Thuisreis

Evenals vorige week kreeg ik ook nu weer een mailtje van mijn skivriend Harry voordat ik de indeling ging maken voor de wekelijkse ronde van de interne competitie. Jullie herinneren je ongetwijfeld dat het een week eerder een smeekbede betrof om oneven te mogen zijn, deze week meende Harry dat ik hem wilde indelen tegen onze ratingtopper sinds 1 februari jongstleden, George. Hoe hij überhaupt op die gedachte is gekomen, is voor mij een groot vraagteken. Uit zijn bericht viel op te maken dat hem deze tegenstander te min was en opnieuw wist ik de zaken zo te manipuleren dat Harry andermaal zijn zin kreeg. Wat Harry natuurlijk niet wist, was dat hij nu tegen een getergde en tot in zijn tenen gemotiveerde vriend van mij uit Deventer moest aantreden: Bram!

Nu heeft Harry nog niet zo lang geleden de weg via de achterdeur naar de interne competitie  van VDS gevonden, dus ik veronderstel dat hij (nog) niet op de hoogte was van de kwaliteiten van mijn vriend. Bram speelt de eerste uren altijd de sterren van de hemel om daarna, als gevolg van de vermoeienissen, in het laatste speeluur meestal al het goud dat hij zichzelf in handen heeft gespeeld weer te verkwanselen. De leeftijd, hè. Maar dat wist Harry niet en door zelf (te!) veel tijd te gebruiken hielp hij eigenlijk Bram om hem over de kling te jagen. Nog voor het laatste speeluur was aangebroken hoorden we Harry zich in bewondering uitspreken over de hoogstaande kwaliteit van het spel van Bram. "Mooi gewonnen. Ik kreeg geen poot aan de grond. Geen schijn van kans." waren slechts enkele van de uitspraken waarmee Bram door zijn tegenstander gelauwerd werd.

Voor de rest van de aanwezigen kwam dit resultaat natuurlijk niet als een verrassing. Het moest er een keer van komen. Bram moest gewoon een keer winnen en dat het uitgerekend de luis in de pels van het bestuur en de verzamelde Franse Garde was die deze nederlaag moest incasseren, dat maakte dat het alleen maar zoeter smaakte.

Zelf speelde ik in een bestuurlijk onderonsje een geweigerd Wolgagambiet tegen iemand van wie ik hier uit piëteit de naam niet zal noemen. Op zet 13(!) stond hij al een heel stuk achter en hij kreeg vervolgens geen poot meer aan de grond. Toen hij vele zinloze zetten later ("Ik wilde de afwas ontlopen." was zijn sterke argument) ook nog pardoes een toren inleverde schudde hij mij de hand.

Jullie kunnen je natuurlijk wel voorstellen hoe de sfeer in de auto was gedurende de thuisreis naar Deventer. Gezongen hebben we, zo hard dat ik mij op een bepaald moment zelfs zorgen ging maken over de autoruiten. Die zouden toch niet springen door ons gezang? Een ander punt van zorg was natuurlijk de draagkracht van mijn assen: zouden die de weelde van twee hele punten kunnen dragen? Dat komt namelijk niet al te vaak voor.

Vlak voor Deventer reden we in een fuik: verkeerscontrole.
De dienstdoende agent die aan mijn raampje verscheen deelde ons mee dat er bij de centrale meldkamer een melding was binnengekomen over een blauwe Peugeot 406 op de A1 tussen knooppunt Beekbergen en Deventer die dusdanig vreemd rijgedrag vertoond had, dat ernstig gevreesd werd dat de bestuurder in zwaar beschonken toestand verkeerde. Het luide gezang dat uit het voertuig klonk, versterkte dat vermoeden. Of ik maar even wilde blazen. Nadat ik de blaastest met goed gevolg had afgelegd vroeg de agent mij waarom wij zo uitgelaten waren en ik vertelde hem het hele verhaal. Vol verbazing keek de agent daarna Bram aan en hij vroeg: "Was jij dat, die gewonnen heeft van dè Harry Mulder?" Toen Bram dit bevestigde zagen we alleen nog bewondering in de ogen van de diender en hij bood spontaan aan om ons een escorte te geven door de stad. Dat leek ons niet echt nodig, maar onderaan de Wilhelminabrug gekomen vielen ons de oogkleppen af. Het grote nieuws over de overwinning van mijn vriend was ons wel degelijk vooruitgesneld naar Deventer. Daar, achter feestelijk roodverlichte vensters, zaten prachtige, schaars geklede, vrouwelijke fans die allemaal zwaaiden en wenkten naar Bram.
Volgens mij wilden ze een handtekening van De Held Van Deventer.

Carlo Buijvoets, volstrekt objectief en onpartijdig als altijd