Rinkelbollen,
Scheve Jachthoornslak en Stoplicht
(Bericht van Terschelling nr. 35)
Er is een rijk verenigingsleven op
Terschelling wat zich voornamelijk in de winter afspeelt.
Je kunt het zo gek niet verzinnen of er is wel een vereniging ergens voor. Neem
nou de Willemclub, waar alleen mannen met de roepnaam Willem lid van mogen
zijn. De Willempies gaan een dagje stappen en daar wordt uitgebreid verslag van
gedaan op de Beeldkrant en in de Terschellinger. Deze keer werd de dag muzikaal
ondersteund door Terschellings nr. 1, Hessel.
Ik ben lid geworden van de Natuurvereniging Terschelling, die een kwartaalblad Rinkelbollen
uitgeeft met artikelen over de bijzondere natuurwaarden van dit eiland. Zo
stond er een prachtig verhaal in over de slakken van het Jollemabosje bij de
Bosplaat. Wat dacht u van de scheve
jachthoornslak (vellonia excentrica)?
Zelf heb ik een verhaal ingeleverd met de titel Een jaar vlinders tellen in de Kooibosjes.
Met schaken, bridge en de Bluesclub hoop ik nu eindelijk eens door de
burgermeester uitgenodigd te worden om mijn diploma inburgeringscursus in
ontvangst te nemen.
Mijn “finest hour” had ik woensdag toen de Terschellinger op de mat viel:

Zo dat was dan weer het schaken in
mijn column. Ook Lolkje Spits is nu aantoonbaar aanwezig. En mijn doel (Napels)
is bereikt, derde bij het bridge en eerste bij het schaken.
Iets anders. Tijdens het Boekenbal
sprak ik mijn uitgever.
“Frank, jij moet ultra-korte columns gaan schrijven, het liefst ook nog met een
boodschap. Een gat in de markt. De hersenen van het volk kunnen niet meer aan
dan een Twitter of een SMS”.
“Een voorschotje graag. Twee huizen, you know”. Ik sloeg hem lachend op de
schouder.
Een eerste vingeroefening.
Stoplicht
Het stoplicht sprong op rood en ik gehoorzaamde.
Twee meisjes wachten al twitterend of SMS’end om over te steken.
Ze droegen hoofddoekjes. De meisjes hadden niet in de gaten dat het voor hen al
groen was.
Ik toeterde en maakte een boos gebaar dat ze over moesten steken.
Ze schrokken, maar lachten toen ze mijn grijns zagen.
Nog lang keken ze giechelend achterom.
Ik zwaaide, ze zwaaiden terug.
Nu Wilders nog uitzwaaien.
Frank, uw zwaailicht