Koffiehuisschaak in Doesburg: VDS 1 wordt er niet koud of warm van
terug naar nieuws kies een andere ronde individuele resultatenOp 14 maart 2005 speelde VDS 1 voor de zesde ronde van de OSBO-competitie een uitwedstrijd tegen Doesborgh 1. Doesborgh heeft gemiddeld bijna 100 ratingpunten minder dan ons team en moest dus te kloppen zijn in onze achtervolgingsrace op Voorst. Toch stond Doesborgh op de derde plaats in onze groep en we mochten onze taak dus niet te lichtvaardig opvatten.
In een e-mail bericht van onze teamleider, waarin hij ons opriep voor deze wedstrijd, stond het volgende te lezen: "We moeten nu naar de Roggestraat 4 in Doesburg, naar Alfredo. In de zomer is Alfredo een ijssalon en in de winter een koffiehuis." Aangekomen in Doesburg bleek de tent waar we moesten schaken niet Alfredo te heten maar Caldo & Freddo, wat Italiaans is en zoveel betekent als warm en koud. De naam zal ongetwijfeld een verwijzing zijn naar de zomerse ijssalon en het winterse koffiehuis. Hoe dat ook zij, momenteel was het een koffiehuis en de koffie die ze er schonken smaakte voortreffelijk, met dank aan Frank die ons op een eerste kopje trakteerde.
Onze tegenstander was nogal klein behuisd want slechts zes van de acht partijen konden in het bovenkamertje en de andere twee partijen moesten beneden in het koffiehuis worden gespeeld. Frits Wilbrink, de enige nog rokende speler van VDS 1, bood spontaan aan om beneden te schaken omdat hij daar mocht roken. Naast hem offerde teamleider Johan van Ommen zich op om uitgerookt te worden in het koffiehuis. De andere zes spelers hadden het in het bovenkamertje echter ook niet allemaal even goed naar hun zin. De borden 1 en 2 kregen prima stoelen aan een ouderwetse eettafel maar de andere vier spelers kregen krakkemikkige stoeltjes toegewezen waar amper op gezeten kon worden. Bovendien was een ventilator in het bovenkamertje die veel te luid raasde, een bijkomende handicap! Maar dit alles was ongetwijfeld niet vooropgezet om ons uit de concentratie te halen, de spelers van Doesborgh hadden immers met exact dezelfde omstandigheden te maken. Er restte ons dus niets anders dan te proberen de storende factoren zoveel mogelijk te negeren. Hoe ons dit afging?
Aan bord 3 speelde Erwin Greven met wit een Weense partij. Zijn tegenstander was niet goed ingewijd in de geheimen van deze opening en liet zich al in een vroegtijdig stadium in het defensief drukken. Met een loperinslag op f7 wist Erwin vervolgens snel beslissend voordeel te bereiken en als eerste sloot hij zijn partij winnend af. De eerste tussenstand kwam daarmee op 0-1 in ons voordeel.
Frans van den Berg speelde met wit aan bord 7 een d4 opening waarbij hijzelf al vroeg in de partij cxd5 speelde. Daardoor kwam de d-lijn voor zijn tegenstander half open en toen deze dacht dat hij de d-pion van kon winnen, kwam hij bedrogen uit. Nadat een zwart paard de pion had geslagen en Frans met zijn paard terug had genomen kwam zwart tot de ontdekking dat, als hij nu met de dame het witte paard zou slaan, hij zijn dame zou verliezen door een aftrekcombinatie waarbij de witte loper van d3 op b5 schaak zou geven. Zo kwam Frans al op zet 10 een stuk voor te staan. Op zet 20 werd dit voordeel een hele toren en korte tijd later zag de zwartspeler het nutteloze van verder spelen in. Frans behield door dit resultaat zijn 100% score extern met 5 uit 5 en de tussenstand werd 0-2.
