Koffiehuisschaak in het Dorpshuis
terug naar nieuws kies een andere rondeOp 11 december 2003 speelde VDS 1 in de derde ronde van de OSBO-competitie een thuiswedstrijd tegen Westervoort dat, na een gelijkspel en een verloren wedstrijd in de eerdere ronden, een door ons te pakken tegenstander leek. Een overwinning voor VDS was broodnodig om ten eerste het zelfvertrouwen op te krikken en ten tweede de degradatiestrijd te ontlopen. Evenals in de tweede ronde moesten we het ook nu stellen zonder ons vlaggenschip Martijn London en dan verschijn je verzwakt aan de start. De gasten uit Westervoort bleken met een tweetal supporters aanwezig te zijn en ze gaven met tien man blijk van een bijzonder goed humeur en blaakten van het zelfvertrouwen. Het zou allesbehalve makkelijk worden voor VDS, was mijn indruk.
De eerste partij die tot een eind kwam was die van André Schols aan bord 6. André speelde met wit en nam dus zijn tegenstander mee het oerwoud in, op zoek naar de geheimen van de Orang Oetan. De tegenstander van André verkondigde na de partij dat hij niet erg thuis was in deze opening en dat hij het er maar eens op aan wilde laten komen. Hij ging in op de complicaties die André hem voorschotelde na 1. b4 e5 (Geloof het of niet, maar op de zevende zet promoveert deze pion op g1 tot dame!!!) 2. Lb2 Lxb4 3. f4 (zie diagram 1; het Kucharkowski-Meybohm-gambiet) door de gambietpion aan te nemen met 3. … exf4 en het duurde maar even of het bord stond in brand. Het werd een partij koffiehuisschaak van de bovenste plank! André offerde nagenoeg zijn hele koningsvleugel voor aanvalskansen over de f- en de h-lijn. Hij stond met zijn koning op g1 achter een loper op g2 en naast zijn toren op h1. De f-, g- en h-pion zaten na zeven zetten alweer in de doos, evenals het koningspaard van André dat inmiddels met promotie van het bord geslagen was. Zijn tegenstander had vrijwel alle stukken nog in de beginstelling staan en was met de dame op avontuur. De partij was een waar schouwspel en trok dan ook veel bekijks. Na het logische vervolg 4. Lxg7 Dh4+ 5. g3 fxg3 6. Lg2 gxh2+ 7. Kf1 hxg1D+ 8. Kxg1 ontstond de stelling van diagram 2.
Diagram 1
Diagram 2

De partij ging verder met 8. … Dg5 9. Lxh8 Pf6 10. Df1 (zie diagram 3) en op dit moment vroeg Frank London aan mij of ik dacht dat de partij voor André gewonnen was. Mijn oordeel luidde bevestigend omdat ik dacht dat de aanval over de h- en de f-lijn, met op dit moment een zwart paard dat in stond, niet gepareerd kon worden. Maar ik had een list van de zwartspeler over het hoofd gezien. Hij speelde nu 10. … Pg4 om na 11. Txh7 Lc5+ 12. e3 Lxe3+ 13. dxe3 Dxe3+ 14. Kh1 Pf2+ (zie diagram 4) in eeuwig schaak te vluchten en daarmee de uitslag en de stand in de wedstrijd te bepalen op ½-½.
Diagram 3
Diagram 4

Het spektakel had al met al slechts een uurtje geduurd en ik maak me sterk dat alle aanwezigen dat jammer vonden, want het was zeker voor de toeschouwers meer dan vermakelijk.
Aan bord 4 kreeg Frits Wilbrink met wit een Siciliaanse partij te bestrijden. Klaarblijkelijk heeft hij de zaken degelijk aangepakt, want op een bepaald moment stond hij een pion voor. Het was jammer genoeg niet voldoende voor de winst, want, zoals het een remisekoning betaamt, ook hier werd het punt gedeeld. De stand in de wedstrijd bleef dus gelijk: 1 - 1.
Invaller Willem van Diggele speelde aan bord 7 met zwart weer een van zijn onnavolgbare openingen. Willem zegt van zichzelf dat hij weinig tot geen openingskennis heeft. Daar geeft hij dan ook vaak blijk van door de partij avontuurlijk op te zetten en zo snel mogelijk alle gebaande paden te verlaten. Dat kan vaak goed gaan, maar niet altijd. Zo ging Willem ook in deze partij onderuit nadat hij niet tot rokeren was gekomen, met een geruïneerde pionnenstructuur kwam te zitten en bovendien zijn stukken niet tot samenwerking kreeg. Dit leidde er toe dat Willem op de 24e zet geconfronteerd werd met een binnengedrongen toren van zijn tegenstander die krachtig ondersteund werd door een centraal geposteerd paard waarbij bovendien de andere toren en de dame in aanvallend opzicht assistentie verleenden (zie diagram 5). Voor Willem was dit alles reden genoeg om de handdoek te werpen en een nul op zijn notatieformulier in te vullen. Nu keken we tegen een achterstand aan: 1 - 2.
Diagram 5

