Buren, Brandaris en Buul
(bericht
van Terschelling nr. 3)
Bij mijn kennismakingsrondje bij een van de buren vertelde ik dat ik die
avond in West ging schaken. Ik werd vriendelijk terecht gewezen: U gaat op
West schaken, meneer. Ik had me wat ingelezen (voor de schaker,
openingsvoorbereiding) en zei dat ik om Aest terugkwam.
Hij zei, als rechtgeaarde Midslander, dat hij geen Aesters verstond. Prachtig
toch, drie dialecten in een afstand van
Goed, ik ging dus schaken en de Brandaris wenkte me al van verre. Parkeerde
mijn auto net onder de “toer”. Vooral ’s avonds is deze robuuste
vuurtoren (de helft van de Dom van Utreg) indrukwekkend. De huidige toren staat
er al meer dan vier eeuwen (1595) en hij heeft twee voorgangers gehad. We gaan
terug naar 1323, waar de Hanzestad Kampen “eijn mercke opter Schellinge” wil.
Algemeen wordt aangenomen dat de naam komt van de Ierse abt Brandaan (Brendan)
, die in de vijfde eeuw een aantal kloosters stichtte.
Goed, ik ging dus schaken. Tegen de penningmeester. Een historisch moment, mijn
eerste overwinning op dit eiland en nog wel, Mulder, let op, een
koningsgambietje. Ik schrok wel van de hoogte van de contributie (20 euro),
maar Nelemans, let op, per jaar. De club heet de SV Terschelling. De Schylge
Schaak Sociëteit was wel mooier geweest.
En nu weer om Aest. Hoorn heeft 470 inwoners en het oudste monument van
Terschelling, de kerk en de Buul, het oudste zeeliedenfonds (1587) ter
wereld. Opgenomen in het Guinness Book of Records. Ze vergaderen nog twee keer
per jaar, afsluitend met het clublied: “Hoe vrolijk is ’t op zee te varen”.
Tja, nu had ik ook nog beloofd wat te schrijven over de overeenkomst van de
kerk van Hoorn en die van Beekbergen. Dat doe ik de volgende keer, want dit
wordt anders te moeilijk en te taai voor vastelanders. Ik voelde al enige
lezers wegzappen.
Frank, nog steeds niet Hoorndol
P.S. De foto van de Brandaris is niet van mij. De Toer is ingepakt voor een restauratie.