Pion,
Zitkuil en Dwaalgast
(Bericht van Terschelling nr. 18)
Er is tandengeknars. Een aantal van mijn lezers maakt in woord en gebaar duidelijk
dat er in mijn columns te weinig aandacht voor het schaken is. In ons
verwilderde Geenstijl-landje schijnt een scheldmailtje gemeengoed te zijn, maar
ik schrok toch wel van een pakje met een zwarte pion en een anoniem briefje:
“De volgende keer is het een zwarte dame!”.
Ja, ze kennen mijn zwakke plek en laf als ik ben geef ik gehoor aan dit
dreigement.
Het schaakmagazine New in Chess weet zelfs Hoorn (8896JN) te bereiken.
Tuindeuren open, parasol op de zomerstand, leesbril, koffie (met een snufje Buisman)
en de plaatselijke bakkersvrouwtraktatie, het appelmeisje. Niets kan een
geslaagde pensionado-ochtend in de weg staan.
Het mooiste artikel gaat over de grootste verzamelaar van schaakattributen,
David DeLucia.
De hoofdredacteur van New in Chess is pas de zesde (!) bezoeker die tot dit
museum werd toegelaten. Deze foto van zijn “heilige der heiligen” is van zo’n
grote droefheid dat ik bijkans in tranen uitbarst. Daar zit je dan en je kunt
al die mooie dingen met niemand delen.

De mooiste, zeldzame boeken, gesigneerd door de schrijvers. Het Lucena-manuscript uit de 15e eeuw. Het notatiebiljet van “de partij van de eeuw” tussen Fischer en Byrne. Capablanca’s gouden horloge en ga zo maar door. Hierbij vergeleken is de bibliotheca Flondonia wel erg toegankelijk. Toch maar de deur op slot bij het boodschappen doen?
Iets heel anders. Ik moest onlangs aan de zitkuil denken, ik weet niet
waarom. De zitkuil, hype uit de begin jaren tachtig. Een stille dood gestorven.
Maar wat heeft de zitkuil een ellende veroorzaakt. Daar moet maar eens een
parlementair onderzoek naar komen.
Een meter diep in je tuin, waar je de kont niet kon keren. Wat is met al dat
overgebleven zand en klei gebeurd? En al die botbreuken van opa’s en oma’s die
achterover in de kuil duvelden. Rugklachten van de mannen van de vrouwen die
net als de buren ook een kuil wilden. Waar kwam dat zand vandaan om na een paar
jaar dat gat weer dicht te gooien? Allemaal vragen waar ik een antwoord op wil.
Enquêtecommissie, aan de slag!
In het rijtje van mooie woorden wil ik uw aandacht vestigen op dwaalgast. Het verschil met de zwerver (een zwerver is een vlindersoort die in de afgelopen 150 jaar meer dan tienmaal in Nederland is waargenomen, maar hier geen populatie kan vestigen) en de dwaalgast (een vlindersoort die minder dan tienmaal in de afgelopen 150 jaar in Nederland is waargenomen) is hiermee ook duidelijk gemaakt. Mooi woord.
Frank, zwerver of dwaalgast op Terschelling?