Hans,
Oscar en Nina
(Bericht van Terschelling nr. 36)
Dit wordt een sombere en
sentimentele column. Nu niet allemaal naar mijn eiland komen om me te redden.
Ik ben gek op de blues in het voorjaar en dat verwerk ik het liefst in mijn
eentje.
Niet helemaal in mijn eentje, want ik had Hans, Nina, Oscar, Paul en Willie uitgenodigd.
Hans Ree schrijft altijd prachtige schaakcolumns in het NRC en is niet vies van
een mooie anekdote. Schaker Koltanowski speelde op
zijn sterfbed een blindpartij tegen zijn arts. Ach, hij had toch zijn ogen al
dicht.
Dat deed me denken aan de laatste woorden van Oscar Wilde. In een Parijs hotel,
veel vrienden rond zijn sterfbed. Oscar opende de ogen en klaagde over het
afzichtelijke behang en eindigde met : “One of us has to go”, sloot
de ogen weer, voorgoed.
Van Nina, Willie
en Paul had ik cd’eetjes gebolcomed
ofwel geplatomaniaat.
Nina Simone is cynisch. Strange Fruit is een van de eerste protestsongs.
De gelynchte lijken in de bomen. Ook van een grote schoonheid is het
afscheidsbriefje dat ze voor haar “kerel” achterlaat op het nachtkastje: “Don’t smoke in bed”. Het nummer Solitaire, waar ze bij het omleggen van de kaarten de King of Hearts tegenkomt; moet ik nog meer uitleggen.
En dan Willie
Nelson, die komt zijn oude vlam tegen. “Funny how time slips away”, bronsgroeneikenhouten
stem en we kwakken er ook nog een koortje tegenaan. Tissues.
Paul, nee niet McCartney,
die komen we in juli nog tegen (When I’m 64). Paul Simon is de naam. Mooie stem, mooie teksten. Eerst
even deze alliteratie proeven, voorop de tong: “You got to fill out a form first”. In Question
for the Angels vraagt een
pelgrim zich het volgende af:
If every human on the planet and all the
buildings on it
Should disappear
Would a zebra grazing in the African Savannah
Care enough to shed one zebra tear?
Niet alleen maar blues in het
voorjaar. We sluiten vrolijk af met twee parende zilveren manen. Ze leven toch
zeker, met wat geluk, een week of vijf, zes.

Frank, vrolijk als altijd