Vive la Frans

Op donderdagavond 10 april speelde klasse 1a van de Osbo een gezamenlijke slotronde in De Brinkhorst in Apeldoorn, het honk van Schaakstad. VDS 1 speelde daar een thuiswedstrijd tegen O&O 1 uit Kampen. Voorafgaand aan de wedstrijd was de situatie zo dat noch O&O, noch VDS kans hadden te promoveren of gevaar liepen te degraderen. De wedstrijd ging dus eigenlijk om niets meer dan de eer. O&O had acht matchpunten verzameld en VDS had er zeven. Bij winst kon VDS dus nog één, en misschien zelfs twee plaatsen stijgen op de ranglijst en eindigen op de derde plaats in haar eerste seizoen in de eerste klasse. De strijd om de derde plaats had VDS echter niet in eigen hand omdat Meppel evenveel matchpunten had maar iets meer bordpunten. Hoe dan ook, alle ingrediënten voor een genoeglijk avondje schaken waren aanwezig.
Wie er niet was, dat was Bert Meester. Nadat hij ons geholpen heeft om lijfsbehoud in de eerste klasse veilig te stellen, verkoos hij voor deze wedstrijd die nergens meer om ging niet van Noord Holland naar Apeldoorn af te reizen. Wij hebben daar natuurlijk alle begrip voor en zijn hem hoe dan ook dankbaar voor zijn grote bijdrage (3˝ punt uit 5 partijen waaronder drie remises en twee keer winst: 70%!) die hij tot dusver heeft geleverd aan ons eerste team.
Wie waren er dan wel? Welnu, aan het eerste bord onze vriend van ver Martijn London, die ook vanavond de rapen van zijn opponent weer zou proberen gaar te koken. Aan het tweede bord onze veelvuldige ex-clubkampioen en tweevoudig bekerwinnaar Erwin Greven, die het tot dusver zwaar heeft gehad in de externe competitie en ongetwijfeld van plan is geweest om in deze laatste wedstrijd zijn negatieve score om te buigen in een 50% score. Aan bord drie onze onvolprezen teamcaptain, regerend clubkampioen en tweevoudig bekerwinnaar Frank London die, al met een plusscore op zak, vastberaden zal zijn geweest om deze te handhaven. Aan bord vier speelde bekerfinalist van dit seizoen Carlo Buijvoets die een 50% score wilde ombuigen in een plusscore. Bord vijf werd bezet door ex-clubkampioen Frits Wilbrink die qua scoringspercentage extern in hetzelfde schuitje zat als Carlo. Dat betekent dat hij met een score van 2˝ uit vijf de laatste wedstrijd inging. Bord zes viel ten deel aan Frans van den Berg, de man uit vorm die nog maar twee schamele halfjes uit vijf partijen had kunnen laten bijschrijven. De na drie eerdere invalbeurten tot eerste teamlid gepromoveerde Harm Schoten mocht voor zijn vierde invalbeurt plaats nemen aan bord zeven en de nieuwe invaller Arie van Veen kreeg bord acht toegewezen. De reden dat Arie als invaller in het team zat kwam doordat vaste kracht Johan van Ommen nog steeds niet voldoende hersteld en aangesterkt was na zijn verblijf in het ziekenhuis om weer achter het bord te kunnen plaatsnemen. Wel bleek deze avond dat Johan voldoende hersteld is om zijn team moreel te ondersteunen, want hij kwam als supporter opdraven en liet zich ook een pilsje goed smaken: "De dokter heeft gezegd dat ik mag drinken waar ik zin in heb, dus doe maar een pilsje!" Welkom terug Johan.
Dan de wedstrijd. Om kwart voor acht werden de klokken in werking gesteld en de wedstrijd was begonnen. Naast mij kreeg Frank London, die met zwart speelde, e4 voorgeschoteld. Geen verrassing dat zijn antwoord c6 was en een nieuwe Caro Kann was geboren. Frank speelt deze opening zo vaak dat je mag verwachten dat hij de meeste ins en outs er wel van kent. Dat bleek ook, want hij kreeg vrij eenvoudig een gelijkwaardige stelling op het bord en op een bepaald moment vond hij de tijd dan ook rijp om maar eens remise aan te bieden. Eén zet te laat! Voor zijn remiseaanbod moest hij nog een zet spelen en laat dat nou een verliezende zijn. Zich van geen kwaad bewust speelde Frank zijn loper van d6 naar c5 en bood zo de loperruil aan met wit die een loper op e3 had. Franks loper stond gedekt door zijn paard op d7 dat weer gedekt stond door de koning op e7. Tegelijk bood Frank remise aan en à tempo antwoordde zijn tegenstander: "Ik denk dat ik dat niet mag aannemen want ik ga je paard slaan!" Daarop barstten zowel Frank als zijn tegenstander in lachen uit en het slot was dan ook hilarisch, hoewel teleurstellend voor Frank die de partij direct opgaf. Na het nemen van het paard met schaak kon wit zich ook nog tegoed doen aan de loper op c5 en Frank verloor een kleine kwaliteit. Hij hield een toren over tegen het loperpaar en dat vond hij te weinig. Tot overmaat van ramp zei zijn tegenstander dat hij een remiseaanbod een zet eerder direct had aangenomen. Jammer, maar de feiten waren dat we met 0-1 achter kwamen door deze blunder van Frank, die daardoor tevens zijn plusscore in de externe competitie verloren zag gaan. Hij eindigt met 3˝ uit 7 op 50%.
