Kameleon verbleekt in Beekbergen
terug naar nieuws kies een andere ronde individuele resultatenOp 17 februari 2005 speelde VDS 1 zijn vijfde wedstrijd in de tweede klasse van de OSBO-competitie. Na een jammerlijk behaald gelijk spel in de eerste ronde tegen Doetinchem, waarin Carlo Buijvoets gewonnen had gestaan doch verloor, en eveneens een gelijk spel in de tweede ronde tegen Voorst, waarin Martijn London remise had kunnen halen maar in tijdnood verloor, loopt VDS 1 al het hele seizoen achter de feiten -lees promotiekansen- aan. Voorst gaat op kop met één matchpunt meer dan VDS maar met minder bordpunten. Om alsnog kampioen te worden is VDS dus afhankelijk van een misstap van Voorst en die had eerder deze week kunnen plaatsvinden tegen Doetinchem. Maar Voorst behaalde een simpele 5½-2½ overwinning. VDS stond derhalve voor de missie deze avond in het spoor van Voorst te blijven en ook te winnen, liefst met nog dikkere cijfers. Met een gemiddelde rating die zo'n 200 punten hoger was dan die van onze tegenstander, Kameleon 1 uit Terborg, was dat allesbehalve een onmogelijke opdracht. Bovendien kon VDS 1 voor het eerst dit seizoen in zijn basisopstelling aantreden. Iedereen was present.
Aan bord 8 speelde Kees van Es met wit tegen de Philidorverdediging een waarachtig miniatuurtje. Nu was de tegenstander van Kees een invaller in het eerste team van de Kameleon en met een ratingverschil van 350 punten tussen beide spelers had Kees natuurlijk ook niet mogen verliezen. Echter, nog al te vers lag in mijn persoonlijke herinnering de partij van Willem van Diggele eerder die week met VDS 2 uit tegen Lochem. Willem en zijn tegenstander waren qua rating vergelijkbaar met Kees en zijn tegenstander, maar anders dan Kees verloor Willem die partij (zie het betreffende verslag). Zoals gezegd, Kees maakte geen uitglijder en stelde zelfs heel vroeg orde op zaken. Ziet hoe dat ging: 1. e4 e5 2. Pf3 d6 3. Lc4 Pf6 4. Pg5 d5 5. exd5 Pxd5 6. Pxf7 Kxf7 7. Df3+ Df6 8. Lxd5+ Ke8 9. Lxb7 (zie diagram) en zo kwam al vroeg de eerste tussenstand op het scorebord: 1-0.
Van de volgende drie partijen die beëindigd werden, weet ik niet meer exact de volgorde waarin dat gebeurde, maar voor mijn gevoel was het eerst Frank London die, na met wit een Koningsgambiet te hebben gespeeld aan bord 2, aan mij kwam vragen waarom ik niet grijnsde. De reden voor die vraag lag in de uitslag van zijn partij. Wie die nu al kan raden mag het zeggen. Zelf schrijft Frank over zijn partij:
Een koningsgambietje, met een pion achter en de koning op e2 (Old habits die hard! Zo heet overigens ook de nieuwe van Mick Jagger), dat moet Frank zijn. Echter, 5. d4 in plaats van Lc4 was veel nauwkeuriger. Als je "on the edge" speelt, zijn dit soort foutjes fataal. Ik was echter gemotiveerd door King Loek die in Moskou langdurig een waardering van -3 van Fritz had gekregen deze middag en die door rommelen nog won. Ik rommelde naar (red: hehehe!) REMISE.
De tussenstand was nu dus 1½-½.
Als we het dan toch over rockers hebben, dan ken ik er ook nog één. Peter Koelewijn schreef ooit een lied genaamd "Je wordt ouder papa" waarvan de tekst vervolgt met "Je wilt er alles aan doen maar je weet niet hoe" en dat ging deze avond ook op voor onze Frank, alias Offerkampioen, London. Een schamel pionoffertje in het Koningsgambiet… Daar draait menigeen op de club zijn hand niet voor om. Nee, lees dan later in dit verslag hoe zoon Martijn vanuit een, door uw scribent regelmatig doodsaai genoemde opening, vuurwerk op het bord toverde.
Ik dacht dat Frans van den Berg de volgende was die klaar was met zijn partij. Aan bord 5 had hij zich met zwart in een Siciliaan succesvol verdedigd en nog vrij vroeg op de avond kwam hij triomfantelijk naar mij toe met de woorden: "Gelukt, 4 uit 4!" Inderdaad, één keer moest Frans verstek laten gaan maar zijn overige vier partijen voor VDS 1 dit seizoen won hij allemaal. Ga zo door, Frans. De tussenstand was nu 2½-½.
Daarna deed Erwin Greven met wit aan bord 3 een duit in het zakje. Behalve de opening -1. d4 Pf6 2. Pc3- waar ikzelf in ieder geval niet vrolijk van wordt en waarvan Erwin mij na de partij vertelde dat hij er ook niets vanaf weet, heb ik zelf van zijn partij niets gezien. Wel heb ik andere toeschouwers erover horen zeggen dat ze de prestatie van Erwin niet zo daverend vonden en dat ze beter van hem gewend zijn. Mogelijk was het risicomijdend gedrag van Erwin dat hij in een puntendeling berustte. Hij handhaafde daarmee in ieder geval wel de ruime marge in de tussenstand: 3-1.
