VDS 1 gaat geen brug te ver in Arnhem
terug naar nieuws kies een andere ronde
Maandag 10 november vertrokken we richting Arnhem om tegen de Toren 3 aan te treden. Dit team had de eerste wedstrijd gewonnen van de degradant uit de promotieklasse van vorig seizoen. We waren dus gewaarschuwd.
Het eerste uur verliep vrij rustig. Er waren hier en daar al wel wat kleine voordeeltjes behaald, maar het kon nog alle kanten op gaan. De eerste partij die klaar was, was de pot van Henk. Hij is volgens mij wel eens lekkerder uit de opening gekomen, maar scoorde wel ons eerste punt. Hij zette een aanval op de witte koning in die geen kant meer opkon.
Frank wilde z'n team niet teleurstellen met een overwinning, dus hij deed wat hij het beste van ons allemaal kan: remise na een Grand Prixtje.
Bert kreeg de kans opnieuw schaakgeschiedenis te schrijven aangezien hij een niet alledaagse opening tegen kreeg,n.l. 1. e3. Bert won hier en daar wat pionnen maar moest wel oppassen dat wit niet een sterke aanval kon opzetten tegen zijn koning. Hij gaf een stuk voor een tegenaanval op de witte koning waar z'n tegenstander geen antwoord op had. Zeg nou eerlijk Bert, dit is toch veel leuker dan in een hotel zitten in Noord-Holland?
Bert stuurde de redactie onderstaande overpeinzing aangaande zijn partij, waaruit hij vervolgens lering trekt over schaken in het algemeen.
Na 1 zet uit de theorie of "Wat is schaken
toch rijk" (Frank London, december 2004)
Even dacht ik dat mijn tegenstander Renze Post de polemiek aangaande de Franse
opening op de VDS website had gevolgd en zelfs met de witte stukken mijn avond
met deze negatieve opening wilde bederven. 1. e3.
Hoe verzin je het? Hoe negatief kun je het spel benaderen?
Ik besloot me niet te laten kennen en gunde hem met 1. ... e5 de twijfelachtige eer om Frans in de voorhand
te spelen.
Maar tot mijn grote opluchting bleek zijn beginzet niet te zijn voortgekomen
uit negativiteit maar uit excentriciteit. Mijn tegenstander bleek er een
Basman-achtige speelstijl (Basman, Engels meester bekend om zijn bizarre
openingszetten als 1. g4 of 1. a3) op na te houden met een grote
voorkeur voor ongebruikelijke zetten en een sterke gerichtheid op de koningsveste
van de tegenstander onder verwaarlozing van de eigen koning.
Een ideale tegenstander dus waar met gezonde zetten wel wat tegen
viel te bereiken. Maar bij wie je wel steeds moest blijven rekenen met een of
andere gemene truc. Ik was al gewaarschuwd door het gegeven dat hij in de
eerste ronde een behoorlijk sterke tegenstander had verslagen.
Met 2. c4 leek hij een overgang
naar het Engels voor te staan danwel naar het Siciliaans in de voorhand, maar
na 2.
Pf6 3. a3 leek hij meer richting een
soort Orang Oetan te willen koersen waar onze Andrι het patent op heeft.
Omdat ik al vanaf zijn eerste zet uit de theorie was besloot ik maar gewoon
ontwikkelingszetten te spelen en dit pakte goed uit. Er volgde 3.
