Amber, Bril en Cash
(Bericht
van Terschelling nr. 6)
Deze column had in deze tijd van de Boekenweek beter Jongensjaren
kunnen heten, maar ik houd zo graag vast aan mijn gewoonte van een triootje en
het liefst nog allitererend en als het helemaal niet anders kan een abc’tje.
Eerst een nieuw woord aan de Nederlandse taal toevoegen (zal binnenkort wel
weer gepikt worden): stranterfanten.
Stranterfanten, doelloos over het strand kuieren. Wat jutten, wat
schelpen zoeken, wat fotograferen. Ik wil niet zeggen dat ik op een verlaten
strand, in het zonnetje, fris briesje, het Nirwana bereik, maar een lichte vorm
van verlichting bespeur ik dan toch wel. Ik ben dan weer dat jongetje dat met
zijn ouders naar het strand ging en een mooie schelp of barnsteen vond.
Wat biologieles. Barnsteen is versteend hars, dat als sieraad wordt gebruikt,
vaak verward met amber. Amber is restafval van de potvis en wordt verwerkt in
de parfumerie-industrie. Het ziet er uit als steen en is ook op het strand te vinden.
Het misverstand ontstaat doordat in het Engels amber staat voor barnsteen en de
goudgele kleur van barnsteen.

Weer terug op aarde, op de vaste wal bedoel ik, moest ik natuurlijk langs
Nawijn en Polak voor Jongensjaren van Martin Bril en langs Plato voor Ain’t
no grave van Johnny Cash.
Bij Plato vroegen ze of ik een poster bij Johnny’s Final Studio Album wilde.
Goh, ik had vroeger op de foto’s uit mijn gelukkige jeugd ook van
die flaporen. De cd is echt de laatste van Cash en heeft een hoog reli-gehalte
zonder dat je maar ooit het gevoel hebt dat je naar de EO zit te luisteren.
Prachtig. Broos.
Jongensjaren, een verzameling columns over de jeugd van Martin Bril.
Lekker leesvoer (na de krant) tijdens mijn bootreizen. Goh, kom ik bij de
column Waterweg. Bril beschrijft prachtig de straat in De Bilt waar
hij zijn eerste schreden zette.
Ik woonde in diezelfde straat.
Het tweede deel van de straat is mooier. Aan de huizen te zien – drie- of
vier-onder-een-kap, daken met rode pannen – heb ik hier leren lopen. Ik herken
de straat langzaam van de oude foto’s. Langs de stoep staan berkenbomen, in
sommige tuinen uitbundig bloeiende sierkers en camelia’s.
Ik slikte en zette mijn bril af.
Frank