Daarna duurde het een tijdje voor de volgende beslissing viel. Aan bord 2 speelde Frank London met zwart een Caro Kann. Hoe de partij zich precies ontwikkelde heb ik niet gezien maar wel hoorde ik Frank op een bepaald moment tegen zijn tegenstander zeggen: "Remise dan maar?" Volgens mij kwam dat voorstel als gevolg op enkele keren zetherhaling van de witspeler die de zwarte koning op de huid zat. Het aanbod werd echter niet aangenomen en het duurde daarna niet lang meer of Frank moest capituleren. Hij had echter een geldig excuus voor zijn falen deze avond. Mocht iemand gedacht hebben dat Frank het schaamrood op zijn kaken had staan, dan berust dat op een misverstand. Frank had last van een allergische reactie waardoor zijn huid erg rood kleurde en die bovendien gepaard ging met hevige jeuk. Wie kan zich onder die omstandigheden goed genoeg concentreren voor een fatsoenlijke partij schaak? Ik niet en Frank klaarblijkelijk ook niet. Desgevraagd zei Frank dat hij toch mee was gekomen omdat hij het team niet in de steek wilde laten, hetgeen getuigt van een prijzenswaardige instelling bij onze ex-teamleider. De tegenstander had daar echter maling aan en schreef het punt graag bij. De tussenstand kwam nu op 1-2.
De volgende partij die beslist werd was die van onze teamleider Johan van Ommen op bord 8 met zwart. Hij had mij eerder op de avond al vermaand om geen schaak te gaan spelen dat in overeenstemming was met de speellocatie en zelf had hij zich hier in elk geval goed aan gehouden. Zich bedienend van André Schols' nieuwe liefde, de Modern Defence, had Johan zijn tegenstander al tot een al te optimistisch offer op g5 weten te verleiden (zie onderstaand diagram 1 van waaruit volgde: 14. Lxg5?? hxg5 en Johan staat een stuk voor) en hem vervolgens de duimschroeven aangezet. Zijn tegenstander trok daaruit echter geen lering want even later kwam de partij aan bij diagram 2 en volgde van daaruit 18. Pxf7?? Lxf7 waarna Johan een tweede stuk voor kwam te staan. Toen ik Johan in de wandelgangen tegenkwam zei hij dat zijn tegenstander zich wel had bezondigd aan koffiehuisschaak maar dat hij zijn trekken inmiddels thuis had gekregen en weer tot bedaren was gebracht door het accurate tegenspel van Johan. Het was voor de witspeler echter te laat om de partij nog te doen kantelen maar met het rustige en verdedigende spel wist hij de partij wel nog bijna 15 zetten uit te zitten. Op de 32e zet (zie diagram 3) speelde hij echter een volstrekt niet ter zake doend pionzetje waarna Johan met 32. … Lxe3+ een derde stuk won en een mataanval kreeg. Wit gaf op. De tussenstand werd 1-3.
Diagram 1
Diagram 2 Diagram 3

Aan bord 5 speelde Carlo Buijvoets met wit weer zijn geliefde Morra Gambiet. De partij is onder te verdelen in drie stadia en overigens ook na te spelen in de Chessviewer (Database: Carlo Buijvoets).
1. DE GAMBIETPION
1. e4 c5 2. d4 cxd4 Zo, ik sta goed want een pion achter. 3. c3 dxc3 4. Pxc3 Pc6 5. Lc4 Pf6 6. Pf3 d6 7. h3 a6 8. 0–0 e6 9. De2 Le7 10. Td1 Dc7 Zwart heeft de opening goed gespeeld en laat zich niet van de wijs brengen. Hij verdedigt secuur en kan op deze wijze de gambietpion behouden. 11. Lf4 e5 12. Lg3 0–0 13. Tac1 Ld7 14. Pd5 (zie diagram rechts). Na deze zet kan wit zijn gambietpion terugwinnen. Drie varianten:
