Jo de Hollandertoernooi 2009: ronde 1
uitslagen ---------- ranglijst ---------- toegang tot overige ronden
Kort voordat ik in de auto wilde
stappen richting Beekbergen, kreeg ik nog een telefoontje van George van den
Esschert. Hij wilde zich toch nog maar afmelden voor de eerste ronde om zich
terdege voor te kunnen bereiden op het geven van de simultaan een week later.
Mogelijk geschrokken van mijn oproep in het verslag van de slotronde van de
wintercompetitie om “…allemaal sportieve wraak op hem te nemen tijdens
de simultaan na de ALV”, vroeg hij zich af waaraan hij dat verdiend had. Welnu,
dat heeft hij nergens aan verdiend, maar ergens mee verdiend. Dat is het lot
van de clubkampioen: voor de leeuwen!
De eerste ronde van de zomercompetitie
waren we met tien man. Bert Meester was weer van de partij nadat hij de hele
wintercompetitie aan zich voorbij had laten gaan, en hij had een collega
overgehaald om mee te komen naar de club: Emile Winkelaar.
De eerste ronde van de competitie werd zoals gebruikelijk door loting ingedeeld
en dat leverde dit keer de volgende partijen.
Bert Meester – Carlo Buijvoets: 1 - 0
Van Bert ontving ik het volgende verslag van deze partij.
Waar ik gehoopt had de Zomercompetitie met een gemakkelijke partij te kunnen beginnen werd ik in de 1e ronde gelijk al geconfronteerd met de nummer 3 van de laatste interne competitie. een plek die, naar ik heb begrepen, wellicht wat geflatteerd was door de invloed van Keizer, maar toch. Het was gelijk ook de zwaarst mogelijke tegenstander die voorradig was. Harry zou hier ongetwijfeld bestuurlijke machinaties achter vermoeden. Dit vermoeden zou dan nog zijn versterkt door het gegeven dat deze zelfde nummer 3 mij tijdens de vorige Zomercompetitie dusdanig vernederde dat ik toen niet anders kon dan concluderen dat ik beter een tijdje met schaken kon stoppen. Om dan direct bij je aarzelende rentree met dezelfde tegenstander te worden geconfronteerd, zoiets kan bijna niet op toeval berusten. Ook het partijverloop leek dit te bevestigen. Waar het gebruikelijk is dat een tegenstander zijn stelling snel tot ontwikkeling tracht te brengen, deed Carlo hiertoe geen enkele moeite, alsof hij me volstrekt niet meer serieus nam na zijn laatste zege. Van zijn eerste 8 zetten speelde hij er 6 met een paard waarna ze op a6 en f6 stonden. Had dus ook gewoon in 2 zetten gekund! Hij speelde echt alsof hij wilde zeggen 'het maakt niet uit wat ik speel, tegen mij kun jij toch niets beginnen'. En het was of deze psychologische oorlogsvoering werkte. Toen hij met zijn 12e zet Lf8-g7 gewoon al mijn dreigingen negeerde verzuimde ik dit in een vlaag van schaakblindheid af te straffen.

Met 13. Pxc6 - een zet waar de
stelling om schreeuwde - was ik na 13. … bxc6 14. Lxc6+ Ld7
15. Lxc7 (de kracht van deze zet had ik gemist) 15. ... Dxc7
16. Lxa8 0-0 17. Lf3 Dxc4 een kwaliteit en een pion voor
gebleven met simpele technische winst. In plaats daarvan speelde ik 13. d5 waarmee ik het grootste
deel van mijn voordeel kwijt raakte en een sterke vereenvoudiging van de
stelling niet kon vermijden.
Daarna sukkelde de partij voort tot ik met 25. ... Lg7-f6
wederom een dot van een kans in de schoot kreeg geworpen.

