Puzzelen in de polder

terug naar nieuws              kies een andere ronde              individuele resultaten

Op 19 oktober begon voor VDS 1 het tweede verblijf in de 1e klasse van de OSBO met een wedstrijd in en tegen Lelystad. Meteen de meest veraf gelegen locatie en dat ook nog met liefst drie invallers. Wat wil je nog meer? VDS moest het stellen zonder eerste bordspeler Martijn London en de twee nieuwkomers in het eerste, André Schols en Johan van Ommen. Invallers voor het waren Frans van den Berg, Gerald Visch en Carlo Buijvoets. Frans en Carlo hadden een avond eerder ook al de eer van VDS in het tweede team verdedigd en moesten nu dus opnieuw aan de bak. De route naar Lelystad was geen enkel probleem en om kwart voor acht reden we de Griend binnen. Griend is de “straatnaam” waaraan het clubhuis van Lelystad gevestigd is, maar het is eigenlijk geen straat maar een gebied, of liever een doolhof van smalle woonerven, bochtige weggetjes en het geheel is alleszins onoverzichtelijk bewegwijzerd. Alles wordt met nummers aangeduid maar er lijkt geen logische volgorde in de weg/erf/straatnummers te zitten. Het was een hele puzzel om de juiste bestemming te vinden en in de auto waren wij er met ons vieren van overtuigd dat dit alles onderdeel uitmaakt van een vooropgezet plan van de plaatselijke autoriteiten om zich eenmaal in de polder bevindende mensen er nooit meer uit te laten. Het was een groot geluk dat Frans een stratenboek in de auto had waarin ook een plattegrond van Lelystad stond en dat Gerald die nog steeds moeilijke kaart ook nog eens wist te ontrafelen. Zo kwamen wij toch nog juist op tijd aan op onze bestemming. Daar troffen we de vier inzittenden van het andere VDS-mobiel in lacherige toestand. Zij hadden een klein eindje achter ons gereden en gezien dat wij ergens een verkeerde route hadden genomen. Dat had enige hilariteit gewekt in die auto. Maar goed, iedereen was dus aanwezig en de wedstrijd kon beginnen. Met een gemiddeld ratingverschil van slechts 6 punten beloofde het een spannende avond te worden.

De eerste partij die beslist werd deze avond was die van Frits Wilbrink aan bord 6. Frits had een wel hele vreemde Franse partij op het bord gekregen waar hij zelf ook geen touw meer aan vast kon knopen en hij was allesbehalve voordelig uit de opening gekomen. Maar met een zo gulle tegenstander als Frits had, geeft dat allemaal niets. Het kan bijna niet anders dan dat de tegenstander van Frits zich na 1. e4 e6 bij voorbaat kansloos heeft gevoeld, maar misschien ben ik abuis. Feit is wel dat Frits al vroeg op de avond zomaar de dame van de tegenstander in de schoot geworpen kreeg en daarmee ook het punt. “Over een jaar weet niemand meer hoe ik het gewonnen heb,” was het nuchtere commentaar van Frits op dit eerste punt voor VDS.

Aan bord 7 speelde onze coureur Frans en ik vond dat hij goed uit de opening was gekomen. Maar toen koos de zwartspeler voor de lange rokade en Frans had kort gerokeerd. Vervolgens kwam zwart met een offensief op de witte koning af dat zijn weerga niet kent. Pionnen, lichte en zware stukken, alles werd ingezet. Al spoedig werd dit alles Frans teveel en hij bezweek onder de aanvalsgolven die over hem heen rolden. Toen hij het definitieve einde in de vorm van mat zag aankomen, streek Frans de vlag en was de stand weer gelijk: 1 – 1.

