Acht
VDS'ers te sterk voor Zeven Pionnen
terug naar nieuws kies een andere ronde individuele resultaten
Op 17 oktober startte VDS 1
zijn nieuwe poging om naar de 1e klasse van de OSBO te promoveren
met een wedstrijd in Epe tegen het gepromoveerde De Zeven Pionnen. VDS 1 was
enigszins verzwakt door de afwezigheid van teamcaptain Frank London en van
Frans van den Berg. Ze werden vervangen door Hans Hertgers en Frank Nelemans.
Om te beginnen met Frank
Nelemans die aan bord 8 speelde, moet de conclusie zijn dat de tegenpartij erin
geslaagd is hem in opperste verwarring te brengen door een tegenstander genaamd
Zwartjes met wit tegen hem te laten aantreden. Dat deed Frank in een frequent
door hem gespeelde openingsvariant al op zet drie misgrijpen waarna een
loperinslag op f7 volgde en Frank al snel verloren kwam te staan. Er volgde
geen Houdini-act van Frank deze avond en zijn tegenstander wist de partij
bekwaam naar zich toe te trekken: 1 ‑ 0.
Aan bord 7 speelde Hans
Hertgers tegen ene Zimmerman die de zaak goed dichtgetimmerd hield. Voorafgaand
aan de wedstrijd had Hans zijn onzekerheid geuit over zijn spel omdat hij
recent nogal eens in een laat stadium van de partij in de fout was gegaan. Bert
Meester adviseerde Hans derhalve om een goede stelling op te bouwen en
vervolgens remise aan te bieden. Dat advies werd door Hans niet in de wind
geslagen en hij haalde bekwaam het eerste halfje van VDS binnen: 1˝ ‑ ˝.
Aan bord 2 speelde Bert
natuurlijk weer een meesterlijke partij tegen het ratingkanon van de Zeven
Pionnen (1942). Van deze partij heb ik helaas niets meegekregen behalve de
uitslag. Bert won en trok daarmee beide partijen weer gelijk: 1˝ ‑ 1˝.
Aan bord 3 speelde Erwin
Greven tegen zwaargewicht Geesink een degelijke partij waarvan ik ook niet meer
dan de uitslag kan melden. Erwin bracht ons team voor het eerst deze avond op
voorsprong door zijn tegenstander te vloeren: 1˝ ‑ 2˝.
Aan bord 5 probeerde de
tegenstander Harm Schoten van het bord te blazen door hem tegen Wind te laten
spelen. Hoewel Harm lange tijd geen partij meer gespeeld had wist hij deze
tactiek van onze tegenpartij te ontkrachten en redelijk eenvoudig stand te
houden. De partij eindigde in remise en in de wedstrijd stond het nu 2 ‑ 3
in het voordeel van VDS.
Op dit moment waren er dus nog drie partijen aan de gang, waaronder mijn
eigen. Ik had aan bord 4 een zware strijd geleverd tegen iemand met de
angstaanjagende naam De Goede en op een bepaald moment een pion verloren om
deze na een fraai schijnoffer van een toren op f2 terug te winnen. Als ik in
dat stadium iets beter had nagedacht, had ik gezien dat ik zelfs op een pion
voorsprong had kunnen komen, maar dat detail is mij ontgaan. Op het moment dat
het dus 2 ‑ 3 in ons voordeel was, kwam bij mij de stelling op
het bord die rechts in het diagram staat afgebeeld. Wit heeft zojuist 30. Ke4 gespeeld en ik speelde met
zwart. In deze stelling raakte ik enigszins in paniek want ik zag dat ik de
witte koning niet van d5 kon weghouden, waarna ik in tempodwang zou geraken en
wit met zijn meerderheid op de damevleugel simpel de overkant zou weten te
bereiken. Kortom, mijn inschatting was hier dat ik verloren stond. Tijd dus om
eens even de situatie op de resterende twee borden te bekijken en de teamleider
op de hoogte te brengen van het feit dat ik overwoog op te geven.
Aan bord 1 speelde Martijn
London een ingewikkelde partij die de toeschouwers lang in het ongewisse liet
over de uitslag ervan. Toen ik aan Bert Meester vroeg hoe hij de stelling
beoordeelde, zei hij dat het minimaal remise zou worden met winstkansen voor
Martijn.
