Jo de
Hollander-toernooi 2008: ronde 12
uitslagen ---------- ranglijst ---------- toegang tot overige ronden
De laatste ronde van het Jo de Hollander-toernooi werd wederom opgesierd door
de aanwezigheid van een kwartet Palladianen. Was het omdat Morris Merza een
week eerder als enige van onze gasten niet tot volle winst was gekomen, dat hij
was gewisseld, of had dat een andere reden? Feit was echter dat teamleider Stef
Boog nu Koen Lambrechts, het absolute ratingkanon van Deventer, in stelling had
gebracht. Ik kon Koen bezwaarlijk tegen George van den Esschert laten spelen
omdat die vanavond voor de hoofdprijs tegen de nummer 2 van de ranglijst, onze
Offerkoning moest spelen. Het is gebruikelijk bij VDS om in de slotronde van
een competitie de nummers 1 tegen 2, 3 tegen 4, enz. te laten spelen. Dat dit
nu niet helemaal mogelijk was, nu we weer vier gasten uit Deventer hadden, lag
voor de hand, maar ik wilde het de strijd om de podiumplaatsen niet laten beïnvloeden.
Maar wie moest ik dan tegen Koen indelen?
Ik had in de loop van de dag nog geprobeerd om onze clubkampioen te strikken
door hem een zeer aantrekkelijke tegenstander –aantrekkelijk wat betreft speelsterkte
natuurlijk– in het vooruitzicht te stellen, maar zijn antwoord was
teleurstellend: hij bedankte voor de eer en een door hem verwacht pak slaag.
Verder meldde hij zich ook meteen af voor deel 1 van het rapidtoernooi (dat
zijn we van Bert gewend) en voor de eerste ronde van de interne competitie
waarin hij zijn titel gaat verdedigen. Dan gaat hij “…weer
eens proberen in de Alpen de top te bereiken.” Tja, als het op de
schaakclub niet meer lukt, kun je altijd nog de bergen in. Maar, zijn verleden
kennende, heb ik hem wel gewaarschuwd voor die bergen, temeer daar ook bij ons
op de club De Berg een van zijn Angstgegners is. Mijn advies aan hem luidt dan
ook: als je zo nodig wilt pieken, wees dan voorzichtig en wacht tot Kerstmis.
Goed, intussen zat ik nog steeds met het probleem wie ik tegen Koen moest
indelen. Gelukkig had ik met Henk Greevenbosch nog een appeltje te schillen.
Zijn laatste partij op de club was een winstpartij tegen ondergetekende en
omdat Henk door veelvuldige afwezigheid tijdens het Jo de Hollander-toernooi
niet op een plaats stond die uitzicht bood op eremetaal, besloot ik via mijn
stadgenoot Koen mijn gram op Henk te halen. Ik was nog wel zo schappelijk om
Henk wit te geven.
De andere Palladianen moest ik ook nog indelen en ook hier huldigde ik het
standpunt dat middenmoters de klus maar moesten klaren. Bovendien wilde ik
natuurlijk niet weer zo’n debacle voor VDS als een week eerder, toen Pallas met
3½-½ won van VDS, dus besloot ik Pallas zoveel mogelijk met eigen wapens te
bestrijden, wat zoveel betekent als ze te laten spelen tegen stadgenoten. Die
moesten ze toch kunnen bedwingen. Dus bracht ik halve Koekstadjer Harm
Schoten in stelling en mijzelf. Als onze
voorzitter dan de op papier zwakste Palladiaan voor zijn rekening nam, zo was
mijn gedachte, dan kon er weinig meer mis gaan en zou dit keer Pallas met de
staart tussen de benen en minstens een 3-1 nederlaag aan de broek, afdruipen.
Of al mijn plannetjes ook zo uitpakten, dat zullen we hieronder zien.
George van den
Esschert - Frank London
Van deze kampioensstrijd heb ik een verslag ontvangen van Frank, maar omdat
hij dit verslag in zijn onvolprezen en goed gelezen column heeft verwerkt,
schrijf ik het hier niet op, maar kun je er naartoe gaan door DEZE LINK te
volgen.
Wat ik wil hier wel over deze partij kwijt wil is, en dat zal niemand verbazen
bij een gevecht tussen de regerend en de ex-remisekampioen, dat het punt keurig
gedeeld werd. Daardoor behield George zijn eerste plaats en prolongeerde hij
zijn titel Zomerkampioen van VDS.