Min of meer tegelijkertijd beëindigden teamcaptain Johan van Ommen en Frits Wilbrink hun partij. Frits had met wit aan bord 6 te veel moeite met zijn tegenstander en op een bepaald moment liet hij zich door hem in de luren leggen. Het gevolg was een totale instorting van de stelling, uitmondend in het verlies van veel materiaal en dus ook de partij. Tussenstand: 3-2.
Johan had ik aan bord 7 met zwart al geruime tijd met een pion achter zien vechten tegen de bierkaai. Maar de bierkaai bleek deze avond minder taai dan men gewoon is te denken. Eigenlijk heb ik weinig compensatie bij Johan gezien, maar toch kwam hij met een halfje uit de strijd. De motivatie van zijn tegenstander om uiteindelijk remise aan te bieden, was: "Ik zag het ook niet meer." Tja, een makkelijk verdiend halfje voor VDS en een duidelijke blijk van onzekerheid bij onze tegenstanders. De tussenstand was nu 3½-2½.
Clubkampioen Harm Schoten speelde aan bord 4 met wit een aangenomen damegambiet. Hijzelf schrijft hierover:
Het initiatief golfde heen en weer terwijl de stand telkens net in evenwicht bleef. Uiteindelijk viel het geïsoleerde zwarte pionnetje op e5 en na een torenoffer (Mag ik dit zo noemen?) was de witte pion op e7 niet meer te houden. 1-0
Harm speelde een waarachtige Schotiaanse partij (Mag ik dit zo noemen?). Na een d4 opening lekker rustig manoeuvreren, vooral zelf geen steekjes laten vallen en het geduld van de tegenstander op de proef stellen. Zo gauw de kans zich voordoet een miniem positioneel voordeeltje creëren. Vervolgens de tegenstander de duimschroeven aanzetten en het voordeeltje uitbuiten. Wanneer die klus eenmaal geklaard is kan, desnoods met grof geschut, de klus worden geklaard. Tussenstand 4½-2½ en de wedstrijd was gewonnen.
Toen was er nog één bordpuntje te vergeven. Waar dat naartoe zou gaan werd uitgemaakt aan bord 1 waar Martijn met zwart Frans speelde en geconfronteerd werd met de doodsaaie, voor zwart minimaal in remise eindigende en door ondergetekende verguisde afruilvariant. Martijn is door zijn afstamming echter in ruime mate voorzien van het London-gen en dat stond deze avond zelfs in deze opening garant voor allesbehalve een saaie partij. Martijn schrijft dan ook in zijn korte verslag dat door ondergetekende geredigeerd is tot een iets leesbaarder geheel:
De afruilvariant in het Frans hoeft niet saai te zijn. Ik bracht twee (!) vage (!!) paardoffers op g2 en f2. Dat was wel gevaarlijk want ik had de betere stelling.
Toen alles achter de rug was en Martijn weer bij zinnen gekomen, vertelde hij dat hij wel gezien had dat hij in geval van nood in eeuwig schaak kon vluchten. Maar daarvoor offer je natuurlijk geen twee stukken. Direct na de offers had Martijn nog zoveel tijd op de klok over dat hij rustig heeft kunnen tijdrekken om te zien of de noodsituatie voor het vluchten in eeuwig schaak al aan de orde was. Toen Harm zijn partij en VDS daarmee de wedstrijd gewonnen had, kon Martijn alle registers opentrekken. Dat werd inmiddels ook hoog tijd want de vlag van beide spelers begon behoorlijk op vallen te staan. In een zinderend tijdnoodduel werd de witspeler van de Kameleon vakkundig klemgezet in de hoek en heroverde Martijn zijn twee geïnvesteerde stukken. In die slotfase zagen we een echte kameleon aan het werk want de tegenstander van Martijn liep eerst rood aan van de spanning, werd vervolgens groen van ellende en trok uiteindelijk bleek weg van schrik toen Martijn zei: "Ja, vlag!" Martijn had nog minder dan één minuut op zijn klok maar wel een punt in zijn zak. Eindstand: 5½-2½. Missie geslaagd! Vader Frank hoorde ik na de ontknoping nog tegen zijn zoon zeggen: "Zo offeren in een betere stelling is onverantwoord. Dat mag je niet weer doen." Martijn haalde zijn schouders op en zal ongetwijfeld gedacht hebben: "Laat die ouwe maar lullen. Ik kan mijn eigen boontjes wel doppen."
Carlo Buijvoets
Individuele resultaten 5e ronde OSBO-competitie 2004-2005
|
Bord |
VDS 1 (1792) |
Kameleon 1 (1589) |
5½ - 2½ |
|
1 |
M. London (1974) |
R. van Gessel (1846) |
1 - 0 |
|
2 |
F. London (1808) |
P.E. Gijsbers (1697) |
½ - ½ |
|
3 |
E.J. Greven (1858) |
B.L. Blasman (1601) |
½ - ½ |
|
4 |
H.H. Schoten (1840) |
H. Monch (1626) |
1 - 0 |
|
5 |
F. van den Berg (1784) |
B. Vrolijks (0000) |
1 - 0 |
|
6 |
F.L.W. Wilbrink (1764) |
J. Oppewal (1584) |
0 - 1 |
|
7 |
J. van Ommen (1623) |
B. Faasse (1438) |
½ - ½ |
|
8 |
C. van Es (1687) |
J. Vinke (1331) |
1 - 0 |