Slotstelling na 24. Tfc1
Teamleider Frank London was de vierde speler waarbij een beslissing viel, gevolgd door Frans van den Berg. Van beide partijen heb ik weinig meegekregen, maar gelukkig heeft Frank daarvan enkele notities gemaakt.
Frank speelde aan bord 3 met zwart z'n vertrouwde Caro Kann met het schijnoffer 1. e4 c6 2. Pf3 d5 3. Pc3 dxe4 4. Pxe4 Pf6 5. Pxf6+ gxf6 6. d4 Lf5 7. Ld3 Pd7?! (zie diagram 6).
Diagram 6

Stelling na 7. Pd7?!
Frank heeft hier een legendarisch stukje over geschreven. De leukste anekdote: Bij Schaakstad zat Frank te vluggeren tegen IM Ziatdinov die op dit moment in de partij zei: "You loose a piece!" Frank antwoordde met: "Que?" (Fawlty Towers voor de liefhebbers) en met een rood hoofd keek de IM nogmaals naar de stelling. Bij een simultaan in Eerbeek tegen IGM Hort zonder blikken of blozen 0-0. Ziatdinov gaf toe dat hij een tijdje dacht dat Frank een stuk weggaf. Hij speelde hierna c3 en na Lg6 werd het "keepen" voor Frank.
Frank heeft beloofd dit seizoen minimaal remise te spelen. De partij eindigde dus in ½-½. De stand in de wedstrijd was nu 1½ - 2½.
Frans van den Berg speelde met wit aan bord 8 als een jonge vent: stukoffer voor twee pionnen! In het eindspel overzag Frans een geniale matcombinatie en ging vervolgens zelf roemloos ten onder: 0-1. De stand was nu zeer zorgelijk: 1½ - 3½.
Frank London
Aan bord 2 speelde Carlo Buijvoets met wit het Blackmar-Diemer-Gambiet. Het was een partij Hogeschool Paardendressuur waarbij we tot formaties kwamen waar Ankie van Grunsven jaloers op kan zijn (zie diagram 7 en 8).
Diagram 7
Diagram 8

Lange tijd zag het ernaar uit dat Carlo zijn gambietpion nooit terug zou zien en dat hij geruisloos van het bord geschoven zou worden, maar op de 25e zet van zwart kwam dan toch het foutje (zie diagram 9). Daarna kreeg Carlo licht initiatief maar hij beoordeelde het als onvoldoende voor de winst. Navraag bij de teamleider over de vooruitzichten voor de beide overige borden leerde hem dat VDS geen winst hoefde te verwachten en hij mocht dan ook remise aanbieden. Dat deed Carlo achteraf op een zeer geschikt moment, want waarschijnlijk aangeslagen door zijn misgreep op de 25e zet stemde de zwartspeler in met de puntendeling terwijl het nu juist Carlo was die een pion weggaf (zie diagram 10). Maar dit hadden beide spelers naar mijn mening (nog) niet gezien. In de slotstelling kan zwart probleemloos de pion op a4 verorberen en zich daarmee een vrije pluspion verschaffen. Een gelukkige remise derhalve. De partij had het volgende verloop: 1.e4 d5 2.d4 dxe4 3.Pc3 Pf6 4.f3 exf3 5.Pxf3 Lg4 6.Lc4 e6 7.0–0 Pc6 8.Pe2 Ld6 9.c3 Dd7 10.b4 a5 11.b5 Pe7 12.a4 Pf5 13.Pf4 Ph4 14.Le2 Pg6 15.Pd3 h5 16.Pg5 Ph4 17.Lf4 Pf5 18.Pe5 Lxe5 19.dxe5 Dxd1 20.Lxd1 Lxd1 21.Tfxd1 Pd5 22.Ld2 Pb6 23.Le1 Pe3 24.Td3 Pec4 25.Lg3 Pd7 26.Pxf7 Tf8 27.Tf1 Pc5 28.Tdf3 Pd7 29.T1f2 Pcb6 30.Tf4 ½–½
Diagram 9
Diagram 10

