Beter (te) laat dan nooit…

terug naar nieuws                        kies een andere ronde

Op 11 maart 2004 ontving VDS 1 het tweede team van P.I.O.N. uit Groesbeek. Het was inmiddels te laat om de degradatie te ontlopen nadat de vijf eerdere wedstrijden in klasse 1b van de OSBO verloren waren gegaan en VDS dus roemloos onderaan bungelde, maar dat nam niet weg dat wij onze sportieve plicht wilden vervullen. Een goed resultaat kan op zijn minst het zelfvertrouwen terug brengen in het team. Dus, wij gingen ervoor!
Een opmerkelijk feit was dat we in deze zesde ronde voor het eerst dit seizoen met onze acht basisspelers konden aantreden. In alle vorige ronden moesten we een beroep doen op één of twee invallers en als dat ook dit keer had gemoeten, dan hadden we een probleem gehad want ook VDS 2 moest deze avond extern spelen. Maar goed, gelukkig trad dit probleem niet op.

Erwin Greven speelde aan bord 2 met wit een Siciliaanse partij met op de tweede zet c3. Onze clubkampioen zelf wist na afloop het volgende te melden over deze partij:
Na een gesloten Siciliaan die mijn tegenstander niet goed behandelde, had ik ruimtevoordeel. Op zet twaalf vond ik het tijd dat er maar wat verwikkelingen moesten komen en speelde ik d5 wat het centrum zou moeten openbreken. Mijn tegenstander dacht het centrum gesloten te kunnen houden, maar dat pakte anders uit. Ik kon met mijn loper zijn dame aanvallen, welke alleen gered kon worden door een stuk te geven. Na de afruil van de dames die spoedig volgde, hield mijn tegenstander het voor gezien. Eindelijk een thuisoverwinning voor mij!
Erwin Greven
Tussenstand: 1 - 0

Aan bord 4 kreeg Frank London met wit ook al een Siciliaan te verwerken. Frank koos voor 2. Pc3 Pc6 3. f4, de Grand Prix variant. Hij meldde na afloop het volgende over zijn partij:
Frank speelde na Pf6 van de tegenstander zijn paard terug naar f2. Deze zet werd uitgevonden door een Engelse GM die het idee op de WC kreeg. Sindsdien heet deze zet de "Toilet Move". Frank hield druk op f7 en na een prachtzet, Te6, gevolgd door een kwaliteitsoffer, ging het geforceerd uit.
Frank London
Mijn eerste idee bij het lezen van dit korte verslag van Frank is dat er een luchtje aan deze overwinning zit, temeer omdat hij na de "Toilet Move" druk hield! Tijdens de avond zelf heb ik echter geen tegenstander horen protesteren en de VDS'ers waren natuurlijk blij met de nu ontstane tussenstand: 2 - 0.

Helemaal zeker ben ik niet, maar ik dacht dat de partij van André Schols aan bord 8 de volgende was die tot een eind kwam. André speelde met wit natuurlijk zijn geliefde Orang Oetan. Van André ontving ik het volgende verslag van deze partij, een verslag waarin tevens een schaakles is verwerkt.
BEEKBERGEN, 11 maart 2004
VDS 1 – PION 2
1e klasse OSBO, Bord 8
André Schols (1675) – Martin van Wettum (1754)

Uiteraard speel ik de Sokolsky.
1. b4 Pf6 Dit lijkt origineel maar is slechts verwisseling van zetten. Het paard moet in bijna alle varianten naar f6 dus waarom niet op de eerste zet. 2. Lb2 e6, 3. a3 c5 Dit stelt wit direct voor de altijd lastige keuze: doorschuiven naar b5 of slaan op c5 en een tempo verliezen, doordat zwart met het terugslaan een stuk ontwikkelt. Het doorschuiven komt bij mij alleen in aanmerking, wanneer ik de speelstijl van mijn tegenstander ken. In alle andere gevallen kies ik voor het slaan op c5 en neem het tempoverlies voor lief. Het betekent wel, dat mijn tegenstander goed op de hoogte is van de Sokolsky want anders speel je deze zetten niet a tempo zoals hij dat deed. Ik was gewaarschuwd. 4. bxc5 Lxc5, 5. e3 0-0, 6. Pf3 Pc6, 7. Le2 Db6 (zie diagram 1). Ja zwart speelt het eigenlijk voortreffelijk. Hij houdt de koningszijde met e6 goed gesloten en valt aan met Db6. De diagonaal b8-h2 ligt open en daar kan hij makkelijk naar overschakelen. Hij heeft zeker iets gelezen van de Russische GM Taimanov, die meende de weerlegging van de Sokolsky te hebben gevonden. Uiteraard bestaat er geen weerlegging van de Sokolsky!

