Jeroen,
Mulisch en Donner
(Bericht van Terschelling nr. 26)
Vaak vraagt men mij hoe ik zo goed
heb leren schrijven. Mijn antwoord is dan steevast dat ik nooit columnist heb
willen worden, ik bleek het te zijn. Dit eerlijke en juiste antwoord wekte veel
jaloersheid op en zo ontstond in het Beekbergense schakerscollectief een illegale uitgave met de titel Bestrijd het leed dat London heet. Een
boek vol met vuilspuiterij. Een voorbeeld.
Onzindelijke Berichten
Ik heb een hond – Jeroen – hij plast
Graag in de boekenkast
Nooit bij de R van Van het Reve
Zelfs niet bij Erwin Greven
Mijn Carlo Buijvoets laat hij staan
Hij raakt ze simpelweg niet aan
Bij Schoten, Rook of Takken
Laat hij zijn poot weer zakken
En hij gaat naar behoren
Voorbij aan Brand, Schols en Tervooren
Het minst interessante
Vindt hij nog Chris Plante
Doch zonder haast te richten
Raakt zijn straal de Terschellinger Berichten
U begrijpt dat ik mij, zonder enige
gêne, verplaatst heb in de Grote Schrijver. De TV stond bol van de programma’s.
Ik zag deze foto, tijdens een reportage over een, aan hem gewijde,
tentoonstelling langs komen. Hij hangt nog steeds in mijn verlaten
stapelstulpje (te koop!).

Twee boezemvrienden. In een
interview zegt hij: “Met het woord liefde kan ik niet zoveel”.
“Ik weet wél wat vriendschap is”, “maar ik ben bang
dat liefde alleen maar een woord is”.
Beschreven in de De ontdekking van de hemel, een prachtig
boek.
Donner kwam nog langs in een krantenfoto tijdens een boekenbal. Twee mooie
dames en twee verveeld kijkende kerels (Donner en Mulisch). Zoiets van: We
verdoen onze tijd.
Donner kwam in dit weekend van Mulisch ook nog in het NRC voor. Dit keer in de
schaakrubriek van Hans Ree. De schaakcolumnist beschrijft de tweeling van Topalov. Twee bijna
identieke nederlagen met wit tegen Anand. Beide
partijen met een witte koning op h4. Ree en ik ook trouwens, moest gelijk
denken aan twee verliespartijen van Donner in de Najdorf-variant
tegen dezelfde tegenstander. Een partij uit 1955, 14 zetten en tien jaar later
in dertien zetten. Toen zijn
tegenstander Carel van den Berg aan hem vroeg: “Hein, herinnerde je je die vorige partij dan niet?”. Zei Hein: “Ja, ik had een
vaag gevoel dat ik het al eens eerder gezien had, maar ik dacht dat zo’n déjà
vu gevoel een kenmerk van klassieke schoonheid moest zijn. Dat je het voor het
eerst ziet en dan denkt dat het er altijd geweest is”.
Frank, het pispaaltje
Geraadpleegde bronnen:
De ontdekking van de hemel, Mulisch, 1998
Bestrijd het leed dat Mulisch heet, Propria Cures over de tachtigjarige, 2007
Schaakcuriosa, Krabbé, 1974
Mijn getijdenboek/Zijn getijdenboek, Mulisch/Blom 1975/2002
De ledenlijst van VDS
De Volkskrant
Het NRC
En excuses aan alle leden van VDS,
die niet in het gedicht voorkomen.