Met 26. Lh6 had ik hier de partij
kunnen beslissen (Rybka +3.2). Op 26. … Tf7 volgt
27. Dd6 Txd7 28. De6+ Tf7 29. Td7 en zwart kan
opgeven. Hoewel ik me tijdens de partij niet bewust was van al het moois dat ik
mezelf door de neus boorde had ik al wel het gevoel dat Rybka me bij het
naspelen heel wat frustratie zou gaan bezorgen. Om althans nog wel een
rechtvaardige uitslag te bewerkstelligen besloot ik daarom door te spelen tot
het gaatje (lees: de vlag). Hiertoe werd ik in de gelegenheid gesteld toen
Carlo met zijn 28e zet een afwikkeling forceerde naar een toreneindspel met een
pion minder. Objectief waarschijnlijk wel remise maar in een uitvluggerfase een
ideaal stellingstype om het nog een tijdje mee te proberen. En inderdaad maakte
Carlo op zet 48, onder toenemende tijdsdruk, de fatale fout en kreeg de partij
toch de uitslag die door het totale spelverloop werd gerechtvaardigd.
Aan bovenstaand verslag van Bert wil ik zelf nog het volgende toevoegen:
Als je een avond lang geknokt hebt voor wat je waard bent en je verliest
uiteindelijk in tijdnood door een stomme fout, dan is het extra wrang om te
moeten horen dat je tegenstander zichzelf de hele partij als terechte winnaar
heeft beschouwd. Nog meer zo wanneer er kort voor het eind van de partij een
aantoonbare remisestelling op het bord heeft gestaan! Als je dan zelf de
website beheert en je krijgt een verslag van je tegenstander waarin hij dit
zelf onomwonden verklaart, dan is het alleen maar prettig dat je hem meteen van
repliek kunt dienen. Dat wil ik hier dus even doen.
Natuurlijk is Bert de terechte winnaar, maar in mijn ogen niet om de redenen
die hij aanvoert, want dat zijn namelijk twee door hem gemiste kansen! Ik
maakte evenzoveel fouten als hij door hem die kansen te bieden. Op dit punt
staan we dus gelijk. Dat Bert, vermoedend dat Rybka hem in de analyse wijzer
zou maken dan hijzelf tijdens de partij geweest was, in een volgens hem
“objectief waarschijnlijk wel remise” stelling vond dat hij rechtens
aanspraak kon maken op de winst, is in mijn ogen onjuist. Zie hieronder de
stelling waarin ik korte tijd later remise aanbood.
Met elk nog ongeveer 2 minuten en 30 seconden op de klok was ik gestopt met
noteren, maar ik denk dat hieronder de stelling staat weergegeven waarin ik
toen remise aanbood. Ik had zojuist mijn koning op g7 gezet en was ervan
overtuigd dat dit ook daadwerkelijk remise was. Dat ben ik nu nog meer, maar in
de partij had ik slechts één van de twee basisregels in dit soort stellingen
voor ogen, namelijk dat ik moest voorkomen dat de witte toren over de onderste
rij schaak kon geven zonder geslagen te kunnen worden door de zwarte koning.
Bert sloeg het remiseaanbod af met de woorden: “Remise kan altijd nog”, en
enkele zetten later verstootte ik tegen standaardregel 2, dat de witte toren
ook niet voorbij mijn koning mocht kunnen spelen om daarna op de 7e
rij schaak te kunnen geven terwijl mijn toren net de pion op c7 had geslagen.
Met andere woorden, mijn koning moest ik hier op h7 en g7 houden, maar ik
speelde 48. … Kf7?? Waarna 49. Th8 de partij besliste. Weer een
hele avond voor nop gezwoegd! Het is alleen deze laatste zet van mij, die Bert
volgens mij tot terechte winnaar bestempelt. Alles wat hieraan vooraf ging was
in evenwicht. Anders was er geen aantoonbare remisestelling op het bord
gekomen.

Zo, dat wilde ik even kwijt!
Miguel Tervooren – Frank London: 0 - 1
Frank
had behoefte om zijn partij in een parabel te vervatten. Deze behoefte vloeit
ongetwijfeld voort uit het feit dat hij een beetje weggehoond werd nadat hij
voor de zoveelste keer iemand in zijn val in de Caro Kann had gelokt, waarna
het arme slachtoffer voor het eerst, maar alle andere aanwezigen voor de
zoveelste keer de anekdote moesten aanhoren over de GM die er ook ooit bijna
ingetuind was.
De
parabel van de oude snoek, de rietvoorn en de modderkruipers
In een kraakhelder stuk, tussen
de waterplanten, ligt al jaren een oude snoek op de hoek van de sloot voor zich
uit te mijmeren. Hij is vredelievend en met weinig tevreden. Toch is hij niet
populair bij de andere vissen, vooral niet bij de modderkruipers.
