Kleedjesdag, Droom en Wulk
(Bericht
van Terschelling nr. 8)
Net na rokjesdag (het werd 20 graden in De Bilt) had ik een kleedjesdag. À
propos, zouden de Belgen ook een rokjesdag hebben? In België noemen ze een rok
een kleedje, dus dat heet daar dan een kleedjesdag. Uh, goed, ik spreidde mijn
kleedje langs het kanaal en zette er mijn waren op (appartement van drie ton)
en wachtte op wat ging komen. Er kwam als eerste een vreselijk echtpaar langs.
Bazige vrouw met mannetje. Zelfs de kastjes waren niet veilig. Ik dacht
werkelijk, waar ben ik aan begonnen, was ik maar gaan schaken. Daarna werd het
gelukkig beter en kreeg ik nog 7 visites. Bij een aardige dame mompelde ik, in
mijn natuurlijke rol als charmeur, bij het afscheid: “Ik hoop dat we elkaar nog
eens zien”.
Ze vond het een leuk grapje.
Maar…kijkers zijn nog geen kopers. Over clichés gesproken.
En...ik heb een artikel bij het blad Science ingeleverd met de pretentieuze titel: Does every bed have a memory? A case study. Scherp als altijd, was het mij opgevallen dat ik in mijn oude bed anders droom dan hier op mijn nieuwe Ikea. De dromen in Apeldoorn duiken diep in het verleden. De dromen op Terschelling zijn simpeler, een soort zweven over strand en duin, niet bepaald een nachtmerrie, maar met minder inhoud. Zo kwam ik tot de gewaagde conclusie dat je een bed moet zien als een extern geheugen,waar je in dromenland dankbaar gebruik van maakt.

En het verhaal bij de foto.
Deze parel is een wulk (alleen de naam al). Een mooi “design”. Slim gemaakt, je
kunt bijna spreken van intelligent ontwerp. Nu we het toch over design hebben,
deze wulk ligt op Terschellinger zand dat uit drie componenten bestaat:
glimmers (vooral mica), kwarts en veldspaat. Veldspaat is een silicaat en is
minder rond en hard dan kwarts.
Het zand op het strand van Terschelling is licht gekleurd, wat wijst op een
hoog kwartsgehalte.
Kijk, zo geniet u niet alleen van mijn columns, maar u leert er ook nog wat
van.
Frank, in de wolken tussen de wulken en de wulpen