Proficiat, George!
En Frank natuurlijk ook gefeliciteerd met die prachtige tweede plaats.
Arie van Veen - André
Schols
De strijd om de derde plaats werd aan dit bord beslecht. André begon de
partij als vierde op de ranglijst en Arie als vijfde. Frans van den Berg, de
nummer 3 van de ranglijst, was afwezig. De partij heb ik niet helemaal gevolgd,
maar wel zag ik op een bepaald moment dat Arie drie pionnen voor een stuk had,
met kans op een vierde pion en zelfs een stuk terug. Toen ik dat tegen Koen
zei, sprak hij wel zijn twijfel uit over de vraag of Arie een stuk kon
heroveren, maar hij liet er geen misverstand over bestaan wie het betere van
het spel had. Dat was Arie en die liet zijn prooi niet meer los. Hij heroverde
inderdaad een stuk en André kon zijn derde plaats vergeten. Het was echter nog
spannend of Arie Frans nog kon inhalen. Het stak op een paar punten en met de
herwaardering van het Keizersysteem was het misschien net mogelijk. De
teleurstelling voor Arie moet bijzonder groot zijn geweest toen hij een dag
later op de website zag dat hij op niet meer dan een half punt achter Frans
vierde is geworden. Keizer was weer eens onverbiddelijk!
Ik denk dat het na de partij was dat André, natuurlijk zwaar aangeslagen door
dit verlies en zijn duikeling op de ranglijst naar de zesde plaats, in een meer
dan depressieve bui verkondigde: “Misschien ga ik wel Frans spelen.” Dat zal
voor HM te B natuurlijk wel als een bijzonder koude douche voelen, want die
rekende André toch tot zijn anti-Fransclubje.
Stef Boog - Carlo Buijvoets
Zoals gezegd, als de Beekbergenaren en de Apeldoorners het niet doen, dan
moeten de Koekstadjers het zelf maar doen, Pallas een halt toe roepen. Dus
speelde ikzelf tegen de onbetwiste teamleider Stef. In een Scandinavische
partij wilde Stef het nu eens anders doen en hij week op de vierde zet al af
van het openingsboek dat Fritz bekend is. Hij wilde een van mijn paarden naar
a5 lokken om het daar te laten sneuvelen. Ik had hem door en speelde zijn
spelletje mee en op zet negen leek Stef zijn doel bereikt te hebben nadat hij
b4 had gespeeld (zie diagram).

Het zwarte paard op a5 kan niet meer gered worden, maar zwart had het voorzien en speelde hier 9. … Lxb1. Als Stef nu had voortgezet met 10. Txb1 Pxc3 11. Dc2 Pxb1 12. Dxb1 Dxd4 13. Pf3 Dc3+ 14. Ld2, dan was de situatie in evenwicht geweest volgens Fritz. In de partij volgde echter 10. bxa5 Pxc3 11. Db3 Pxe2 12. Pxe2 Le4 13. f3 Ld5 14. Dxb7 Ld6 waarna zwart duidelijk de betere stelling heeft met zijn loperpaar en geen dubbelpion. Toen Stef een dozijn zetten en vele zweetdruppels later mijn dame wilde verjagen van h5 door g4 te spelen, vergat hij dat zijn pion op f3 gepend stond en dat mijn dame de g-pion dus gewoon kon slaan met schaak. Dat was voor Stef het signaal om de handdoek maar in de ring te gooien. VDS ‑ Pallas: 1 – 0, waarmee maar weer eens bewezen was dat je vuur met vuur dient te bestrijden.
Henk Greevenbosch - Koen
Lambrechts
Het beste wat we dus nog op voorraad hadden voor Koen, was Henk. Het bleef
echter David tegen Goliath als we weten dat Koen een rating heeft van 2141 en
Henk van 1873. Maar toch, soms bereik je een zomerhoogtepunt en pak je gewoon
alles en iedereen die op je weg komt. Dat hoopte ik natuurlijk ook dat Henk
deze avond zou doen, maar mijn hoop werd al snel de grond in geboord door
niemand minder dan Henk zelf. Hij verrekende zich in een variant waarin hij
dacht een sterk dameschaak op h5 te kunnen geven als hij eerst Koen toestond om
met Lxg2 een toren aan te vallen. Na het dameschaak ging Koen echter met de
koning naar f8 in plaats van dat hij het door Henk berekende g6 speelde. Nu
raakte Henk eerst een toren kwijt, maar dat wist hij later terug te brengen tot
een kwaliteit. Dat ging echter wel ten koste van zijn stelling en Henk heeft
vervolgens nog lange tijd gevochten voor wat hij waard was, maar eigenlijk was
het met de moed der wanhoop. Hij moest het punt aan Koen laten en VDS ‑ Pallas
was weer in evenwicht: 1 ‑ 1.