Erwin Greven speelde met wit en opende met e4 waarop Pf6 volgde, Aljechin dus. Van deze partij heb ik niet veel gevolgd, maar wel heb ik gezien dat het materiele evenwicht nergens is verstoord en de partij eindigde in remise. Erwin eindigt zodoende met 3 uit 7 op een 43%-score.
Debutant in de eerste klasse, Arie van Veen kreeg met wit aan bord acht ook een Caro Kann voor de kiezen. Arie koos voor de doorschuifvariant en wist ergens in de loop van de partij een pion te winnen. Dat was evenwel niet voldoende voor de winst, want de partij eindigde in remise.
Frans van den Berg opende met wit d4 en kreeg na f5 een Hollandse partij op het bord. Frans verloor ergens in de partij een pion maar door te vluchten in een eindspel met lopers van ongelijke kleur wist hij ruimschoots binnen de remisemarge te blijven. Zijn tegenstander rekte het eindspel nog wel twintig zetten lang en daar werd Frans minder vrolijk van. Maar hij liet de remise niet meer glippen. Frans eindigt door dit resultaat met een score van 1˝ uit 6 op 25%. Dit is wel wat tegenvallend voor Frans die mij voorafgaand aan de wedstrijd toevertrouwde dat hij volgend jaar maar in het tweede moet spelen. Of de plaatsingscommissie daar mee instemt, is echter nog maar de vraag. En toch zou aan het eind van de avond blijken dat "Frans" het helemaal niet slecht gedaan had voor VDS.
Na deze drie remises was de stand in de wedstrijd nog steeds in het nadeel van VDS, 1˝-2˝.
Carlo Buijvoets speelde met wit en dus e4. Zijn tegenstander antwoordde met e6 en Carlo kon wel juichen want, zijn eigen favoriete Franse verdediging kwam op het bord. Carlo koos voor de doorschuifvariant en zijn tegenstander koos even later voor het dichtschuiven van de damevleugel met c4 en liet de ruil van deze pion op d4 na. Een gesloten spel ontwikkelde zich waarbij zwart veel ruimte maar geen spel had achter de lange diagonaal a1-h8 en wit meer ruimte en ook spel voor die diagonaal. Zwart offerde zijn pion op h7 om voor zijn torens de beschikking te krijgen over de halfopen h-lijn en Carlo accepteerde dat offer, gezien hebbende dat die h-lijn geen gevaar voor hem zou opleveren. Lange tijd werd er gemanoeuvreerd en gebeurde er eigenlijk weinig. Totdat Carlo op de 23e zet een remiseaanbod kreeg. Daar was hij niet naar op zoek en hij sloeg het dan ook af. Hij vervolgde met de afruil van een loper tegen een paard en even later werd nog een stel paarden geruild. Nu had zwart alleen nog maar zijn torens om mee te spelen. Wit hield alles gesloten en zocht voor zijn stukken gunstige velden. Met een batterij van dame en loper op de diagonaal h2-b8 kon Carlo dreigen binnen te dringen in de zwarte stelling. Bovendien had hij een halfopen e-lijn tot zijn beschikking voor zijn torens. Toen zwart meende dat hij met zijn koning actief moest worden op de koningsvleugel, zette hij deze, nadat hij eerder in de partij lang gerokeerd had, pardoes op de e-lijn waardoor Carlo een tweede pion cadeau kreeg. De partij werd direct opgegeven en zo zien we dat door "Frans" het eerste volle punt voor VDS een feit was deze avond. De stand was weer gelijk: 2˝-2˝. Carlo eindigde door dit resultaat met 3˝ uit 6 op een score van 58%.