Le7 4. b4 0-0
5. Lb2 d6 6. Pc3 Te8 (om zetten als d4 en f4 te
ontmoedigen en een gaatje op f8 te maken voor loper of paard) 7. Dc2 Lg4 (In het
luchtledige. Ik wilde mijn tegenstander even laten zien dat ik ook best
gekke zetten kon bedenken. Stelt wit voor de vraag of hij f3, h3, Le2 of Pf3
moet spelen of het stuk misschien gewoon moet negeren.) 8. Ld3 (besluit vooralsnog tot negeren en zich te richten op
h7) ... Pbd7 9. h4?! (een
echte Basman zet) ... a5
(Overweging: wit verzwakt zijn koningsvleugel, zal dus waarschijnlijk lang gaan
rokeren, dus gelijk aanpakken die toekomstige koningsstelling. En het heeft
gewerkt. Mijn tegenstander besluit zijn koning in het centrum te handhaven en
deze zal daar uiteindelijk roemloos ten onder gaan.) 10. b5 Pc5 (Houdt de zaak gesloten maar schenkt me een
prachtig veld voor mijn paard(en).) 11. Ph3 Pxd3+
12. Dxd3 Pd7 (op naar c5) 13. Pg5
(richting koning)
g6 14. f3
(Eindelijk de verzwakking die ik met Lg4 beoogde)
Pc5 15. Dc2 Lxg5 16. hxg5 Lf5
17. e4 Le6 18. f4?

(De verliezende zet (Rybka -2). Geboden was 18. Pd5 (Rybka -0.58). Waarschijnlijk
hoopte wit na exf4 schwindelkansen te krijgen met offers op h7 met de loper van
b2 op h8 gericht.
Ter illustratie, even aangenomen dat wit 2 zetten extra mag doen,
18.
exf4 19. 0-0-0 en Pd5 en dan kan wit Txh7 spelen. Op
Kxh7
volgt dan 20. Th1+
gevolgd door Th8 mat. Maar ook met 1 zet extra voor wit ziet het er al niet
best uit, 18.
exf4
19. 0-0-0
en dan direct Txh7. Na 20. Kxh7 21. Pd5 is ook al niet goed te
zien hoe zwart zich moet redden.)
18. ... Lxc4
19. Th3 Lb3 (Dwingt de dame naar de onderste rij waardoor de
toren van a1 niet via de lange rokade versneld in het spel kan worden gebracht
en de hierboven ter illustratie genoemde varianten worden verhinderd.)
20. Db1 exf4 (nu wel) 21. d4 Pxe4 (de 3e pion
inmiddels) 22. Pxe4 d5?

(Ik was hier Ld5 van plan maar zag opeens spoken in de vorm van 23 Te3 fxe3 24
Pf6+. Maar volgens Rybka (-2.47) had dit niets om het lijf)
23. Txb3 (volledig overzien)
Txe4+ 24. Kf2 (Gelukkig
kiest wit het verkeerde veld en kan ik de partij beslissen met een mataanval.
Na 24. Kf1 geeft Rybka nog maar
een voordeel van 0.91 voor zwart.)
24. ... Dxg5 (voordeel
alweer 2.36) 25. Dc2 Dh4+
26. Kg1 Tae8 27. Tf1 Te2 28. Dxc7 Dg4
29. g3 Dh3 30. Tf2 Te1+ en mat op de volgende zet. 0-1.
Achteraf
gezien toch eigenlijk best wel leuk zo'n bizarre opening. Je bent dan vanaf de
eerste zet direct aan het schaken en niet uit het geheugen aan het putten en
potentieel slachtoffer van de mogelijkheid dat je tegenstander meer
(grootmeesterlijke) zetten in zijn geheugen heeft opgeslagen en zo uit de
opening een oneigenlijk (niet op eigen kracht) voordeel behaalt. Eigenlijk sta
ik daarom ook wel achter het voorstel van Anand om het Chess960 in te voeren,
een variant van het schaken waarbij de opstelling van de onderste rij door
loting wordt bepaald. Citaat uit het artikel op Nu.nl dat ik er vandaag over las:
"Het idee erachter is de
uitgekauwde theorie van het schaken te omzeilen. Alle eindeloos uitgeplozen
varianten worden buitenspel gezet met een opstelling die niet vaststaat. Door
elke partij met een andere opstelling te beginnen (er zijn er 960 mogelijk),
zouden plezier en creativiteit terugkeren."
En,
zou ik daaraan toe willen voegen, 960 keer minder vaak de Franse opening. Ik ga
het snel aan Harry vertellen.
Op Internet (Wikipedia) las ik dat 1. e3 de Van t
Kruijs-opening wordt genoemd.