Diagram 1                   Diagram 2                   Diagram 3
      
Stelling na 7. … Db6
            Stelling na 17. … Dd6           Stelling na 26. Lb5

8. Dc1 d5, 9. d4 Ld6, 10. 0-0 Ld7, 11. Pc3 Tac8, 12. Tb1 Lb8, 13. Pa4 Dc7, 14. Pc5 Pe4, 15. Pxd7 Dxd7, 16. c4 dxc4, 17. Dxc4 Dd6 (zie diagram 2). En zwart heeft inderdaad de diagonaal b8-h2 ingenomen. Bovendien staat z’n dame voorop en dreigt er een offer door 18. … Pg5 en wit heeft de nodige problemen. Ik was daarom gedwongen om een verzwakking te maken met 18. g3 Ik zag niet direct hoe zwart hier z’n voordeel mee kon doen dus viel de schade nog wel mee.
18. … Tfd8, 19. Db5 De7, 20. Dd3 Pf6, 21. Db3 Pe4, 22. Ld3 Pd6, 23. Lc3Lc7, 24. e4 Lb6, 25. Db2 Pe8, 26. Lb5 (zie diagram 3). We zijn 26 zetten gevorderd en ik krijg het idee dat ik wat beter kom te staan. Zwart staat gedrukt. De ruimte is voor wit en het witte centrum met de twee pionnen ziet er ook sterk uit. Dacht ik, maar ik had helemaal geen rekening gehouden met de volgende zet van zwart. 26. … Df6! De pion op d4 staat vier keer aangevallen en slechts drie keer gedekt. Bovendien staat het ongedekte paard op f3 in.
Na lang nadenken vind ik een manier om nog gelijk uit de strijd te komen. Door het paard te dekken en vervolgens alles af te ruilen, blijkt de pion op b7 een prooi voor wit te worden. Zo blijven zwart en wit in evenwicht. Als de rookwolken zijn opgetrokken ziet de stand op het bord na zet 36 van wit er zo uit (zie diagram 4). Uiteraard gaat de pion op a5 er nog af en na overleg met de teamleider bied ik remise aan. Mijn tegenstander wil echter van geen remise weten en speelt verder.

Diagram 4                   Diagram 5                   Diagram 6
      
Stelling na de 36e zet van wit
       Stelling na de 54e zet van wit     Stelling na de 67e zet van zwart

Een foutje is snel gemaakt, maar ik blijf geconcentreerd en maak geen fouten. Mijn tegenstander brengt zichzelf nog wel in een lastig parket. Na de 54e zet van wit (zie diagram 5) neemt zwart de beslissing om met zijn koning op jacht te gaan.
Het gevolg is dat de zwarte koning op de h-lijn wordt opgesloten en ik denk alsnog te kunnen winnen. 54. … Kf5, 55. Ke3 Kg4, 56. Txe6 Kxg3, 57. Txg6+ Kxh4 Hier komt die koning niet meer van de h-lijn! 58. Ke4 Td1, 59. f5 Te1+, 60. Kd5 Nu is het tijd voor zwart om goed na te denken en een plan te verzinnen om de promotie op f8 tegen te houden. Zwart vindt een goed plan en is nog op tijd ook dacht ik. Na zet 67 van zwart staat de volgende stelling op het bord (zie diagram 6). Ik speel nog een paar zetten, maar pat of promotie van de zwarte pion is niet te voorkomen. Ik berust in remise.

