Kamikaze in Ermelo

Op dinsdagavond 10 december 2002 moesten de mannen van VDS 1 een uitwedstrijd spelen tegen het Veluws Schaak Genootschap (VSG 1) in Ermelo. Bert Meester trok op eigen houtje de Veluwe in en de overige spelers verdeelden zich over de auto's van Martijn London en Carlo Buijvoets om in konvooi naar Ermelo te gaan. Ergens midden op de Veluwe, in the middle of nowhere, werd het konvooi echter staande gehouden door enkele dienstkloppers die om 19.15 uur bij een temperatuur van circa -10°C meenden dat ze alcomobilisten konden vangen. Dat was blazen geblazen voor de beide chauffeurs die deze eerste proeve van de avond met glans doorstonden. Het konvooi kon zijn weg vervolgen. Volgens de routebeschrijving op de website van VSG moesten we ergens na een verkeerslicht in Ermelo rechtsaf slaan, maar zoals dat in Nederland momenteel te doen gebruikelijk is, was het verkeerslicht vervangen door een rotonde waardoor we toch nog een keer verkeerd zijn gereden. Niet veel later bij VSG aangekomen, bleek dat de letters AC in de naam van het hol van de vijand, niet stonden voor Activiteiten Centrum o.i.d., maar voor Astma Centrum. Dat betekende dat de terugreis niet alleen zonder alcohol, maar ook met een tekort aan nicotine in het bloed zou moeten worden afgelegd. Dat was de eerste schrik die enkelen van ons overkwam. Niet veel later trof ons een tweede onaangename verrassing. Al vroeg in de partij bleek dat de overijverige dienders onderweg beter Johan van Ommen een blaasproef hadden kunnen afnemen, want als een dronkeman gaf hij nog in de opening op bord 8 pardoes een loper cadeau aan zijn tegenstander. Die accepteerde het genereuze aanbod en bekommerde zich niet om het promillage van Johan. Voor de overige zeven strijders betekende dat wel dat ze in hun achterhoofd al met een 1-0 achterstand rekening moesten houden. Het zou echter anders lopen. Erwin Greven (bord 3) kreeg zijn geliefde Weens op het bord en bouwde een fraaie stelling op. Zijn tegenstander kon alle dreigingen niet pareren en Erwin was dan ook de eerste die voor VDS tot scoren kwam: 0-1.
Intussen rekte Johan nog steeds zijn lijdensweg met een stuk minder!
Dan de partij waarnaar de titel van dit verslag verwijst, namelijk die tussen Sape Westra (ongetwijfeld van Limburgse komaf) en Carlo Buijvoets aan bord 6. Carlo speelde Frans op een manier die hij niet vaak doet en zag al gauw de h-pion van zijn tegenstander op hem afkomen. Tegenkansen zoekend op de damevleugel kwam het daar tot kleine schermutselingen totdat Sape zich weer met zijn aanvalsplan ging bezighouden. Hij had gezien dat zijn h-pion niet veel onheil kon aanrichten en Carlo had inmiddels dan ook maar kort gerokeerd. Sape moest en zou toegang krijgen tot de zwarte koning en had daar dan ook wel een loper voor over: offer nummer één viel op de veertiende zet. Met secuur spel en een leuke pointe wist Carlo het eerste offer te weerleggen, waarna Sape, teneinde zijn plan tot uitvoer te brengen, geen andere keus had dan nog maar een paard te investeren: offer nummer twee viel op de 19e zet. Sape had nu wel de h-lijn geopend en dat bood hem dan ook de mogelijkheid om op zet 21 ook nog maar een toren te offeren. Nu stond Carlo dus drie stukken voor, maar wel met een blote koning en vooralsnog alleen een defensieve missie. Toen Sape met alles wat hem restte, een paard, een toren en een dame, de jacht op de zwarte koning inzette, moest deze naar de andere vleugel wandelen om zich te omringen met een overmacht aan stukken en daarachter een veilig heenkomen zoeken. Nadat deze opzet geslaagd was, ging Carlo ook aanvalsplannen ontwikkelen en op de 33e zet dreigde hij voor het eerst de witte koning midden op het bord mat te zetten. Sape had geen andere keus dan zich te schikken in dameruil en op de 34e zet gaf hij, bij gebrek aan materiaal, initiatief en verdere schaaklust voor deze avond, de partij gewonnen: 0-2.