A. 14. ... Pxd5 15. exd5 Pd8 16. Lxa6;
B. 14. ... Da5 15. Pxe7+ Pxe7 16. Txd6;
C. 14. ... Db8 15. Pxe5 dxe5 16. Pxf6+ Lxf6 17. Txd7.
Ik besloot echter het heroveren van de pion nog even uit te stellen. 14. ... Dd8 15. a3 15. Pxf6 was een goed alternatief geweest. Als zwart dan terugneemt met de loper wint wit de pion op d6 en slaat zwart met de g-pion terug dan krijgt hij een slechte koningsstelling. 15. ... Pxd5 16. Lxd5 Tc8 17. Lxc6 Nu wint wit de pion terug, jammer genoeg wel ten koste van zijn koningsloper die geruild wordt tegen een paard. 17. ... bxc6 Slechter voor zwart was hier de volgende variant: 17. ... Txc6 18. Txc6 Lxc6 19. Pxe5. 18. Dxa6 Dc7 19. Dd3 Tfd8 20. De3 Da5 21. Pd2 c5 22. Pc4 Da6 23. f4 f6
2. KOFFIEHUISSCHAAK
24. Dd3 (zie diagram links). Ondanks de vermaningen van onze teamleider om in het koffiehuis waar wij te gast waren niet het bijbehorende type schaak te gaan spelen, ging ik mij hier toch wagen aan duistere varianten in de hoop mijn tegenstander in de complicaties te kunnen verschalken. De tekstzet schreeuwde in mijn ogen om de zet Lb5 met penning van en dubbelaanval op het paard, maar mijn tegenstander speelde iets anders. 24. ... Lc6 25. Db3 Brengt een klassieke matdreiging in de stelling: 26. Pxd6+ Kh8 (Kf8 27. Df7#) 27. Pf7+ Kg8 28. Ph6++ Kh8 29. Dg8+ Txg8 30. Pf7#. 25. ... Tb8 Na 25. ... La4 was ik 26. Db6 van plan om mij na dameruil schadeloos te kunnen stellen met Pxc8. 26. Da2 De pion op e4 mag nog steeds niet genomen worden wegens de matvariant die bij de vorige zet vermeld staat. Fritz beveelt hier echter wel aan om de pion op e4 te dekken met De3. 26. ... Kf8 Heft de matdreiging op. Nu moet wit aan zijn pion op e4 denken of anderszins proberen initiatief te behouden. 27. fxe5 Ik wilde mijn initiatief niet prijsgeven en besloot niet mijn pion op e4 te gaan dekken met Pd2 maar over te gaan tot de aanval. 27. ... dxe5 27. ... fxe5 leidt na 28. Pxd6 tot zeer goed spel voor wit. Fritz besluit dan zelfs de zwarte dame te ruilen voor een toren en loper in de volgende variant: 28. ... Txd6 29. Txd6 Lxd6 30. Tf1+ Dxf1+ 31. Kxf1.
3. HET OFFER EN DE BLUNDER
28. Pxe5 (zie diagram rechts). In een ultieme poging om het initiatief vast te houden besluit ik hier mijn paard te offeren. Ik had niet gezien dat na 28. ... fxe5 29. Tf1+ de loper naar f6 kon om het schaak op te heffen. Toen ik dat na het spelen van de tekstzet wel zag terwijl mijn tegenstander aan het denken was, begon ik mij al te verzoenen met een nederlaag. Toen ik wat langer nadacht over de mogelijkheden van wit zag ik dat het nog lang niet hopeloos was en begon ik te proberen om veel zelfverzekerdheid uit te stralen in de hoop dat mijn tegenstander daarvan onder de indruk zou geraken. In de analyse bleek ook dat het offer na Lf6 drie pionnen en goed spel voor wit oplevert. De volgende variant kwam op het bord: 28. ... Txd1+ 29. Txd1 fxe5 30. Tf1+ Lf6 31. Lxe5 Tb7 32. Lxf6 gxf6 33. Txf6+ Kg7 34. De6 en Fritz geeft wit een voordeel van +2. Het is wellicht toch een correct offer maar in het kader van de partij was het in elk geval dè manier om mijn tegenstander onder druk te houden. Dat bleek ook wel na zijn volgende twee zetten. 28. ... Txd1+ Mijn tegenstander had Lf6 ook niet gezien na het nemen op e5 en besluit hier eerst een stel torens af te ruilen. 29. Txd1 c4?? Zwart bezwijkt onder de druk van het koffiehuisschaak dat hem voorgetoverd werd. Hij overziet dat de toren op b8 in komt te staan na mijn volgende logische zet. De beste kans voor zwart was hier volgens Fritz: 29. ... fxe5 30. Lxe5 Lxe4 31. Tf1+ Lf6 32. Lxb8 De2 33. Ld6+ Ke8 34. De6+ Kd8 waarna wit nog iets beter staat. 30. Pxc6 Dxc6 Dit kost een volle toren maar het redden van de toren had de loper gekost. 31. Lxb8 Zwart geeft op. Lang leve het koffiehuisschaak. De tussenstand kwam hierdoor op 1-4.