Ikzelf speelde aan bord 5 met wit het Morragambiet en mijn tegenstander merkte na mijn derde zet al meteen op dat er in ieder geval zou worden gestreden deze avond. Dat was ook wel zo, ook al duurde onze partij slechts 23 zetten. Bij mij ging er iets mis op de 12e zet. Vanuit de diagramstelling speelde ik speculatief 12. e5? terwijl de theorie en het gezonde verstand hier Td4 voorschrijven. Er volgde 12. … Lxf3 13. gxf3 dxe5 14. Le3 Da5 15. Tac1 Le7 16. Tc6 0-0 17. Pb6 Pxb6 18. Lxb6 Db5 19. Dc2 e4 Er dreigde 20. La4 b3 21. Lxb3 waarna zwart nog steeds niets beter heeft dan ook zijn pion naar e4 te spelen en op te offeren, waarmee het materiele evenwicht hersteld zou zijn. 20. fxe4 Dh5 21. Te1 Dg4+ 22. Kh1 Df3+ 23. Kg1 Dg4+ met een remiseaanbod. Ik was ervan overtuigd dat zwart nog steeds veel beter staat en verbaasde me dan ook zeer over het in een herhaling van zetten vluchten door mijn tegenstander. Na kort overleg met de teamleider was ik blij dat ik het remisevoorstel kon accepteren. Tot mijn verbazing waardeert Fritz de slotstelling echter ook als volledig in evenwicht. Toch een terechte remise dan? De tussenstand kwam in elk geval op 1½ – 1½.

Aan bord 4 streed Erwin tegen een oude bekende van mij. Vorig seizoen had ik tegen zijn tegenstander in de OSBO PK gespeeld en hoewel ik toen een kwaliteit achter was gekomen, wist hij die voorsprong niet te verzilveren en eindigde de partij in remise. Dat was ook het resultaat dat Erwin deze avond boekte na een Engelse partij, een openingskeuze van de polderman die Erwin een week eerder tegen mij ook hanteerde. Klaarblijkelijk waren ze beiden dus goed op de hoogte van dat systeem en dat weerspiegelt de uitslag dan ook. Tussenstand: 2 – 2.

Aan bord 8 moest Gerald Visch proberen zich een jonge knul van een jaar of 14 van het lijf te houden. Gerald verloor al vroeg in de partij een pion en zijn tegenstander gaf die voorsprong niet meer uit handen. Sterker nog, het voordeel werd uitgebreid en het lot van Gerald was bezegeld. VDS keek nu voor het eerst tegen een achterstand aan: 3 – 2.

De partijen aan de eerste drie borden waren dus nog gaande en het duurde vervolgens lang voor de volgende uitslag door kwam. Aan bord 3 speelde teamcaptain Frank London met wit een Siciliaanse partij met, ondanks zijn leeftijd, F4! Na een lange strijd zag het ernaar uit dat Frank wat minder stond, maar hij herstelde zich, kreeg druk op een pion van zwart en langzaam maar zeker sloeg de balans door in zijn voordeel. Toen op dit bord de tijdnoodfase dichtbij kwam, koos de tegenstander van Frank ervoor om remise aan te bieden. De situatie op de overige twee borden zag er bij navraag aan Henk Greevenbosch, onze éénmans supporterschare uit Apeldoorn, goed genoeg uit om dit aanbod te kunnen accepteren. Dat deed Frank dan ook. De tussenstand kwam daarmee op 3½ – 2½ in het voordeel van Lelystad en toen werd het wel héél spannend.

Aan bord 2 speelde onze clubkampioen Bert Meester een eindspel waarin hij zich met twee lopers en een paard teweer moest stellen tegen een toren en een loper. Aanvankelijk had de tegenstander van Bert nog een pion extra voor die kleine kwaliteit, maar daar maakte Bert al snel een einde aan. Hij won een pion en wist vervolgens zijn paard te ruilen voor de loper. Daarna kreeg Bert met zijn loperpaar een groot deel van het bord onder controle en wist hij er nog een pion bij te veroveren zodat hij over een vrijpion op de a‑lijn kwam te beschikken. De witspeler verweerde zich dapper, maar tegen een ontketende Meester is geen kruid gewassen. Bert dirigeerde zijn vrije a‑pion naar de overkant en om erger kwaad te voorkomen zag de witspeler zich op zeker moment genoodzaakt om de toren te ruilen tegen een van de zwarte lopers. Nadat dat gebeurd was kon wit de promotie van de a-pion nog net met zijn koning tegenhouden, maar daar kwam ook de zwarte d‑pion al oprukken. Dat werd de man uit Lelystad teveel van het goede en hij reikte Bert de hand. De tussenstand was nu weer gelijk: 3½ – 3½ en de laatste partij was allesbeslissend.