Intussen rekte Johan nog steeds zijn lijdensweg met een stuk minder!
De volgende partij die beslist werd was die van Frits Wilbrink (bord 7). Halverwege de avond had de tegenstander van Frits al een remiseaanbod afgeslagen na overleg met zijn teamleider, omdat de VSG'ers klaarblijkelijk niet zo zeker van hun zaakjes waren. Of wisten ze dat juist Frits zo gevoelig is voor een lage nicotinespiegel in het bloed? In elk geval moest Frits aan het werk blijven en dat loonde. Zijn tegenstander vergaloppeerde zich in een gelijk staand eindspel, liet Frits een g- en h-pion weghalen in ruil voor enkele centrumpionnen van Frits die er niet echt toe deden. Frits stormde met zijn g- en h-pion naar voren en zijn tegenstander restte niets dan capitulatie: 0-3.
Intussen rekte Johan nog steeds zijn lijdensweg met een stuk minder!
Teamleider Frank London speelde op bord 4 weer zijn lijfopening met zwart, de Caro Kann, en kreeg geen ongunstige stelling op het bord. Hij trok eerst met zijn h-pion ten strijde en toen deze door de tegenstander geëlimineerd was vond Frank nog een andere randpion op de a-lijn. Die moest ook maar naar voren gebracht worden en ook die ging er op een gegeven moment af. Het was inmiddels half twaalf geweest toen ik mijn aandacht volledig op deze partij ging richten en ik zag dat Franks tegenstander erg veel tijd had verbruikt gedurende de partij. Hij had nog slechts drie minuten en Frank nog meer dan twintig. Frank speelde het dan ook rustig uit waarbij hij niet echt de aanvalskunstenaar was die we van hem gewend zijn. Of lag het aan zijn alcoholconsumptie? Want toen ik dacht dat ik wel één biertje verdiend had en ik die wilde bestellen, bleek dat de voorraad geheel op was. Maar Frank haalde wel de buit binnen: 0-4.
Intussen rekte Johan nog steeds zijn lijdensweg met een stuk minder!
We konden in ieder geval niet meer verliezen en hadden uit vier partijen nog slecht een halfje nodig voor de winst. Maar waar moest dat halfje gevonden worden? Frans van den Berg had op bord 5 al vroeg in de partij met b4 een breekzet geprobeerd waarvan ik meteen had gezien dat het een zet was die zijn tegenstander voor hem bedacht kon hebben. Het kostte Frans een pion en duwde hem danig in het defensief. Hij kwam niet tot ontwikkeling en kon niet rokeren. Later verloor Frans er nog een pion bij en hij moest nu met een inferieure stelling en weinig activiteit van zijn stukken tegen twee vrije pluspionnen opboksen. Dat was teveel voor hem en onze voorsprong liep terug: 1-4.
Intussen had Johan zijn lijdensweg beëindigd: 2-4!
Nu was het duidelijk dat ons halfje van bord 1 (Martijn London) of bord 2 (Bert Meester) moest komen. De partij tussen Martijn en zijn tegenstander Mellema (beide 2000+) was voor een simpele geest als mij te hoog gegrepen en ik kon niet beoordelen wie van hen de beste kansen had. Bert Meester had inmiddels met een listige combinatie zijn tegenstander een stuk afhandig gemaakt, maar had nog slechts drie minuten tegen 12 voor zijn opponent. Toen de tijdsdruk echt aan de zenuwen van Bert begon te knagen bood hij remise aan en tot mijn grote verbazing werd dat geaccepteerd: 2½-4½ en GEWONNEN!
Voor de statistiek dient nog vermeld te worden dat Martijn even later een stuk en de partij verloor waardoor de eindstand 3½-4½ werd. Tevreden konden wij de thuisreis aanvaarden. Onderweg bleek dat de politiecontrolepost, waarschijnlijk als gevolg van onderkoeling van de heren agenten, was opgeheven.

Carlo Buijvoets