Een benauwde remise

terug naar nieuws                        kies een andere ronde

Alle partijen die in dit verslag besproken worden, kunnen worden nagespeeld in de Chessviewer, Database VDS 2-Ede 2.

Op 15 januari 2004 speelde VDS 2 een thuiswedstrijd tegen de koploper in klasse 3e van de OSBO, Ede 2 met 5 wedstrijdpunten en 12½ bordpunten. VDS had op dat moment 5 wedstrijdpunten en 10½ bordpunten en stond daarmee op de tweede plaats. Het beloofde een spannende avond voor VDS 2 te worden en die belofte werd gestand gedaan.

Aan bord 6 speelde Hans Hertgers met wit een Slavische partij. Op de twaalfde zet speelde zijn tegenstander e5, en dat was voor Hans het teken om de machine in gang te zetten. Hij begon met het nemen van de pion en zijn tegenstander kon vanaf dat moment alleen maar achter de feiten aanlopen. Na de zeventiende zet stond Hans een kwaliteit en een pion voor. Duidelijk aangeslagen speelde zijn tegenstander in het vervolg ook niet de beste zetten en toen deze op de 20e zet nog een pion had ingeleverd, staakte hij de ongelijke strijd. VDS nam een 1 - 0 voorsprong en kon daar geruime tijd van genieten, want het was nog vroeg.

Geruime tijd later viel er een beslissing aan het eerste bord, waar Frans van den Berg met zwart tegen een vroegere kampioen van Gelderland zijn beste schaak ten tonele voerde. In een Siciliaanse partij liet de tegenstander van Frans zien dat hij het schaken nog niet verleerd was. Hij bracht complicaties op het bord waar Frans maar ternauwernood raad mee wist. Wat zijn tegenstander echter wel verleerd leek te zijn, was klok kijken. Na pakweg een uur en vijfenveertig minuten spelen vroeg hij om de wedstrijdleider. Hij had de indruk dat de klok niet goed liep en beargumenteerde dit met de opmerking dat hij meende niet langer nagedacht te hebben dan Frans en toch had hij een achterstand in bedenktijd van bijna een kwartier. André vergeleek de door beide spelers in totaal verbruikte tijd met die op de andere borden en kwam tot de conclusie dat daartussen geen verschil zat. De man uit Ede vroeg nog om een andere klok, maar kreeg van de wedstrijdleider nul op het rekest. Frans liet zich door dit alles niet van zijn à propos brengen en schaakte rustig verder. Hij kwam weliswaar een pionnetje achter, maar na een grootscheepse afruil won hij deze terug in het resterende dame-eindspel. Nog voor Frans de pion terugnam werd de vrede getekend en kwam de stand op 1½ - ½. Nog steeds een voorsprong dus, maar een zorgelijke situatie gezien de stand op de resterende borden.

Johan van Ommen speelde aan het tweede bord met wit een Grünfeld partij waarin hij zich liet inspireren door een partij uit 1971 tussen Donner en Ree (zie de Chessviewer, Database Donner-Ree), zoals hij mij later meedeelde. In die partij werd op de zestiende zet Tb1 gespeeld en dat deed Johan dus ook. Tot dat moment is de partij dan ook een kopie van die in 1971 gespeelde partij. "Alleen deed Donner het na zet 16 een stuk beter dan ik en Ree deed het slechter dan mijn tegenstander, want 18. ... fxe5 is verboden in deze stelling." aldus onze tijdnoodkampioen. Hoe het ook zij, Johan stond intussen wel een kwaliteit achter en moest met diepzinnig spel proberen stand te houden. Dat lukte hem op een bepaald moment toe zijn tegenstander meende dat hij zetherhaling niet uit de weg mocht gaan. Zo eindigde deze partij dus in remise, een halfje waar ik zelf nog slechts op durfde te hopen enkele ogenblikken daarvoor. De stand werd nu 2 - 1 voor VDS 2 en de zorgen werden daardoor iets minder.