Waarschijnlijk komt dat door zijn scherpe pen en blik. Jaloezie zal ook wel een
rol spelen, want de oude snoek is niemand enige verantwoording verschuldigd en
is vaak voor een aantal weken van de waterbodem verdwenen. De modderkruipers
roddelen dan weer over nageslacht en uitspattingen. Vooral de onregelmatige
verschijning van een nazaat, een jonge krachtige snoek, die dan stevig
huishoudt in het modderige gedeelte van de sloot, wekt veel ergernis op.
Maar goed, onze snoek lag weer eens rustig te mediteren, toen een nieuwkomer,
een rietvoorn, bijna zijn grote bek binnenzwom, (kijk, er zijn grenzen), en
enigszins met schroom hapte de oude snoek toe.
Uit alle donkere gaten en modderplekken kwamen nu de slootgenoten aangezwommen.
Woorden als laf, makkelijk en onsportief vlogen door het water. Een
modderkruiper, die de hele winter was ondergedoken, had het hoogste woord. Zelf
zijn de modderkruipers vaak tot diep in de nacht bezig om een onbeduidend
succesje binnen te halen. En .. zelf te beroerd om een nieuwkomer te
waarschuwen voor de gevaren van een getergde, gepensioneerde snoek.
De moraal van dit verhaal: Pas op, als een oude snoek zijn grote bek openzet.
André Schols – Rein Takken: 1 - 0
André
had zijn Orang Oetang maar weer meegenomen uit Diergaarde Blijdorp en dat legde
hem geen windeieren. Hoewel Rein het lang volhield, eindigde de partij niet
ineen verrassing.
Ron Sint Nicolaas – Arie van Veen: 0 - 1
Een
halve maand geleden had Ron Arie nog een halfje af weten te snoepen, maar dat kunststukje
lukte hem vanavond niet opnieuw. Arie ging met het volle punt naar huis.
Emile Winkelaar – Frank Nelemans: 0 -1
Nieuwkomer
Emile mocht meteen tegen onze penningmeester aantreden. Bert Meester hield deze
partij nauwlettend in het oog en kwam dan ook met een bijdrage over het
staartstuk ervan.
Een curieus moment deed zich voor in de partij
tussen Emile Winkelaar en Frank Nelemans na de 35e zet van wit Kc1-d2.

Frank had hier de partij heel fraai kunnen
beslissen met 35. ... Lc3+. Op 36. Dxc3 volgt
36. ... Pb1+ met damewinst en op 36. Ke2 De1 mat.
Hij vervolgde echter met 35. ... Pb1+
36. Kc2. Met 36. ... Pa3+ had hij alsnog eerdergenoemde
variant met mat of damewinst kunnen spelen, maar hij ging voort op de
ingeslagen weg: 36. ... Pc3
met de dreiging Db1+ gevolgd door Dd1 mat.
Emile had dus niet anders dan 37. e5
om de executie nog 1 zet uit te stellen. Frank speelde hierop toch 37. ... Db1+?? en Emile
beantwoordde automatisch met 38. Kd2??.
Vervolgens dacht Frank de matzet uit te voeren met 38. ... Dd1+ en protesteerde luidruchtig toen Emile
antwoordde met 39. Kxc3.
Toen het Frank duidelijk werd gemaakt dat het paard op c3 toch echt ongedekt
stond vanwege de witte pion op e5 ruimde hij deze alsnog op met 39. ... Lxe5+ en gaf Emile op
omdat hij zijn dame ging verliezen.
Maar heel anders had het kunnen lopen als wit na 37. ... Db1+ direct
het paard op c3 zou hebben genomen! Na 38. ... Lxe5+ 39. Kd2 zou
voor zwart nog maar een minimaal voordeel hebben geresteerd.
Carlo
Buijvoets
|
Bert
Meester |
- |
Carlo Buijvoets |
1-0 |
|
Miguel Tervooren |
- |
Frank London |
0-1 |
|
André Schols |
- |
Rein Takken |
1-0 |
|
Ron Sint Nicolaas |
- |
Arie van Veen |
0-1 |
|
Emile Winkelaar |
- |
Frank Nelemans |
0-1 |