It
is named after the Amsterdam player Maarten van 't Kruijs (18131885) who won
the sixth Dutch championship in 1878. As this opening move is rarely played, it
is considered an irregular opening, and thus it is classified under the A00
code in the Encyclopaedia of Chess Openings (ECO).
The
opening 1. e3 is not popular according to ChessBase; it ranks eleventh in
popularity out of the twenty possible first moves. It releases the king's bishop,
and makes a modest claim of the centre, but the move is somewhat passive. The
queen's bishop's development is somewhat hindered by the pawn on e3, and White
usually wants to take more than a modest stake of the centre.
Although not very aggressive for a first move, play may transpose to lines of
the English Opening (c2-c4), Queen's Pawn Game (d2-d4), or reversed French
Defence (delayed d2-d4) or reversed Dutch Defence (f2-f4) positions.
The Van 't Kruijs Opening is not a common choice for Grandmasters, but its
ability to transpose into many different openings explains its attraction for
some people such as the Czech Grandmaster Pavel Blatny, Aron Nimzowitsch and Bent
Larsen. Garry Kasparov has used the move against the Fritz chess-engine to get
it "out of book."
Bert Meester
Martijn kwam volgens mij gelijk uit de opening. Hij won een pion na een dameschaakje, maar moest wel even de h-lijn in de gaten houden. Dat deed hij keurig, zodat hij de aandacht kon vestigen op z'n vrije f-pion. Die ging ver genoeg naar voren om de winst veilig te stellen.
Andre, die speciaal voor deze wedstrijd een vrije dag had genomen, had een zware avond. Hij kwam gedrukt te staan en offerde op een gegeven moment een stuk tegen 2 pionnen om de druk wat te verlichten. Daar kwam later nog een 3e bij. Toen z'n tegenstander in tijdnood een toren weggaf, was het gelijk gebeurd.
In mijn eigen partij is het evenwicht nooit echt veel verstoord, op de tijdnoodfase misschien na dan. Ik probeerde een aanval op de zwarte koning in te zetten, maar mijn tegenstander had een nare penning voor mij in petto. Ik besloot een pion te offeren voor actief spel + een sterke vrijpion. Het werd een lastig toreneindspel waar ik zeker niet optimaal heb gespeeld. Ik gaf een stuk voor 2 pionnen, maar zwart moest later hetzelfde doen om mijn vrijpionnen te stoppen. Wat over zou blijven daarna was koning tegen koning.
Carlo speelde een goede partij, kwam materiaal voor en had meer tijd op de klok. Maar z'n tegenstander zorgde voor dermate veel verwarring daarna dat hij jammerlijk misgreep en direct kon opgeven.
De laatste partij van de avond was die van Erwin. Ik heb hier niet zoveel van meegekregen, maar de paar keer dat ik keek leek de stelling mij minimaal gelijk. Ik heb de tijdnoodfase niet gezien, maar wat overbleef was een eindspel van toren tegen toren met paard. Dat is normaal gesproken makkelijk remise te houden, maar in tijdnood is dat niet zo vanzelfsprekend. Helaas ging Erwin door de vlag.
De eindstand kwam hierdoor op 3-5. Met 2 gespeeld, 2 gewonnen handhaven we ons in de top van het klassement.
George v/d Esschert
Individuele
resultaten VDS 2 in de OSBO-competitie 2008-2009 klasse 2B, ronde
1
|
Bord |
De Toren 3 (1845) |
VDS 1 (1894) |
3 - 5 |
|
1 |
J. van Onzen (2045) |
M. London (2040) |
0 1 |
|
2 |
R. Post (1873) |
B. Meester (2020) |
0 1 |
|
3 |
J.W. van Willigen (1780) |
G. van den Esschert
(1992) |
½ ½ |
|
4 |
R. Engelen (1797) |
H. Greevenbosch
(1873) |
0 1 |
|
5 |
G. Janssen (1811) |
E. Greven (1903) |
1 0 |
|
6 |
M. Teunissen (1863) |
C. Buijvoets (1764) |
1 0 |
|
7 |
K. Denys (1769) |
F. London (1770) |
½ ½ |
|
8 |
V. Vleeming (1819) |
A. Schols (1786) |
0 1 |