Ja en dan voer je die partij in met Fritz en geeft Fritz in eerste instantie mat in 41 zetten aan! Die had ik even gemist. Maar na een paar zetten zie ik ineens een bekend patroon voor me. Het heeft ook een naam en heet "Het mat van Polerio". Anderhalf jaar geleden heeft mijn schaakvriend Paul Batenburg over dit bijzondere mat een stukje geschreven in een clubblad. De naam komt van de Italiaan Polerio die over dit matpatroon al in 1589 stukken publiceerde!! Je zou het niet zeggen maar in de stelling in het laatste diagram heb je buiten de schaakjes met de dame en daarmee het positioneren van de dame, met wit twee koningszetten om de stelling van Polerio te bereiken. De zwarte koning moet zetten en ook de pion mag promoveren!
Fritz doet het zo vanuit diagram 6:
Ke5 Kg1, Dc5 Kg2, Dc2 (hier kwam bij mij het "Polerioplaatje" voor ogen) … Kg1, Kf4 h1D en de stelling van Polerio (zie diagram 7) is een feit want na Kg3 is die zwarte dame geheel nutteloos geworden!!

Diagram 7

De stelling van Polerio.

Mat in vijf is onontkoombaar. Sorry naar mijn vriend Paul. Probeert hij me iets te leren, kom ik in een bondswedstrijd in zo’n situatie en pas ik het niet toe! Wat een zak ben ik. Zou mijn tegenstander Van Wettum van Polerio hebben geweten?
André Schols
Na deze schaakles bleef de tussenstand dus in ons voordeel: 2½ - ½.

Ons vlaggenschip qua rating, Martijn London, speelde met zwart aan bord 1 een Franse partij waarin zijn tegenstander ervoor koos om op de derde zet Pc3 te spelen waarop Martijn met Lb4 antwoordde en zodoende werd het dus de Winawer variant. Na afloop heb ik Martijn nog wel gevraagd een kort verslagje van zijn partij te schrijven, maar hij moest deze eerst nog een nachtje verwerken. Zelf heb ik verder ook niets van de partij kunnen volgen en is mij alleen opgevallen dat de torens lange tijd mooi gespiegeld tegenover elkaar stonden, de witte op a2 en b1 en de zwarte op g8 en h7. Enige tijd later had Martijn de symmetrie doorbroken en stonden zijn torens op g7 en h8, maar deze dans der torens kon niet voorkomen dat Martijn uiteindelijk met lege handen achterbleef. Hij verloor ook zijn derde partij voor VDS 1 dit seizoen en nadat hij in de partij een lange rokade had gespeeld, geeft zijn score extern nu dus hetzelfde beeld: 0-0-0! De voorsprong liep dus terug naar 2½ - 1½.

Aan bord 5 speelde Frits Wilbrink met zwart ook Frans en evenals bij Martijn kwam hier de Winawer variant op het bord. Frits zelf schreef over zijn partij het volgende korte stukje, kort omdat hij vond dat Frank London teveel van de schrijfruimte op het papier die voor hem bestemd was, had gebruikt.
Na een fout van mij in de opening offerde mijn tegenstander een stuk voor een vreselijke aanval. Ik heb lang proberen te keepen maar uiteindelijk moest ik de koning omleggen.
Frits Wilbrink
Zo was onze voorsprong helemaal teniet gedaan en kwam er een tussenstand op het scorebord van 2½ - 2½.

Aan bord 6 opende Harm Schoten met wit 1. d4 en zijn tegenstander ging over tot het Grünfeld Indisch. Harm verslaat zijn partij als volgt:
Mijn tegenstander kreeg initiatief na de opening. Na een schijnoffer met paard mijnerzijds werd de stand weer meer evenwichtig. Mijn tegenstander kreeg vervolgens het loperpaar. Na afruil van een aantal stukken won ik een pion die mijn tegenstander weer snel terug won. Daarna was er een remisestelling ontstaan en werd de vrede getekend.
Harm Schoten
Na deze beslissing bleven beide partijen dus op gelijke hoogte bij een tussenstand van 3 - 3.

