Meidoorn, Mataglap en Merkiezingen
(Bericht
van Terschelling nr. 14)
Mijn eerste boom was een meidoorn. Een rode. In de straat van mijn jeugd, de
Pieter Breughelstraat in Utrecht, stonden rode meidoorns. De meeste waren in de
oorlog illegaal gekapt om de koude Hongerwinter door te komen. Ze groeien
langzaam en de schors heeft scheuren en kloven. Het hout is hard en brandt
lang. Vandaar.
Als ik mijn ogen dicht doe, ruik ik de geur van de bloesem, daarvoor hoef ik
niet de tuin in.
Nu is de cirkel rond. Er staat een machtige Crategus
oxyacantha Jack in mijn pensionadotuin.

Wie weet wat mataglap is? Hans Ree gebruikte dat mooie woord in zijn laatste
column die over het talent Anish Giri ging. “In de derde ronde werd Tiger Hillarp Person al in het begin van de partij
mataglap”. Ik beken dat ik het even op moest zoeken.
De Dikke Daalmans geeft: 1. door
moordzuchtige razernij verblind.
Nog even op internet zitten zoeken en het komt uit het Maleis. Een leuk
woord door de relatie met schaakmat. Die houden we er in. Giri speelde dus
tegen Tiger, maar ook tegen Hammer en toch toernooikampioen. Zelf speelde ik
ooit tegen Hacquebord.
Even over Ree nog. Aanschaffen, dat nieuwe boek. Prachtige verhalen en
anekdotes.
Dan nog iets met een M. Zoekend in zijn memory met het merendeel middelmatige, moraliserende meningen van mediabeluste machthebbers. Mag Merkiezingen?
Frank, bij Oeral, nu het nog kan