VDS 1 debuteert

terug naar nieuws              kies een andere ronde

Het kon natuurlijk niet fout gaan! Toen onze teamleider de opstelling had meegedeeld, zei ik meteen al: “Oké, dus een 0 aan bord 1 en een remise aan 2. Ons eerste halfje is binnen. Dan hoeven we nog maar 4 puntjes aan de zes overige borden bij elkaar te sprokkelen. Moet kunnen.” George voegde daar meteen aan toe: “En dat is niet alles, hoor. Ik heb mijn Fransspelers zwart gegeven zodat we eigenlijk al met 2-0 voor staan.” Meer overtuigingskracht had George niet nodig om zijn opstelling er bij ons door te krijgen. We legden ons neer bij de keuze van de teamleider en voor deze speciale gelegenheid reden we niet ongelood, maar afgeladen met lood (in de schoenen) in colonne naar Bennekom.

We waren natuurlijk veel te vroeg, net zoals brugpiepers in het begin van hun middelbare schoolcarrière altijd veel te vroeg op school zijn. Doen ze dat nou voor de gezelligheid, uit angst om te laat te komen of gewoon omdat ze nog niet weten dat de adrenalinekick van zo lang mogelijk in bed blijven liggen en dan in een rush opstaan, aankleden, ontbijten (hoeft niet per se), naar school jakkeren en in de bel het gebouw binnengaan veel lekkerder is? In elk geval waren wij tot de tanden gewapend met zenuwen en vertrouwden allerminst op een goede afloop. We moesten het immers stellen zonder onze eerste bordspeler Martijn London, die waarschijnlijk weer ergens de rapen aan het gaar koken was. Dan lever je aan gemiddelde teamrating meteen 50 punten in. Ook moesten we het stellen zonder de degelijkheid van Harm Schoten: fietsvakantie. Dit betekent aan gemiddelde teamrating nog eens -10 punten. Maar gelukkig kunnen we aan de lagere borden altijd invallers opstellen die niet onder doen voor de kracht aan de borden 6, 7 en 8, en dit keer had onze teamleider André Schols en Frits Wilbrink daarvoor ingehuurd.

De reputatie van Frits was hem vooruitgesneld, want in het verslag op de website van Bennekom wordt hij Frans Wilbrink genoemd. Dat ze hem in dat verslag onze zwakste invaller durven te noemen is opmerkelijk, want aan het tweede bord leverde Frits een fraaie remise af tegen iemand met ruim 150 meer ratingpunten. Wij weten beter. Wie heeft niet ooit gedacht Frits in de zak te hebben om zich vervolgens toch weer met remise tevreden te moeten stellen?

Zwaktes kende ons team gewoon niet. Het best werd dit geïllustreerd door Bert Meester (aan bord 4) en André Schols (7). Bert deed een voorgift van twee pionnen, wetend dat het allemaal wel goed zou komen en André leverde een stuk in tegen twee pionnen, erop vertrouwend dat zijn gulheid wel beloond zou worden. Luidt het gezegde immers niet ‘Wie goed doet, goed ontmoet’? Zij kregen allebei gelijk, want waar in het verslag van Bennekom over de verloren posities van Bert en André wordt verhaald, is voorbijgegaan aan dit principe. Eerst gaf de tegenstander van André een volle toren terug waarna het gezicht van onze man duidelijk opklaarde. Dat hij vervolgens berustte in remise, toont aan dat hij de goedheid zelve is en niet het onderste uit de kan wil. Daarna was het de beurt aan de tegenstander van Bert, die gaf, iets minder royaal, slechts een stuk terug. Deze zuinigheid van zijn tegenstander maakte Bert minder coulant dan André en hij sleepte daarom maar het hele punt binnen.

Frank London fungeerde als stand in voor Martijn en bezette dus het eerste bord. Daar kreeg hij maar liefst 460 ratingpunten meer tegenover zich dan hij zelf heeft. Het kwaliteitsverschil is daarmee voldoende benadrukt en het siert onze Zomerkoning dat hij zich voor de afwezigheid van zijn zoon heeft  willen opofferen.

Op bord 8 zat Henk Greevenbosch die van George de duidelijke opdracht had meegekregen: met minder dan een heel punt ben ik niet tevreden. Volgens het verslag van Bennekom kwam de tegenstander van Henk gewonnen te staan, maar Henk prevelde maar steeds iets over ‘bekende theorie’. Afgaand op de klok mogen we hem geloven, want zijn tegenstander gebruikte véél meer tijd en kwam in tijdnood. Ik heb Henk er zelf nog niet over gehoord, maar denk dat hij in die fase de nekslag toediende.

Afgaand op het verslag van Bennekom is de partij van Erwin Greven (bord 5) redelijk in evenwicht gebleven. Daar werd het punt gedeeld.

Teamleider George van den Esschert (bord 3) wist zijn tegenstander in het nauw te krijgen door hem twee pionnen afhandig te maken. In een eindspel met twee verbonden vrijpionnen en een toren tegen toren was het nog wel even manoeuvreren voor onze leider, maar op een bepaald moment hoorden we hem zeggen: “Met één minuut op de klok win ik dit ook nog!” Zo geschiedde en de wedstrijd was gewonnen.

