terug naar nieuws kies een andere ronde individuele resultaten
De Open Hof, zo heet het wijkgebouw
waar VDS 2 op dinsdagavond 11 maart 2008 moest proberen om zoveel mogelijk
bordpunten bij elkaar te sprokkelen in de achtervolgingsrace op Schaakstad 6
dat de ranglijst aanvoerde met anderhalf bordpunt voorsprong. Wij moesten
spelen tegen De Cirkel 3 en we waren vol zelfvertrouwen over deze wedstrijd.
Dat mocht ook wel met een gemiddelde rating die ruim 200 punten hoger is dan
die van je tegenstander.
Op bord 3 speelde Hans Hertgers met
wit. Klaarblijkelijk heeft Hans een vooruitziende blik, want hij was op eigen
gelegenheid naar Ede afgereisd om na afloop bijtijds naar huis te kunnen. Hij
kwam als laatste en was als eerste weer weg met een vol punt op zak. Hans had
al vroeg in de partij de kort gerokeerde koningsstelling van zijn tegenstander
opengebroken en een vol stuk gewonnen. De druk op de koning en het tekort aan
materiaal braken de zwartspeler op en hij capituleerde: 0 – 1.
Onder het motto “goed voorbeeld doet
goed volgen” trad Frans van den Berg met zwart op bord 4 al snel daarna in de
voetsporen van Hans. Frans had ook de g-pion voor de
kort gerokeerde koning van zijn tegenstander weten te verwijderen en hij had
een geweldig loperpaar op f3 en f4 staan. Ook hier bezweek de tegenstander
onder de druk en Frans tilde VDS 2 naar 0 – 2.
Korte tijd daarvoor had ik een
gesprekje met Harm waarin wij onze jaloezie uitten over de stellingen die
sommigen van ons team op het bord hadden, terwijl wij maar zaten te modderen in
onduidelijke stellingen. Ikzelf had na een Engelse opening van mijn
tegenstander niet het gevoel lekker in de partij te zitten. Ik stond niet
slecht, maar ik had gewoon geen voeling met de partij, ik moest me erdoorheen
zwoegen. En toen, op zet 13(!), zag ik het licht: een schaak met de dame op a5
moest mijn tegenstander in verlegenheid brengen, dacht ik. Als de witspeler
echter gewoon een pion naar b4 had geschoven, was het op niets uitgelopen, maar
hij zette de dame ertussen en nadat ik die afgeruild had kreeg ik de kans om de
rokade van wit onmogelijk te maken en veel druk te ontwikkelen op zijn stelling.
Met kunst en vliegwerk wist mijn tegenstander zichzelf in leven te houden, maar
hij verloor daarbij wel twee pionnen. Terwijl ik daarna verre van foutloos
speelde en zeker niet de sterkste zetten op het bord toverde, was mijn
voorsprong dusdanig dat mijn tegenstander de problemen niet meer te boven kwam
en op zet 33 legde hij zijn koning om: 0 – 3.
Teamleider Frank Nelemans, met zwart op
het achtste bord, had zijn tegenstander tot een fout weten te verleiden en
speelde nu met een dame en een loper tegen twee torens. De stelling was echter
zo open, met voor beide partijen alleen nog pionnen op de koningsvleugel, dat
de witspeler met zijn torens verdubbeld op de c-lijn
de remise kon veiligstellen: ½ – 3½.
De wedstrijd was nu dus gewonnen, maar
in de race om bordpunten hadden we nog twee kansen. Zowel Harm Schoten op bord
1 als Arie van Veen op bord 5, stonden met wit een pion voor. Bij Arie leek het
erop dat hij zou gaan winnen, maar Harm leek zijn pion terug te gaan verliezen
en daar lag remise in het verschiet. Arie had het echter moeilijk om verder te
komen en zijn tegenstander rook vermoedelijk de twijfel in het spel van Arie en
bood maar eens remise aan. Arie vroeg de teamleider wat te doen, maar met de
wedstrijdwinst reeds op zak, kaatste deze de bal terug en hij liet de
beslissing aan Arie zelf over. Arie bleef even afwachten op wat er aan het
eerste bord gebeurde en daar zagen we het volgende tafereel.
Zoals gezegd, Harm leek zijn pion terug
te verliezen, maar zijn tegenstander miste die mogelijkheid. Daarna straalde de
zwartspeler evenwel zeer veel zelfverzekerdheid uit en hij keek daarbij met een
blik van ‘wie maakt mij wat’. Ik moet zeggen dat die houding misschien wel
terecht was met zelf nog ruim 40 minuten bedenktijd tegen Harm nog slechts 4.
Die ene pluspion was nog lang niet aan de overkant en beide partijen hadden ook
nog enkele stukken. De winst lag niet voor het oprapen in die vier minuten die
Harm restten. Maar toen kwam er hulp va onverwachte zijde, te weten van de
zwartspeler zelf. Zich helemaal veilig voelend, verloor de tegenstander van
Harm alle voorzichtigheid uit het oog. Met zijn koning achter de toren van Harm
aanjagend ging hij één stapje te ver. Zijn koning liet de dekking van het paard
los en Harm was alert genoeg om die knol stante pede te confisqueren. De
zwartspeler leek niet in het minst aangeslagen door deze tegenvaller: hij
toverde een glimlach op zijn gezicht, keek daarbij op een manier van”ach ja,
dat kan gebeuren” en gaf Harm een hand. De tussenstand was nu dus ½ – 4½
maar omdat Arie nu meteen de remise accepteerde werd ook de eindstand bekend:
1 – 5.
We hadden
met ruime cijfers gewonnen en nu was het maar afwachten wat Schaakstad 6
diezelfde avond gedaan had tegen Bennekom 3. De volgende ochtend bracht
teamleider Frank Nelemans het grote nieuws per e-mail aan zijn jongens(!) over:
Jongens!
Schaakstad heeft GELIJK gespeeld (3-3).
De bordpunten (hoewel we ook daar nu een voorsprong hebben) zijn niet
belangrijk meer.
groetjes
Frank
Het
kampioenschap lijkt nu voor het oprapen te liggen, met nog één wedstrijd te
gaan tegen het sluitstuk in onze poule terwijl concurrent Schaakstad nog tegen
de nummer drie moet spelen. Maar laten we in de aanloop naar 18 april vooral
terugdenken aan wat afgelopen seizoen in Arnhem is gebeurd met VDS 2. We moeten
de concentratie nog even vasthouden om de champagne te mogen ontkurken.
Carlo
Buijvoets
Individuele
resultaten VDS
|
Bord |
De Cirkel 3 (1492) |
VDS 2 (1703) |
1 – 5 |
|
1 |
Roel Bor (0000) |
H.H.
Schoten (1795) |
0 – 1 |
|
2 |
Louis v.d.
Vos (1429) |
C.M.
Buijvoets (1754) |
0 – 1 |
|
3 |
Fedde Kingma (1561) |
J. Hertgers (1669) |
0 – 1 |
|
4 |
Jan
Blokpoel (0000) |
F.L. van
den Berg (1773) |
0 – 1 |
|
5 |
Demy
Radstaat (1448) |
A.W. van Veen (1684) |
½ – ½ |
|
6 |
Be Eshuis (1531) |
F. Nelemans (1541) |
½ – ½ |