Aan bord 1 speelde onze aanwinst George van den Esschert zijn partij. Voorafgaand aan de wedstrijd zei George nog tegen mij: “Dat was mede een van de redenen voor mij om Ugchelen te verlaten, ik wilde wel eens van de druk van het eerste bord af en kijk wat er nu gebeurt.” Maar hij stond er wel en pakweg een kwartier voor sluitingstijd wist George zich twee verbonden vrijpionnen te creëren. Op dat moment, zowel Bert als Frank waren nog bezig met hun partijen, zag het er zeer gunstig uit voor VDS. Wij, de beste stuurlui, vertrouwden er helemaal op dat VDS de wedstrijd zou gaan winnen. Maar toen haperde er iets bij George. Hij overzag een elementair valletje en sloeg een niet ter zake doende pion op de d-lijn waarna zwart de vrijpion van George op de b-lijn kon slaan met een toren. George kon die toren weliswaar slaan met zijn a-pion, maar daardoor kon zwart weer met een toren van a8 een toren op a1 slaan met schaak. De kracht van George was plotseling gehalveerd en juist dit (Txb6) was het moment waarop Frank aan het derde bord zijn remiseaanbod had gekregen. Ik denk dat George enigszins aangeslagen was door deze aderlating en dat zijn tegenstander er extra moed uit putte, want in de tijdnoodfase wist George niet echt meer een vuist te maken. Hij kwam zelfs een pion achter te staan, maar dat was geen ramp. Het was wel heel jammer dat de winst hem door de vingers was geglipt en dat hij moest berusten in een puntendeling en VDS in een gelijk spel. Het was een zinderend slot aan een spannende wedstrijd waarin beide teams hebben gevochten voor wat ze waard waren en ze uiteindelijk geen van beide met lege handen achterbleven.

De thuisreis werd aanvaard en in ons kielzog volgde Henk die in een mistig Lelystad ongetwijfeld gedacht zal hebben: “Vier weten meer dan een, dus laat ik maar achter Frans aanrijden.” Dat was niet zo slim van hem. We kwamen, dit keer in de mist, weer aan het puzzelen in het Griend en we hadden al visioenen over nooit meer thuis komen. “Ik moet maandag wel weer werken,” zei George na de zoveelste bocht waarachter geen uitweg uit het Griend bleek schuil te gaan. Klaarblijkelijk zijn ze bij de aanleg van de wijk vergeten om duidelijke richtingaanwijzers te plaatsen die naar de uitgang leiden. Maar uiteindelijk vond Frans dan toch een weg naar de vrijheid en dat werd in de auto met luid gejuich en door de achter ons rijdende Henk met triomfantelijke lichtsignalen gevierd. We konden nu vol gas terug naar het oude land… dachten we. Nee hoor, net voor de brug over het randmeer bij Harderwijk stond… jawel, een politiepost. Velen onder ons herinneren zich ongetwijfeld nog de alcoholcontrole onderweg naar een wedstrijd in Ermelo (-15°C, half acht ’s avonds). Nu waren we dus weer in de fuik gereden, maar dit keer eigende het tijdstip zich wat meer voor zo’n controle (half een ’s nachts). Even dachten we dat het de agenten erom te doen was om niemand de polder uit te laten, maar dat bleek gelukkig mee te vallen. Sterker nog, Frans zag er klaarblijkelijk zo betrouwbaar uit dat hij niet eens hoefde te blazen. We mochten zo doorrijden. Ik ben benieuwd of dat die andere vier VDS’ers ook is gelukt. Maar na het doorrij signaal was het een kwestie van gas geven en wegwezen. Om half twee ’s nachts was ik thuis, moe maar voldaan.

Carlo Buijvoets

Individuele resultaten VDS 1 in de OSBO-competitie 2007-2008 klasse 1B, ronde 1

Bord

Lelystad 1 (1803)

VDS 1 (1809)

4 - 4

1

J.E.M. Huijzer (1925)

J.G. van den Esschert (1964)

½ - ½

2

J. Kossen (1920)

B. Meester (2040)

0 - 1

3

A.J.C. van Rooijen (1817)

F. London (1807)

½ - ½

4

L. van Dijk (1727)

E.J. Greven (1883)

½ - ½

5

T. Draisma (1796)

C.M. Buijvoets (1754)

½ - ½

6

H.J. Larooij (1723)

F.L.W. Wilbrink (1748)

0 - 1

7

D. Stapersma (1713)

F.L. van den Berg (1773)

1 - 0

8

T. van Veelen (0000)

G.M. Visch (1499)

1 - 0

top