Aan bord 3 speelde Willem van Diggele, enkele dagen daarvoor nog succesvol als invaller in het eerste team, met zwart een Philidor. Op zet negen stortte Willem zich in complicaties die hem duur te staan kwamen. Hij verloor een pion en de mogelijkheid om te rokeren, en in hogere zin stond hij verloren. Willem speelde nog wel geruime tijd door, maar zijn tegenstander maakte geen fouten. Nadat Willem nog een pion had verloren en, toen het materiaal behoorlijk uitgedund was en zijn tegenstander in het eindspel de pionnen in beweging zette, restte hem niets anders dan de koning om te leggen. De stand was weer gelijk: 2 - 2.

Aan bord 5 speelde Frank Nelemans een Koning Indische partij. Na een ingewikkelde strijd kreeg zijn tegenstander bezit van de open c-lijn en daarmee was het gevecht in hogere zin beslist. Op de 28e zet verloor Frank een eerste pion en op de 35e zet een tweede. Toen hij vervolgens trachtte met zijn koning achter de vijandelijke linies wat materiaal terug te winnen, zag Frank een belangrijk detail over het hoofd. Zijn tegenstander zag het wel en speelde op zet 39 Tc7 waarna mat op c4 niet meer te dekken was. Voor het eerst keek VDS 2 tegen een achterstand aan: 2 - 3.

Ardie van Veen was de laatste die de stand nog gelijk kon trekken. Hij speelde met wit aan bord 4 de van hem inmiddels bekende Bird-opening en kwam na de opening in een comfortabele stelling terecht. Toen zijn tegenstander op zet 23 een combinatie inzette, bleek hij zich vergist te hebben in de kwaliteiten van Ardie. Die pareerde de combinatie bekwaam en werd daarvoor op de 31e zet beloond met pionwinst. Jammer genoeg zag Ardie enkele zetten later (zet 34) een voortzetting over het hoofd die hem ook nog eens kwaliteitswinst zou hebben gebracht. Hij nam meteen een loper terug waar hij met een tussenschaakje een toren had kunnen pakken in plaats van die loper. Deze misstap leidde er bovendien toe dat Ardie plotseling het initiatief kwijt was en een stuk zou gaan verliezen. Hij vond echter een oplossing die zijn tegenstander voldoende zand in de ogen strooide zodat deze de correcte voortzetting (36. … Dg6) niet zag en tot afruil overging: Ardie leefde nog! Vervolgens kwam er een dame-eindspel op het bord waarin Ardie een pluspion had, maar dat is meestal niet voldoende voor de winst. Zijn tegenstander had echter ruim minder tijd dan hijzelf en Ardie molk de stelling dan ook helemaal uit. Nadat Ardie een lange reeks schaakjes over zich heen had laten komen gaf hij zijn pluspion op en zijn tegenstander, misschien gerustgesteld door het materiële evenwicht dat hersteld was, ging prompt in de fout. Hij bood Ardie de kans om dameruil af te dwingen en vervolgens de laatste zwarte pion te verorberen en te promoveren met zijn laatste pion. "YES" (zie diagram) hoorden we Ardie zich ontladen, maar de goede luisteraar wist dat hij het inwendig uitschreeuwde; wat een climax! Hij kreeg meteen een hand van zijn tegenstander en de wedstrijd was ten einde: 3 - 3.


De slotstelling van Ardie's partij

Het is duidelijk dat na de onvermijdelijke dameruil, wit de pion op b6 kan veroveren en vervolgens geen obstakels meer tegenkomt met zijn zijn pion op weg naar c8 en DAME!
(De partij van Ardie staat niet helemaal in de Chessviewer. De notatie was in de tijdnoodfase niet meer bij te houden!)

Carlo Buijvoets

Individuele resultaten 4e ronde OSBO-competitie 2003-2004

Bord

VDS 2 (1658)

Ede 2 (1709)

3 - 3

1

F.L. van den Berg (1783)

J. van Woerden (1786)

½ - ½

2

J.D. van Ommen (1655)

H. van de Weteringh (1658)

½ - ½

3

W.J. van Diggele (1663)

D. Krijgsman (1699)

0 - 1

4

A. van Veen (1661)

P.J. Dullaart (1718)

1 - 0

5

F. Nelemans (1553)

J.M. van Raan (1721)

0 - 1

6

J. Hertgers (1631)

W. Pol (1672)

1 - 0