossing in het geven van twee stukken
voor alle pionnen van de tegenstander waarna een eindspel resteerde met twee
pionnen en een toren voor Martijn tegen een loper en een toren voor zijn
tegenstander. Die hield het toen wel voor gezien en bood remise aan, wat door
Martijn zonder nadenken werd geaccepteerd. De eindstand kwam daarmee op een
bittere 2½-5½ nederlaag voor de onzen. Toen we op de parkeerplaats in de auto’s
stapten wilde ik nog even tellen hoeveel punten we, Bert en ik, nu elk in de
auto hadden. Bert bleek 2½ punt in de auto te hebben en ging bijna door zijn
assen. Hoe de stemming in mijn auto was op de terugweg, laat zich licht raden!
Carlo Buijvoets
OSBO Promotieklasse: ronde 2
|
|
VDS (1868) |
De Toren Arnhem 3 (1860) |
2½ - 5½ |
|
1 |
M. London (2045) |
B. van Onzen (2018) |
½ - ½ |
|
2 |
B. Meester (2042) |
R. Visee (1859) |
½ - ½ |
|
3 |
E. Greven (1886) |
R. Engelen (1839) |
1 - 0 |
|
4 |
H. Greevenbosch (1860) |
J.W. Van Willigen (1824) |
0 - 1 |
|
5 |
F. London (1731) |
M. Teunissen (1904) |
0 - 1 |
|
6 |
C. Buijvoets (1800) |
R. Post (1881) |
0 - 1 |
|
7 |
H. Schoten (1809) |
F. Beumer (1779) |
0 - 1 |
|
8 |
F. Wilbrink (1771) |
B. McNab (1774) |
½ - ½ |