Aan bord 3 speelde ondergetekende, Carlo Buijvoets, met zwart een Englundgambiet (de partij is na te spelen in de Chessviewer, database "Carlo Buijvoets"). Deze dubieuze opening werd door mijn tegenstander allerminst daadkrachtig aangepakt en na een luttel aantal van veertien zetten had de vrede getekend kunnen worden. Dat gebeurde echter niet en er werd lange tijd doorgeschoven in een gelijkwaardige stelling. Toen uiteindelijk bijna alle stukken van het bord verdwenen waren behalve een paard van mijn tegenstander en een loper van mijzelf, dacht ik dat de remise wel snel een feit zou zijn. Maar helaas, wellicht geïnspireerd door mijn wintersportvakantie permitteerde ik mij een uitglijder die pardoes een pion kostte. Toen ik mij hiervan bewust werd zette ik alle zeilen bij om toch nog de remisehaven te kunnen binnenvaren. Ik bood op de koningsvleugel een pionnenruil aan waar mijn tegenstander op in ging en daarna bleek het winnen van mijn pion op a7 voor mijn tegenstander een nadeel te hebben opgeleverd. Zijn paard zat nu opgesloten in de hoek omdat de bewuste pion die geruild was het enige veld dekte waarlangs dat paard had kunnen wegkomen om weer aan het spel te gaan deelnemen. Mijn tegenstander poogde een keer om zijn paard van c6 via a7 en vandaar naar b8 weer in het spel te betrekken maar moest onverrichterzake terugkeren naar c6. Mijn koning en loper hielden het vast. Toen het paard zes zetten later nog eens van c6 naar a7 sprong om na mijn antwoord Lb8 weer terug te keren naar c6 klonk er plotseling een roep in de speelzaal: "WEDSTRIJDLEIDER?" Dat was ik, met de mededeling aan wedstrijdleider Frank London dat ik met mijn volgende zet ten derde male dezelfde stelling op het bord ging brengen en op grond daarvan de remise claimde. Frank moest dit controleren en kwam tot de conclusie dat mijn claim terecht was en dus ontsnapte ik aan de echte tijdnood en werd ik voor mijn noeste arbeid beloond met een half punt. De tussenstand was nu 3½ - 3½.

De partij van Arie van Veen (met zwart aan bord 7) moest uitsluitsel geven over het eindresultaat van deze wedstrijd. Arie stond in een Hollandse partij al lange tijd een pion voor maar had zijn tegenstander nog niet op de knieën. Deze verkeerde inmiddels in hevige tijdnood en zijn teamleider fluisterde hem in dat hij remise moest aanbieden. Daar was Arie natuurlijk nooit op ingegaan en dat hoefde hij ook niet want, op het moment dat het remsieaanbod kwam constateerde Arie ijskoud dat de vlag van zijn tegenstander gevallen was en hij incasseerde zodoende het volle punt en de eer om de matchwinner van de avond te worden. Eindstand: 4½ - 3½. De eerste overwinning van VDS 1 dit seizoen was een feit. Gewonnen van Pion 2 met nog een laatste wedstrijd tegen Pion 3 in het verschiet, dat geeft goede hoop op het overdragen van de rode lantaarn aan het eind van een desastreus seizoen.

Carlo Buijvoets

Individuele resultaten 6e ronde OSBO-competitie 2003-2004

Bord

VDS 1 (1798)

P.I.O.N. 2 (1774)

4½ - 3½

1

M. London (2028)

W.M. Veenstra (1890)

0 - 1

2

E.J. Greven (1835)

A. Arents (1832)

1 - 0

3

C.M. Buijvoets (1785)

M. de Jonge (1811)

½ - ½

4

F. London (1774)

W. Gielen (1962)

1 - 0

5

F.L.W. Wilbrink (1814)

J.L. de Valk (1739)

0 - 1

6

H.H. Schoten (1849)

H. Brinkhof (1751)

½ - ½

7

A.W. van Veen (1624)

D. Arts (1457)

1 - 0

8

A.C. Schols (1675)

M.J.P. van Wettum (1751)

½ - ½