Ruud Merza - Harm Schoten
Harm was natuurlijk een risicovolle zet van mij, wetende dat halve Deventernaar
die hij is –hij woont net over de gemeentegrens in de gemeente Voorst– Harm
onlangs nog tegen echte Deventernaar Bram Rook het onderspit had moeten delven.
Maar Bram was afwezig en ik had dus niet beter dan mijn hoop op Harm te
vestigen. Ruud, een taaie tegenstander die vroeger Deventer damkampioen is
geweest maar op latere leeftijd eindelijk verstandig is geworden en is gaan
schaken, moest door Harm onschadelijk worden gemaakt. Achteraf moet ik zeggen
dat het tegenspel dat Harm van Ruud kreeg, mij tegenviel. Toen het moeilijk
werd raakte Ruud geheel tegen zijn gewoonte in het spoor bijster en wist Harm
vervolgens de buit binnen te slepen. VDS ‑ Pallas:
2 – 1.
Anton Rietveld - Gerald
Visch
Gerald schrijft over deze partij:
In een e4 – e5 opening ging de strijd
veertien zetten gelijk op. Een vorkje werd Anton echter fataal.
Anton voegt daaraan toe:
Nou houd ik best wel van een vorkje, als
ik er maar wat aan kan prikken… Ik zal teveel zon hebben gehad, de laatste week,
in ieder geval een slechtere concentratie na de 14e zet. Maar wel
een leuke match, tot leringh ende vermaeck (of was leringh zonder h?).
Chris Plante - Piet Ypma
Onze voorzitter zou de definitieve doodsteek dus uitdelen aan Pallas, zo was
mijn hoop. Hij zou toch zijn eigen clubje niet in de steek laten? Nou, ik ben
deze avond dus weer eens behoorlijk teleurgesteld. Lees wat onze grote
roerganger er zelf over te melden heeft.
In de opening volkomen onder de voet gelopen.
Sorry voor Piet (geheel uit Deventer gekomen!) een korte partij. Volkomen
verdiend 0 – 1.
Tja, het verslag spreekt boekdelen, maar toch wil ik ook de partij nog even
integraal weergeven. Het is uiteindelijk maar een dozijn zetten.
1. e4 e5
2. Pf3 Pc6 3. Lb5 d6 4. 0–0 Pf6 5. Pc3 Le7 6. d4 exd4 7. Pxd4 Ld7
8. Pxc6 bxc6 9. Ld3 0–0 10. Te1 Pg4 11. f4 Lf6
12. Ld2 Ld4+ 0‑1.
Onderstaand
diagram toont de slotstelling. Wit moet op zijn minst een toren geven om
dameverlies te voorkomen. Na 13. Kh1 komt Pf2+ met damewinst. 13. Kf1
wordt beantwoord met Ph2+ waarna de koning naar e2 moet en vervolgens Lg4+ de
dame wint. Chris zag het nutteloze van doorspelen in en gaf op.

De
eindstand VDS – Pallas kwam daarmee op 2 – 2. Pallas bleef
zo over twee avonden beschouwd, VDS ruimschoots de baas. Proficiat, heren, en
graag tot een volgende keer!
Ron Sint Nicolaas - Lidy
Rietveld
Ron Sint Nicolaas - Sander van Westreenen
Ron had er desgevraagd geen probleem mee om de simultaan te spelen deze avond.
Vol zelfvertrouwen nam hij plaats achter twee borden en trok hij van leer. Hij
schreef zelf over zijn eerste (?) simultaan:
De partij met Lidy liep door een vroeg
stukverlies vanaf het begin al behoorlijk lastig voor zwart. Wit had met een
lange pionnenrij en een vooruitgeschoven paard een stelling die voor zwart
alles blokkeerde.
Een leuke partij tegen Sander ging lange tijd gelijk op, maar zwart zag geen
kans de oprukkende stukken weg te jagen en ging uiteindelijk toch mat.