Frits Wilbrink speelde met zwart aan bord 5 en koos na 1 e4 voor… de Franse verdediging. Volgens Frits werd hij geconfronteerd met iemand die deze verdediging nogal agressief te lijf ging, maar goed was het allerminst. Op een gegeven moment kon Frits, na een offer van zijn tegenstander, aankijken tegen een extra stuk en twee pluspionnen. Frits offerde echter wat terug voor de aanval en leek uiteindelijk zijn tegenstander in een matnet te hebben. De tegenstander gaf de partij op, maar in de analyse bleek dat het matnet niet helemaal sluitend was. Toch, door "Frans" nog een puntje voor VDS dat nu met 3˝-2˝ aan de goede kant van de score zat. Frits eindigt met 3˝ uit 6 evenals Carlo op een score van 58%.
Aan bord 1 speelde Martijn London met zwart tegen 1 e4 eveneens e6. Martijn kende echter zijn tegenstander uit een eerdere partij waarin deze blijk had gegeven van een grondige kennis van de Franse verdediging. Daarom zette Martijn na 2 d4 voort met c5 waardoor een Siciliaan op het bord leek te zijn gekomen. Het was echter een schijnbeweging van Martijn, want even later speelde hij toch nog d5, maar wel op een moment dat hij er zeker van was dat zijn tegenstander niet langer op bekend Frans grondgebied vertoefde. Dat bleek later ook wel, want Martijn heeft in de loop van de partij de kwaliteit gewonnen. Hoewel hij op een bepaald moment niet veel tijd meer had, speelde Martijn het bekwaam uit en won zijn partij. Wederom was het dus door "Frans" dat VDS een vol punt kon bijschrijven en, bij een stand van 4˝-2˝, als winnaar uit de strijd kwam. Martijn eindigt door dit resultaat met 3˝ uit zes evenals Carlo en Frits op 58%.
Aan bord zeven speelde Harm Schoten, inmiddels behoorlijk in tijdnood geraakt, zijn partij verder. Deze was begonnen met 1 c4 waarop Harm met e5 antwoordde. Engels dus. Harm had dat vorige week ook intern gespeld met wit tegen Chris en hij wist er dan ook het nodige van. Dat liet hij ook blijken in het verloop van de partij, want ergens won hij de kleine kwaliteit en hij had een degelijke stelling. Voldoende ingrediënten om de partij winnend af te sluiten. Echter, door de klok onder druk gezet leverde Harm een stuk in en hij stond pardoes een kwaliteit achter bij een mindere stelling. Verloren zou je zeggen. Maar Harm wist zijn tegenstander aan het denken te zetten en toen deze in tijd bijna gelijk stond met Harm, bood Harm op een tactisch zeer goed uitgekiend moment remise aan. Het overwegen van dat aanbod kostte de tegenstander ook weer de nodige tijd en toen zijn klok verder gevorderd was dan die van Harm, besloot hij het aanbod maar te accepteren. Eindstand 5-3. Harm heeft in 4 partijen voor het eerste team 2 punten bij elkaar gesprokkeld en eindigt dus op 50%.
Door de uitslag in de wedstrijd, waarin de drie volle punten van VDS alle voortkwamen uit partijen waarin de Franse verdediging op het bord kwam, reden waarom ik voorstel om de "Marseillaise" tot officieel clublied van VDS uit te roepen, eindigt VDS op de vierde plaats in klasse 1a van de Osbo. De derde plaats bleef net buiten bereik doordat Meppel zijn wedstrijd ook won en op bordpunten VDS er net eentje voor bleef.
Om dit verslag te completeren kan nog vermeld te worden dat Johan van Ommen in vijf partijen 1˝ punt (30% score) heeft bijgedragen aan het totaal, Willem van Diggele en Frank Nelemans beiden één keer zijn ingevallen zonder te scoren en André Schols in één invalbeurt zijn partij winnend heeft afgesloten. Voor de statistiek kan tenslotte gemeld worden dat VDS in zijn debuut in de eerste klasse met zeer zuinig spel een goed resultaat heeft neergezet. Uit een totaal van 56 partijen zijn 27 bordpunten verzameld, hetgeen een teamscore van 48% betekent. Van het maximaal haalbare aantal wedstrijdpunten van 14 heeft VDS er echter 9 bijeen gespeeld. Met andere woorden, als er gewonnen werd deed VDS dat dunnetjes (drie keer met 4˝-3˝ en één keer met 5-3). Twee wedstrijden gingen verloren (met 6˝-1˝ en met 5-3) en één keer werd gelijk gespeeld. Hoe dan ook, een geslaagd debuut van VDS in de eerste klasse.
Wordt vervolgd!

Carlo Buijvoets