Door deze remise was de stand in de wedstrijd op 2 - 4 gekomen en een gelijk spel was nog het hoogst haalbare. Daarvoor zouden zowel Erwin Greven als Harm Schoten hun partij moeten winnen.
Aan bord 1 speelde Erwin met zwart een Siciliaan. Alsof zijn tegenstanders het kunnen ruiken kreeg Erwin ook dit keer weer het door hem verafschuwde Morra-Gambiet tegen zich. "Ik ga me hier nu echt in verdiepen!" verzuchtte hij ergens halverwege de partij. Maar dat is te laat Erwin. Je hebt het al zo vaak tegen gekregen en voor een Siciliaan-speler als jij moet je toch op zijn minst kennis hebben van deze dubieuze variant. Nu bleef Erwin met lege handen achter en was de wedstrijd voor VDS definitief VERLOREN na vier remises en drie verliespartijen: 2 - 5.
Zoals wel vaker was het bij Harm Schoten, die met zwart aan bord 5 speelde, waar de beslissing het langst uitbleef. Het liep al tegen twaalven en iedereen zag een stelling op het bord waarin Harm met zijn dame schaak kon geven op een open lijn waarop achter zijn eigen dame dan zijn koning stond en achter de koning van zijn tegenstander een toren. Menigeen hield zijn hart vast: "Als hij dat schaakje maar niet geeft!" Maar jawel hoor, Harm gaf het schaakje wel en iedereen dacht dat het nu uit was. En dat was het ook, want de tegenstander van Harm gaf meteen op. Wat was het geval: als de witte koning opzij ging met dekking van de toren, leek het of de zwarte dame gepend stond en verloren zou gaan, maar na een volgend paardschaak van zwart moest de witte koning de dekking van de toren opgeven en zou Harm gewoon een toren winnen. Met deze fraaie slotcombinatie redde Harm aldus de eer van VDS door in ieder geval één partij met winst af te sluiten. Eindstand: 3 - 5!
Met enige vertraging ontving ik van Harm het volgende verslag van zijn eigen partij.
Beste tafelgenoten
Het aperitief: Carlo vroeg mij na de wedstrijd tegen Westervoort om een stukje te schrijven over mijn externe partij in die wedstrijd. En ja, als het nu een smakelijke partij was geweest, dan was dat natuurlijk een eitje. Maar het was zo’n gaargekookte vegetarische partij, zonder jus, zonder boter bij de vis. Voor zo’n vleesloos gerecht halen de grote OFFERAARS onder de VDS'ers natuurlijk hun neus op. Waarom jullie dan toch iets voorkoken? Wel: het is simpel, omdat mijn partij natuurlijk de enige externe winstpartij van die avond was. Ik denk dat hier een (kook)les wel op z’n plaats is. Behalve voor het jeugdig talent Bram natuurlijk, die hoeft niets meer te leren na zijn prachtige winst tegen een sudderende Johan. Hierbij het menu à la carte (drie gangen). Eet u smakelijk.
Het voorgerecht: 1. e4 c5 Sicilianen kunnen erg goed koken 2. g3 Pc6 3. Lg2 g6 4. c3 Lg7 proberen d4 te voorkomen 5. Pe2 e5 6. O-O Pge7 7. d3 O-O 8. f4 d6 9. Le3 Dc7 10. h3 tegen Lg4 Le6 11. d4 (zie diagram 11) Eindelijk, maar te vroeg. 11. … exd4
Diagram 11
Diagram 12