Carlo
Buijvoets
|
George
van den Esschert |
- |
Frank
London |
½-½ |
|
Arie
van Veen |
- |
André
Schols |
1-0 |
|
Stef
Boog |
- |
Carlo
Buijvoets |
0-1 |
|
Henk
Greevenbosch |
- |
Koen
Lambrechts |
0-1 |
|
Ruud
Merza |
- |
Harm
Schoten |
0-1 |
|
Anton
Rietveld |
- |
Gerald
Visch |
0-1 |
|
Chris
Plante |
- |
Piet
Ypma |
0-1 |
|
Ron
Sint Nicolaas |
- |
Lidy
Rietveld |
1-0 |
|
Ron
Sint Nicolaas |
- |
Sander
van Westreenen |
1-0 |
|
|
|
|
|
|
Bert
Meester |
- |
Afwezig
met geldige reden |
|
|
Frank
Nelemans |
- |
Afwezig
met geldige reden |
|
|
Bram
Rook |
- |
Afwezig
met geldige reden |
|
|
Rein
Takken |
- |
Afwezig
met geldige reden |
|
|
Rob
Amato |
- |
Afwezig
met geldige reden |
|
|
Frans
van den Berg |
- |
Afwezig
met geldige reden |
|
|
Morris
Merza |
- |
Afwezig
met geldige reden |
|
Eindstand Jo de Hollander-toernooi 2008: bijgewerkt t/m ronde 12
|
1 |
George
van den Esschert |
231,00 |
36 |
11 |
6 |
4 |
1 |
0 |
72,7 |
|
2 |
Frank
London |
219,50 |
35 |
7 |
3 |
4 |
0 |
0 |
71,4 |
|
3 |
Frans
van den Berg |
201,50 |
34 |
10 |
3 |
6 |
1 |
0 |
60,0 |
|
4 |
Arie
van Veen |
201,00 |
33 |
10 |
5 |
2 |
3 |
0 |
60,0 |
|
5 |
Carlo
Buijvoets |
189,33 |
32 |
10 |
5 |
3 |
2 |
0 |
65,0 |
|
6 |
André
Schols |
178,83 |
31 |
11 |
4 |
4 |
3 |
0 |
54,5 |
|
7 |
Frank
Nelemans |
145,50 |
30 |
10 |
4 |
2 |
4 |
0 |
50,0 |
|
8 |
Henk
Greevenbosch |
124,00 |
29 |
3 |
2 |
0 |
1 |
0 |
66,7 |
|
9 |
Harm
Schoten |
121,00 |
28 |
5 |
3 |
0 |
2 |
0 |
60,0 |
|
10 |
Bram
Rook |
113,00 |
27 |
6 |
3 |
0 |
3 |
0 |
50,0 |
|
11 |
Gerald
Visch |
98,00 |
26 |
12 |
5 |
0 |
7 |
0 |
41,7 |
|
12 |
Piet
Ypma |
91,00 |
25 |
2 |
2 |
0 |
0 |
0 |
100,0 |
|
13 |
Rob
Amato |
83,00 |
24 |
4 |
2 |
0 |
2 |
0 |
50,0 |
|
14 |
Bert
Meester |
77,00 |
23 |
3 |
1 |
0 |
2 |
0 |
33,3 |
|
15 |
Ruud
Merza |
77,00 |
22 |
2 |
1 |
0 |
1 |
0 |
50,0 |
|
16 |
Anton
Rietveld |
71,00 |
21 |
6 |
2 |
0 |
4 |
0 |
33,3 |
|
17 |
Stef
Boog |
70,00 |
20 |
2 |
1 |
0 |
1 |
0 |
50,0 |
|
18 |
Koen
Lambrechts |
67,00 |
19 |
1 |
1 |
0 |
0 |
0 |
100,0 |
|
19 |
Morris
Merza |
54,00 |
18 |
1 |
0 |
1 |
0 |
0 |
50,0 |
|
20 |
Ron
Sint Nicolaas |
50,67 |
17 |
8 |
2 |
0 |
6 |
0 |
25,0 |
|
21 |
Rein
Takken |
46,00 |
16 |
3 |
1 |
0 |
2 |
0 |
33,3 |
|
22 |
Chris
Plante |
44,00 |
15 |
5 |
1 |
0 |
4 |
0 |
20,0 |
|
23 |
Lidy
Rietveld |
18,67 |
14 |
8 |
0 |
0 |
8 |
0 |
0,0 |
|
24 |
Sander
van Westreenen |
8,67 |
13 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,0 |