Op bord 7 speelde Frits
Wilbrink een gewonnen partij, zo leek het, maar tijdens het rondkijken zag ik
dat er enige onzekerheden in zijn spel slopen en dat zijn voordeel terugliep.
Het was nog maar de vraag of Frits zou gaan winnen en de stelling was ook nog
eens dusdanig explosief dat zelfs remise niet zeker was.
Na deze korte rondgang
langs de borden was ik dus allerminst gerust gesteld op een goede afloop voor
ons team als ik nu zou capituleren. Ik ging dus ik maar weer achter mijn bord
zitten om te zoeken naar iets wat op het eerste gezicht onmogelijk was: een
remiseweg. Gelukkig had ik enig tijdvoordeel op de klok en kon ik mij traag
spel permitteren. En plotseling zag ik een kansje voor zwart. In mijn eerste
berekeningen was ik met de koning naar b4 gelopen om met de witte koning op d5
geconfronteerd te worden met de zet a3 waarna ik op a3 zou slaan en wit op c5
om vervolgens met Kd5 de weg vrij te maken voor zijn c-pion en tegelijkertijd
mijn e-pion
tegen te houden. Maar nu zag ik ineens dat slaan op a3 niet verplicht
was. In de partij volgde: 30. … Ka5
31. Kd5 Kb4 32. h4. Mijn tegenstander had dus ook gezien dat
a3 tot niets zou leiden en zocht zijn heil in een opmars op de koningsvleugel.
Als hier 32. a3 was gevolgd, dan had zwart geantwoord met Kc3 waarna wit
niet mag nemen op c5 omdat dan de zwarte e-pion vrij baan heeft. In de
ogenschijnlijk voor zwart verloren diagramstelling geeft Fritz dan ook een
voordeel van 0,7 aan zwart die dus beter staat. Gelukkig dat ik in het
teambelang nog niet opgegeven had. Dat zou een ware sof geweest zijn.
Inmiddels had Martijn een
van de winstkansen waar Bert over gerept had, aangegrepen en daarmee de stand
op 2 ‑ 4 gebracht. Een hafje zou nu genoeg zijn voor de
matchwinst en daarom bood ik in de nu ontstane stelling (zie linker diagram)
ook maar remise aan en speelde 32. … e4.
Mijn tegenstander vroeg zijn teamleider of hij dit aanbod aan mocht nemen maar
die was ook niet dom en gaf opdracht door te spelen. Er volgde 33. Kxe4 Kxc4
34. Kf5 Kxb5 35. Kxf6 c4 36. g5 hxg5
37. hxg5 c3 38. g6 c2 39. g7 c1D 40. g8D en
nu was het de beurt aan wit om remise aan te bieden. Ik kon niet meer verliezen
en wilde nog wel even kijken of ik mijn tegenstander tot een fout kon verleiden
en speelde 40. … Df4+ maar
na 41. Ke7 Dc7+
42. Kf6 Df4+ werd toch de vrede getekend en was VDS 1
matchwinnaar: 2˝ ‑ 4˝.
In tussentijd had Frits het
winnende voordeel definitief uit handen gegeven maar, zoals het een voormalig
remisekampioen betaamt, had hij wel binnen de remisemarge weten te blijven.
Korte tijd later bracht hij dan ook de eindstand van 3 ‑ 5 op
het scorebord en kon VDS met een voldaan gevoel huiswaarts gaan.
Carlo Buijvoets
Individuele
resultaten VDS
|
Bord |
De Zeven Pionnen 1 (1763) |
VDS 1 (1805) |
3- 5 |
|
1 |
D. Elskamp (1881) |
M. London (2029) |
0 - 1 |
|
2 |
T. Caljé (1942) |
B. Meester (2026) |
0 - 1 |
|
3 |
J. Geesink (1791) |
E.J. Greven (1866) |
0 - 1 |
|
4 |
H. de Goede (1696) |
C.M. Buijvoets (1760) |
˝ - ˝ |
|
5 |
M. Wind (1597) |
H.H. Schoten (1826) |
˝ - ˝ |
|
6 |
J.W. van de Velde (1755) |
F.L.W. Wilbrink (1728) |
˝ - ˝ |
|
7 |
H. Zimmerman (1650) |
H. Hertgers (1640) |
˝ - ˝ |
|
8 |
J. Zwartjes (1795) |
F. Nelemans (1565) |
1 - 0 |