Aan bord 4 speelde clubkampioen Harm Schoten met zwart een Siciliaanse partij. Harm kwam goed uit de opening en wist met enkele rake zetten zijn tegenstander in verlegenheid te brengen en hem een kwaliteit te ontfutselen. Daarna was het echter de tegenstander die Harm in verlegenheid bracht en wel dusdanig dat Harm, onnodig weliswaar, de kwaliteit weer inleverde en daar nog een pion bij deed. Het had de witspeler echter veel tijd gekost om zijn hoofd in de voorgaande fase boven water te houden en dat was voor Harm de redding want met het oog op de klok werd hem remise aangeboden. Daar hoefde Harm, met het oog op de tussenstand en met een pion minder op het bord, niet over na te denken. Hij accepteerde en stelde de winst voor VDS veilig. Tussenstand: 1½-4½.
Beneden speelde Frits Wilbrink aan bord 6 met zwart een Franse partij. Dat is een opening waar Frits veel ervaring mee heeft en hij liet zich deze avond dan ook niet verschalken door de tegenstander. Hoe de partij verlopen is weet ik niet maar tegen half twaalf werd in de rokerige atmosfeer van het koffiehuis ook aan dit bord de vrede getekend. De tussenstand kwam daarmee op 2-5.
Aan bord 1 speelde Martijn London met wit de Bird. Zo'n beetje het enige wat ik van deze partij heb meegekregen is dat Martijn al vrij vroeg een pion achter stond. Of dat te danken was aan een foutje of een offer weet ik niet, maar wel bleef Martijn lekker actief met zijn stukken en dat zal ongetwijfeld de compensatie voor de pion achterstand zijn geweest die hem als laatste de remise bracht tegen een speler met een rating van bijna 2100. Een prima resultaat voor Martijn derhalve en de eindstand kwam daarmee op 2½-5½. VDS 1 had daarmee aangetoond opgewassen te zijn tegen koffiehuisschaak, onverwachte temperatuurwisselingen en oncomfortabele omstandigheden.
Carlo Buijvoets
Individuele resultaten 6e ronde OSBO-competitie 2004-2005
|
Bord |
Doesborgh 1 (1704) |
VDS 1 (1803) |
2½ - 5½ |
|
1 |
F. Schleipfenbauer (2086) |
M. London (1974) |
½ - ½ |
|
2 |
E.P.J.M. Langedijk (1842) |
F. London (1808) |
1 - 0 |
|
3 |
R.W.M. Gerhardus (1799) |
E.J. Greven (1858) |
0 - 1 |
|
4 |
A.F. Kantil (1677) |
H.H. Schoten (1840) |
½ - ½ |
|
5 |
H.E.D. den Nijs (1740) |
C.M. Buijvoets (1788) |
0 - 1 |
|
6 |
J.G.N. Ravensteyn (1528) |
F.L.W. Wilbrink (1764) |
½ - ½ |
|
7 |
A.J. Lebbink (1399) |
F.L. van den Berg (1784) |
0 - 1 |
|
8 |
R. Lievers (1562) |
J.D. van Ommen (1609) |
0 - 1 |