terug naar nieuws

Amber, Bril en Cash
(Bericht van Terschelling nr. 6)

Deze column had in deze tijd van de Boekenweek beter Jongensjaren kunnen heten, maar ik houd zo graag vast aan mijn gewoonte van een triootje en het liefst nog allitererend en als het helemaal niet anders kan een abc’tje. Eerst een nieuw woord aan de Nederlandse taal toevoegen (zal binnenkort wel weer gepikt worden): stranterfanten.
Stranterfanten, doelloos over het strand kuieren. Wat jutten, wat schelpen zoeken, wat fotograferen. Ik wil niet zeggen dat ik op een verlaten strand, in het zonnetje, fris briesje, het Nirwana bereik, maar een lichte vorm van verlichting bespeur ik dan toch wel. Ik ben dan weer dat jongetje dat met zijn ouders naar het strand ging en een mooie schelp of barnsteen vond.
Wat biologieles. Barnsteen is versteend hars, dat als sieraad wordt gebruikt, vaak verward met amber. Amber is restafval van de potvis en wordt verwerkt in de parfumerie-industrie. Het ziet er uit als steen en is ook op het strand te vinden. Het misverstand ontstaat doordat in het Engels amber staat voor barnsteen en de goudgele kleur van barnsteen.

IMG_5726

Weer terug op aarde, op de vaste wal bedoel ik, moest ik natuurlijk langs Nawijn en Polak voor Jongensjaren van Martin Bril en langs Plato voor Ain’t no grave van Johnny Cash.
Bij Plato vroegen ze of ik een poster bij Johnny’s Final Studio Album wilde. Goh, ik had vroeger op de foto’s uit mijn gelukkige jeugd ook van die flaporen. De cd is echt de laatste van Cash en heeft een hoog reli-gehalte zonder dat je maar ooit het gevoel hebt dat je naar de EO zit te luisteren. Prachtig. Broos.
Jongensjaren, een verzameling columns over de jeugd van Martin Bril. Lekker leesvoer (na de krant) tijdens mijn bootreizen. Goh, kom ik bij de column Waterweg. Bril beschrijft prachtig de straat in De Bilt waar hij zijn eerste schreden zette.
Ik woonde in diezelfde straat.

Het tweede deel van de straat is mooier. Aan de huizen te zien – drie- of vier-onder-een-kap, daken met rode pannen – heb ik hier leren lopen. Ik herken de straat langzaam van de oude foto’s. Langs de stoep staan berkenbomen, in sommige tuinen uitbundig bloeiende sierkers en camelia’s.

Ik slikte en zette mijn bril af.

Frank

top