Het hoofdgerecht: 12. cxd4 Lc4 op dit punt zitten allerlei heerlijke variaties om het gerecht te beïnvloeden, maar de kans op aanbranden is zeer groot 13. Pa3 Lxe2 14. Dxe2 Lxd4 hoera pionwinst. Volgens mij had mijn tegenstander nu het initiatief wat meer naar zich toe kunnen trekken door Pb5. Na loperruil was dan pion d6 zwaar onder vuur komen te liggen 15.Lxd4 Pxd4 16. Dd3 Pec6 17. Pc4 Tad8 18. a3 tegen Pb4 18. … Pe7 wat voorbarig tegen Pe3-d5 19. Pe3 f5 om de boel wat los te gooien 20. Tac1 Dd7 richt het oog begerig op pion h3 21. Tfd1 fxe4 22. Lxe4 met de dame slaan geeft een nare bijsmaak door Pe2+ met kwaliteitswinst Dxh3 23. Pd5 Pxd5 24. Lxd5+ Kg7 25. Td2 Dg4 26. Th2 (zie diagram 12) Na de partij werd ik door wat koffiehuisschakers (Frank, Willem, dat volk) erop gewezen dat ik hier direct 26. … Txf4 had kunnen spelen. Na 27. Th4 komt dan 27. … De2 28. Dxe2 Pxe2+ met kwaliteitswinst. Ach, dat had gekund ja. Maar het is weer zo haastig hè. Voor een goede doortrokken smaak moet wijn ook wat langer liggen. 26. … Tde8
Het nagerecht: 27. Kf1 Txf4+ dit deed ik om twee pionnen te winnen met terugwinst van de toren op c1. En ach, de kookwekker van mijn tegenstander begon bijna te rinkelen... 28. gxf4 Dxf4+ 29. Kg2 (zie diagram 13) 29. … Te2+ Toch maar even zo, ik was bang voor verwikkelingen met inslag op h7, bijvoorbeeld 29. … Dxc1 30. Txh7 Kxh7 31. Dh3+ Kg7 32. Dd7+ met winst van mijn toren op e8. 30. Dxe2 Pxe2 31. Tf1 Dg5+ 32. Kf2 Dxd5 33. Tfh1 Pd4 34. Txh7+ Kf6 35. Tf1 Df3+ (zie diagram 14) De eerder genoemde koffiehuisschakers grepen hier vertwijfeld naar hun hoofd: gaf ik zomaar mijn dame weg! Mijn tegenstander was duidelijk beter dan zij en gaf direct op. 0-1.
Diagram 13
Diagram 14

Het koffiepraatje: en wat leren wij hier nu uit? Dat bier- en jeneverdrinkers meer gaan voor het grofstoffelijke, maar dat wijndrinkers natuurlijk de echte fijnproevers zijn.
Moge het u wel bekomen,
Harm Schoten
Zo ging ook de derde wedstrijd van dit seizoen verloren en staat VDS 1 stevig onderaan. Had echter Frans die geniale matcombinatie gezien en zijn partij gewonnen, dan was het 4 - 4 geworden en zou de voorspelling, zoals aangekondigd na de vorige ronde, zijn uitgekomen. Er zijn nog vier wedstrijden te gaan. Er liggen nog kansen om uit het moeras te komen. Maar daarbij zou het wel helpen als Martijn ons team weer komt aanvoeren. Martijn, op je post! Laat ze daar in De Wijk toch allemaal een patatje gaan halen op OSBO-competitiedagen. Er zijn belangrijker zaken dan eten.
Carlo Buijvoets
Individuele resultaten 3e ronde OSBO-competitie 2003-2004
|
Bord |
VDS 1 (1772) |
Westervoort 1 (1753) |
3 - 5 |
|
1 |
E.J. Greven (1835) |
M. de Mol (1996) |
0 - 1 |
|
2 |
C.M. Buijvoets (1785) |
J. Puijman (1796) |
½ - ½ |
|
3 |
F. London (1777) |
P.W. de Mol (1830) |
½ - ½ |
|
4 |
F.L.W. Wilbrink (1814) |
N. Matser (1707) |
½ - ½ |
|
5 |
H.H. Schoten (1849) |
M. Roskam (1695) |
1 - 0 |
|
6 |
A.C. Schols (1667) |
E. Peters (1727) |
½ - ½ |
|
7 |
W.J. van Diggele (1663) |
J. Vos (1687) |
0 - 1 |
|
8 |
F.L. van den Berg (1783) |
R. Schulenberg (1587) |
0 - 1 |