Alleen ikzelf zat nog aan bord 6 te ploeteren. Een hele middag met verlenging zwevend tussen hoop en wanhoop, was mij de lust tot schaken allang vergaan. Ik was slecht uit de opening gekomen en had voor mijn gevoel de hele middag met de rug tegen de muur gestaan, wachtend op het genadeschot dat maar niet wilde komen. Ik had al het een en ander afgeruild om de kracht van wit te beteugelen, maar wit speelde sterk. Tussen zet 20 en 40 vond mijn tegenstander niet steeds de beste zet en ik kwam terug in de partij. Met nog ongeveer 15 seconden op de klok haalde ik de tijdcontrole en daarna ging mijn wereld er steeds rooskleuriger uitzien. Ik had ook al een keer remise aangeboden, maar kreeg toen te horen: “Gezien de stand in de wedstrijd mag ik daar natuurlijk niet op ingaan.” Dat was toen George als enige behalve mij nog bezig was met zijn partij en het duidelijk was dat hij ging winnen. Dan valt er wat druk van je af omdat je weet dat jouw prestatie het team niet de das om zal doen. Het was trouwens een enerverend eindspel. Op een bepaald moment miste ik een voor de hand liggend vorkje wat mij mijn mooiste pion kostte. Op dat moment vreesde ik en ik denk alle VDS’ers met mij, dat het verloren was. André vroeg kort daarna in de wandelgangen aan mij: “Heb je al opgegeven?” De morele steun was weer geweldig! Maar met creatieve paardendressuur waar Ankie van Grunsven jaloers op zou worden, wist ik daarna de schade te herstellen en een belangrijke pion te heroveren. Deze fase van de partij begint vanuit de eerste diagramstelling waarin wit zojuist 48. Pxd4 heeft gespeeld.

Er volgde: 48. … Pd3 Er dreigt nu Pe1 waarna de witte g-pion niet te redden is en zwart bovendien de c- of de h-pion gaat ophalen. 49. Pf3 Kg7 50. Kg5 Pb4 Zwart wil de f-pion wel geven in ruil voor de a-pion. 51. a3 Pc2 52. a4 Pe3 Nu gaat de witte g- of c-pion voor de bijl. Wit kiest ervoor de g-pion te laten sneuvelen. 53. Pe5 Pxg2 en hier bood ik remise aan. Mijn tegenstander wees dat van de hand en deed een poging om op de damevleugel door te breken, maar hij kwam voor een onaangename verrassing te staan. 54. a5 bxa5 55. c5 Pe3.

Na 56. Kxf4 (zie diagram) had de witspeler gerekend op Pd5+ waarna zijn koning het kwadraat van mijn a-pion zou zijn binnengewandeld. Hij keek dan ook lelijk op zijn neus toen ik niet mijn paard speelde, maar mijn pion op 56 … a4 speelde. Het paard mag niet genomen worden omdat dan de a-pion niet meer te stoppen is. Fritz adviseert hier Ke4 en beide partijen kunnen promoveren en remise wordt zeer waarschijnlijk. Er volgde echter 57. Pd3 a3 58. Pc1 Pd5+ 59. Ke5 Pb4 60. Kd6 Kf6 61. c6 (met een remiseaanbod, maar dit keer sloeg ik af, denkend dat ik glad gewonnen stond) 61. … Pxc6 (misschien was Pa6 hier beter geweest. Het biedt wit in ieder geval meer kansen om in de fout te gaan) 62. Kxc6 Kf5 63. Kd5 Kg4 64. Ke4 Kxh4 65. Kf4 Kh3 Remise. De witte koning houdt zijn zwarte collega in bedwang en het paard blokkeert de pionnen op de a-lijn. We hadden inmiddels bijna zes uren achter het schaakbord gezeten en brachten de eindstand hiermee op een 3-5 overwinning voor VDS 1. Maar het verslag van Bennekom slaat de plank niet mis als daar staat dat gedurende de wedstrijd de verwachte uitslag 6/2 in hun voordeel was geweest. We hadden deze middag bijna allemaal een engeltje op de lat zitten, allemaal behalve Frank London, die als enige wel de nul wist te houden.

Carlo Buijvoets

 

Bennekom (1939)

VDS (1851)

3 - 5

1

H.T. Hofstra (2192)

F. London (1731)

1 - 0

2

M. S.van Lelieveld (1929)

F. Wilbrink (1771)

½ - ½

3

E. de Beule (1963)

G. v.d. Esschert (1993)

0 - 1

4

W Thieme (1902)

B. Meester (2042)

0 - 1

5

B. Duijker (1800)

E. Greven (1886)

½ - ½

6

T. Bunt (1913)

C. Buijvoets (1800)

½ - ½

7

M. Markering (1850)

A. Schols (1728)

½ - ½

8

M. Pauw (1966)

H. Greevenbosch (1860)

0 - 1

top