Willem,
Frederik en Murakami
(Bericht van Terschelling nr. 42)
Ik baal. Ik had een leuk idee voor een column en een dag later gaat Arjan Peters in de Volkskrant (Red.: Boekenbijlage de Volkskrant 10-09-2011) er met mijn idee vandoor. Bah. Gelukkig is mijn verhaal leuker.
Quizvraag: Welke Grote Schrijver ging vaak op vakantie naar Terschelling?
Nee, Wolkers ging naar Texel. Willem Frederik Hermans
is het goede antwoord en wel op vier locaties, waarvan er twee hier bij uw schrijver aan de Duinweg in Hoorn.
Van onze auteurs was WFH wel de meest chagrijnige, vooral als het tijdens het schrijven
tegenzat of als je bij een interview een verkeerde vraag stelde.
Tijdens een van die interviews vertelde hij dat op een nacht zijn
schrijfmachine het begaf. Hij in een vlaag van woede het ding te barrels
gooide, een stoel kapot trapte, waarin hij tot overmaat van ramp bleef vastzitten
en depressief besloot zich in zee te verdrinken.
Maar ja, de Koegelwieck doorkruisen en een paar
duinen oversteken is geen pretje. Nog voor hij het strand bereikte, ongeveer
waar ik mijn vlinderroute loop, zag Hermans van zijn voornemen af. We schrijven
het jaar 1961, toen hij bezig was met het filmscenario voor Als twee druppels water.

Twee primeurs: Ik heb de vernielde stoel van WFH ontdekt en tijdens zijn nachtelijke tocht door de Koegelwieck, struinend door hei en kruipwilg, belaagd door muggen, is de kiem gelegd voor zijn boek Nooit meer slapen. Tenminste, dat denk ik.
Volgend jaar komt er een uitgebreide biografie van WFH uit, met een voetnoot
over Terschelling. Ik ontdekte nog iets leuks. De hoofdpersonen uit de boeken
van WFH hebben mooie namen (Droogstoppel uit Max Havelaar
blijft de mooiste): Osewoudt en Ossegal.
Jullie raden nooit hoe de biograaf heet. Otterspeer. Humor ligt op straat.
Arjan Peters, een gemiste kans.
We maken er een boekencolumn van. Deze zomer heb ik alleen maar Murakami’s gelezen.
Een nieuwe verslaving. Eén plank van mijn Billy Ikea boekenkast is al
ontoereikend. Het stapelen is begonnen. Zijn trilogie 1Q84 (1200 pagina’s)
hielp me deze regenachtige zomer door.
Als voorbeeld een zinnetje over zijn dementerende vader:
Zijn vader bleef zwijgen en staarde nog
steeds uit het raam met de speurende blik van een schildwacht die niet van plan
is om ook maar het kleinste rooksignaal van de wilde volksstam in de heuvels in
de verte aan zijn waakzaamheid te laten ontsnappen. Voor de aardigheid keek Tengo in dezelfde richting als zijn vader, maar er viel in
de verste verte niets te bespeuren dat op een rooksignaal leek.
En Frank werd er nog geschaakt? Murakami:
“Het moet wel frustrerend zijn. Een jonge
man als jij hoort niet binnen opgesloten te zitten op zo’n prachtige dag,” zegt
de Kolonel.
“Dat vind ik ook.” …..
Terwijl de oude officier over zijn
volgende zet nadenkt, breng ik water aan de kook voor een nieuwe pot koffie.
Oh, ja. Ik ben ook nog aan een schaakboek begonnen, de biografie over Fischer door Frank Brady. Prachtig.
Frank, uw boekenmug